WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Autonomie kind | Publicatiedatum: 2020

Kern

In dit onderzoek is de kwaliteit van de BSO gemeten, gebaseerd op enquêtes en interviews afgenomen bij pedagogische experts, kinderopvang experts, pedagogisch medewerkers, ouders en kinderen. De auteurs stellen op grond van de literatuur dat kinderen in de BSO een groeiende behoefte hebben aan autonomie. De BSO zou, in overleg met kinderen, een flexibel programma moeten bieden met een grote mate van individuele keuzevrijheid. Uit het onderzoek komt naar voren dat de rol van de pedagogisch medewerker zeer van belang is, zij dienen de autonomie van kinderen te respecteren en te stimuleren. De BSO medewerkers scoorden relatief hoog op een van de interactievaardigheden, het respecteren van de autonomie waarbij een pedagogisch medewerker een niet-opdringerige stijl hanteert en de zelfstandigheid aanmoedigt. Een algemene lijn was dat de geïnterviewden een goede balans tussen enerzijds ontspanning en anderzijds stimulering van de ontwikkeling belangrijk vinden.

Op grond van eerder onderzoek laten Fukkink en Boogaard zien dat kinderen in de naschoolse opvang een groeiende behoefte hebben aan autonomie. Dit zou betekenen dat hoogwaardige naschoolse opvang een flexibel programma moet bieden met een scala aan activiteiten waaruit kinderen zelf onafhankelijk hun keuze kunnen maken. Kinderen moeten ook een stem hebben in wat ze doen in hun vrije tijd, waarvan de naschoolse opvang onderdeel uitmaakt. Kinderen moeten daarom uitgenodigd worden deel te nemen aan beslissingen met betrekking tot het programma en de activiteiten. Er worden zorgen geuit of de traditionele focus op vrije tijd en ontspanning op de BSO niet wordt overschaduwd door de nadruk op leren en de ontwikkeling van (onderwijs)vaardigheden.

Dit artikel rapporteert over 2 onderzoeken die de volgende vragen wil beantwoorden: (1) Welke doelen en pedagogische aspecten worden als belangrijk beschouwd voor de naschoolse opvang in Nederland?; en (2) Wat is de pedagogische kwaliteit van de Nederlandse naschoolse opvang?

Voor het eerste onderzoek zijn enquêtes en interviews afgenomen bij pedagogische experts, kinderopvang experts, pedagogisch medewerkers, ouders en kinderen. De respondenten benadrukten onder andere het belang van de rol van de pedagogisch medewerkers. Zij moeten op een sensitieve en responsieve manier inspelen op de behoeften van kinderen, en moeten de autonomie van kinderen respecteren en stimuleren. Een terugkerend thema in de interviews en focusgroepen was 'balans', het belang van een evenwicht tussen de wensen van kinderen en volwassenen, tussen een gestructureerd en flexibel programma, tussen oudere en jongere kinderen en de balans tussen ontspanning en ontwikkelingsstimulering. Geconcludeerd wordt dat in de naschoolse opvang een breed programma nodig geacht wordt dat voldoet aan de verschillende belangen van kinderen. De sociale ontwikkeling van kinderen wordt beschouwd als de hoeksteen van de Nederlandse naschoolse opvang, academische ontwikkelingsdoelen of andere cognitieve doelen voor kinderen kunnen ook relevant zijn maar mogen niet structureel worden aangeboden.

Het tweede onderzoek richt zich op de proceskwaliteit van de naschoolse opvang, gebaseerd op bezoeken aan 78 locaties waar observaties plaatsvonden van de dagelijkse gang van zaken en video-opnames van het werk van pedagogisch medewerkers. Ook werden bij kinderen enquêtes afgenomen over hun ervaren welbevinden. Een van de proceskwaliteitscriteria is het respecteren van de autonomie van kinderen als algemeen observatieonderdeel. Daarnaast zijn de pedagogisch medewerkers gescoord op de zes categorieën interactievaardigheden, waarvan het respecteren van de autonomie er een is, waarbij de medewerker een niet-opdringerige stijl hanteert en de zelfstandigheid aanmoedigt. De pedagogisch medewerkers scoorden relatief hoog op emotionele ondersteuning, respect voor autonomie, organisatie en praten en uitleggen.

Het belangrijkste resultaat van het onderzoek is dat de naschoolse opvang kinderen van 4 tot en met 12 jaar een veilige en positieve omgeving biedt waar ze na school kunnen ontspannen en spelen. Zwakkere aspecten zijn het gebrek aan materialen en het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen. Deze bevindingen lijken ook net iets positiever dan de evaluatie van de kinderdagopvang.

De behoefte aan een balans tussen ontspanning enerzijds en stimulering van de ontwikkeling anderzijds (het ‘hybride type’ BSO), is een dubbele uitdaging voor medewerkers. Het onderzoek onderstreept dat de naschoolse opvang een evenwicht moet vinden tussen de ideeën van volwassen belanghebbenden en van kinderen en tussen ontspanning en stimulering, waarvoor een verscheidenheid aan materialen en activiteiten in een flexibel programma en een breed team met meerdere vaardigheden nodig zijn.

Bron
Originele titel: Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Auteur: Ruben Fukkink en Marianne Boogaard
Publicatiedatum bron: 2020
Zoeken via kernwoorden

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000