Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Samenwerking met ouders | Publicatiedatum: 2022

Kern

Crosnoe en collega’s hebben meer dan duizend Amerikaanse kinderen vanaf hun geboorte tot de leeftijd van zes jaar gevolgd. De onderzoekers hebben gekeken naar de relatie tussen enerzijds ervaringen thuis, op de kinderopvang en op school en anderzijds de leerprestaties van kinderen. Het onderzoek laat zien dat kinderen de meeste baat hebben bij consistente cognitieve stimulering in de drie contexten (thuis, kinderopvang en school). Dit voordeel is het meest duidelijk gevonden voor kinderen met een lage sociaaleconomische status. Van de drie contexten blijkt de invloed van de thuisomgeving het meest belangrijk. Om leerprestaties van jonge kinderen te bevorderen, is het volgens de onderzoekers van groot belang zorg te dragen voor consistente cognitieve stimulering in de leefwereld thuis én op de kinderopvang en school.

Voor dit onderzoek zijn 1364 Amerikaanse kinderen vanaf hun geboorte tot de leeftijd van zes jaar gevolgd. De kinderen werden ingedeeld op basis van hun ervaring met cognitieve stimulering thuis, op de kinderopvang en gedurende hun eerste schooljaar. Vervolgens is gekeken naar de invloed van die drie contexten op het leren van kinderen op jonge leeftijd en hun lees- en rekenprestaties. 

Het vertrekpunt van het onderzoek is dat het onderwijssysteem al op jonge leeftijd bestaande ongelijkheid in cognitieve en academische vaardigheden vergroot. Daarom is het van belang om in de kinderopvang en het basisonderwijs te investeren in het voorkomen van die ongelijkheid. De sociaalecologische theorie stelt dat leren verstoord of ondersteund wordt door de wisselwerking tussen leefwerelden. In gezinnen met een sociaaleconomische status is er een groter risico dat deze wisselwerking verstoord wordt. Daarom worden juist die gezinnen in dit onderzoek gevolgd. 

Kinderen die in alle contexten (thuis, kinderopvang en school) cognitief gestimuleerd werden, presteerden beter in lezen en rekenen. Het bleek dat vooral de kinderen uit gezinnen met een hoge sociaaleconomische status die stimulans in alle contexten kregen. Het voordeel van cognitieve stimulering in twee of drie situaties bleek bij kinderen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status groter vergeleken met kinderen uit gezinnen met een hoge sociaaleconomische positie. Kinderen die in de vroege kinderjaren in verschillende situaties cognitief gestimuleerd werden, leerden meer dan hun leeftijdsgenootjes op school, maar alleen wanneer de thuisomgeving Ă©Ă©n van de plekken was waar ook sprake was van cognitieve stimulans. Deze bevinding is in lijn met de sociaalecologische theorie, waarbij ouders gezien worden als de meest invloedrijke personen in het leerproces van hun jonge kinderen en hoe zij vanuit hun ouderlijke rol hun kinderen (onbewust) voorbereiden op school. De verschillen die gevonden werden op het leren van kinderen op jonge leeftijd en de invloed van de drie leersituaties (thuis, kinderopvang en school) werden ook gevonden na verloop van tijd. De onderzoekers concluderen daarom dat het voor de leerprestaties van kinderen dus van groot belang is dat er verbinding is tussen cognitieve ondersteuning in het gezin en in andere contexten, zoals kinderopvang en school. Het gezin is de belangrijkste, maar niet de enige, omgeving die nodig is om het leren op jonge leeftijd te ondersteunen. 

De resultaten van deze studie laten zien wat de kracht kan zijn van samenhang in de wijze waarop kinderen cognitief gestimuleerd worden in verschillende situaties waarin zij opgroeien. Deze consistentie heeft een sterke invloed op de leerprestaties van kinderen en is dus sterker dan de werking van de afzonderlijke situatie op de ontwikkeling van het kind. Volgens de onderzoekers zijn er meer inspanningen nodig om deze consistentie te bevorderen en het liefst al op jonge leeftijd van kinderen, dus voordat zij leerplichtig zijn. Juist dit soort interventies, waarbij de rol van het gezin erkend wordt, kunnen naar verwachting bijdragen aan meer kansengelijkheid. 

Crosnoe, R., Leventhal, T., Wirth, R. J., Pierce, K. M. & Pianta, R. C. (2010). Family socioeconomic status and consistent environmental stimulation in early childhood. Child Development, 81, 972–987.

Bron
Originele titel: Family Socioeconomic Status and Consistent Environmental Stimulation in Early Childhood.
Auteur: Robert Crosnoe en collega’s
Publicatiedatum bron: 2010
Zoeken via kernwoorden

Professionele ontwikkeling in een context van diversiteit
Jan Peeters en Michel Vandenbroeck | 2015

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind Ă©n branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang