WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Risicovol spel | Publicatiedatum: 2021

Kern

In dit artikel wordt beschreven hoe de Engelse ‘Playwork’ benadering in een Franse context wordt ervaren, in een onderzoeksproject dat loose parts aan kinderen ter beschikking stelt. In Frankrijk is playwork een opkomende discipline waar in dit onderzoek ‘animateurs’, begeleiders in speeltuinen, een training in hebben gekregen. Hierna werden in twee speeltuinen ‘playpods’ geplaatst, containers vol met loose parts. Uit de ervaringen van begeleiders en kinderen komen vier thema’s voort: de materialen, de rol van de begeleider, ruzies tussen kinderen en het risicovol spelen. Het onderwerp risico gaf veel discussie en gaf ook meer spanning bij de begeleiders in het uitvoeren van hun werk. Door het zelf ontwikkelen van een benadering ten opzichte van risico tolereerden zij uiteindelijk meer risicovol spelen van de kinderen. Geconcludeerd wordt dat de begeleiders een nieuwe werkwijze hebben ontwikkeld, tussen hun eigen oorspronkelijke aanpak en playwork in.

De verwijzing naar het verliezen van het ‘monopolie’ in de titel van dit artikel, heeft te maken met de veranderde rol van de speeltuinbegeleiders in dit onderzoeksproject. Waren zij eerst degenen die bepaalden wat en hoe er gespeeld kon worden, met de introductie van loose parts konden kinderen voortaan zelf hun spelen bepalen. In dit onderzoek is voor het eerst de playwork benadering ingezet in Frankrijk, tegelijkertijd met de introductie van een ‘PlayPod’ een container vol met loose parts om mee te spelen. In twee speeltuinen in Parijs kregen de begeleiders, ‘animateurs’ genoemd, een training over de praktijk en principes van playwork. Het artikel beschrijft de ervaringen, de dilemma’s en hoe het begeleiden van (risicovol) spelen is veranderd. Het is een ‘case study’ gericht op de praktijk, een wetenschappelijke benadering om een vergelijking te maken met playwork literatuur en de omstandigheden in deze context.

Frankrijk heeft geen traditie in de ondersteuning van het vrij spelen van kinderen, maar is meer gericht op gestructureerde vrije tijd met door volwassenen bepaalde en begeleide activiteiten. De container met loose parts betekenden dus een nieuwe manier van werken in de speeltuinen. De animateurs kregen een training bestaande uit drie sessies van 2,5 uur vooraf en een sessie nadat ervaring was opgedaan met de Playpod. Zij kregen de Playwork Principles mee en andere playwork uitgangspunten voor de praktijk. Ook een praktisch instrument voor het evalueren van het handelen werd getraind, de MOTA: Move, Observe, Think, Act. De animateurs waren ontvankelijk voor de nieuwe benadering, maar bleven ook vaak hangen in hun aanpak van vooraf een veldje uitzetten voor een spel, het uitleggen aan kinderen van de regels en het begeleiden van de spelactiviteit. Het vrijlaten van kinderen door het spelen van loose parts werd dan ook eerst gezien als een ‘nachtmerrie’, maar de ervaringen in de praktijk hadden wel impact op hun werk en houding.

De resultaten zijn op vier thema’s uitgekomen: leren omgaan met loose parts, de rol als begeleider, meningsverschillen tussen kinderen en risicovol spelen, welke in het vervolg kort worden toegelicht. Ten aanzien van de loose parts waren er zorgen over hoe kinderen hiermee zouden omgaan. Die zorgen resulteerden in een algemene regel: ‘zichzelf of anderen niet in gevaar brengen’. De animateurs waren soms in verwarring over hun rol als begeleider, hielden zich afzijdig zonder te weten wanneer ze wel, op een indirecte manier, het spelen kunnen ondersteunen. Echte ruzies werden minder maar er kwamen meningsverschillen tussen de kinderen over de populairste loose parts, over het verzamelen van spullen en niet delen, en het opruimen was een issue. Tot slot over het risicovol spelen: door de introductie van loose parts was er minder structuur in de speeltuin en meer angst dat er iets mis kon gaan. Dit veroorzaakte meer spanning in hun werk en in het begin ook meer begeleiding en het maken van regels voor het gebruik. Door het zien van hoe kinderen speelden werden de animateurs wel meer tolerant voor het risicovol spelen. 

Het artikel eindigt met de volgende conclusies. Door introductie van de loose parts werd het vrij spelen van kinderen gestimuleerd en ontstonden er veel manieren van nieuw spel zoals verbeeldingsspel, exploratiespel en complex spel. Tijdens het vrij spelen met loose parts kregen de kinderen meer vrijheid en autonomie, maar de structuur van de speeltuin bleef. De playwork benadering voor de animateurs was lastig om in hun werk op te nemen omdat het botst met wat zij zien als hun verantwoordelijkheden. Als playworker sloegen zij soms door naar een te afwachtende ‘wacht en zie’ houding die niet overeenkomt met een meer reflexieve houding van de playworker die een interventie naar behoefte en op maat biedt. De animateur bleek een beetje een tussenpositie in te nemen, met vooral tijdens het spelen met loose parts een playwork houding.

Het aanbieden van loose parts stimuleert het risicovol spelen en kan in diverse settingen zoals de kinderopvang een eenvoudige manier zijn om kinderen meer uitdaging te bieden. Wat nodig is om begeleiders mee te geven dat zij bij het begeleiden van loose parts spel een andere rol kiezen, meer afwachtend en observerend. Immers, kinderen kunnen loose parts zelf zo gebruiken en manipuleren dat een volwassene niet nodig is. 

Besse-Patin, B., Brougère, G., & Roucous, N. (2017). Losing the'monopoly': A French experience of playwork practice. Journal of Playwork Practice, 4(1), 23-37.

Vrij downloadbaar: https://halshs.archives-ouvertes.fr/halshs-01533978/document

Bron
Originele titel: Losing the ’monopoly’: A French experience of playwork practice.
Auteur: Baptiste Besse-Patin, Gilles Brougère en Nathalie Roucous
Publicatiedatum bron: 2017
Zoeken via kernwoorden

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind én branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang