Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Diversiteit en inclusie | Publicatiedatum: 2022

Kern

Door het internationale wetenschappelijke debat te analyseren rondom burgerschap, democratie en onderwijs zoeken de auteurs naar filosofische en pedagogische argumenten voor een burgerschapseducatie die gebaseerd is op een kritisch democratisch perspectief en focust op de ontwikkeling van waarden en waardecommunicatie, maar ook op autonomie en maatschappelijke betrokkenheid. In dit artikel zetten de onderzoekers verschillende burgerschapsconcepten en hun opeenvolgende onderwijspraktijken uiteen. Ondanks dat de meeste literatuur zich toespitst op de onderwijssector, zijn deze concepten ook relevant voor de pedagogisch-educatieve taak van de kinderopvang.
De moderne samenleving vraagt van jonge mensen dat zij autonoom zijn op allerlei gebieden, ook met betrekking tot het ontwikkelen van waarden. Traditionele waardesystemen en instituties (zoals bijvoorbeeld de kerk) hebben aan kracht verloren en daarmee ook hun invloed op de opvoeding van kinderen. Maar onze samenleving wordt steeds diverser, en deze kan alleen goed blijven functioneren als er een zekere mate van sociale samenhang en sociaal verantwoordelijkheidsgevoel bestaat. De pedagogische opdracht van het onderwijs op school- en klasniveau (lees: de pedagogische opdracht van de kinderopvang op organisatie- en groepsniveau) is jonge mensen te helpen hun vermogen te ontwikkelen om zowel autonoom als sociaal betrokken te zijn.
 
Onderzoeksvragen
De auteurs zoeken naar een onderbouwing van een gecombineerde, aanvullende vorm van waardevorming in de educatieve taak, gericht op kritisch democratisch burgerschap, door het beantwoorden van de volgende onderzoeksvragen:
 
· Wat zijn bepalende elementen van de verschillende benaderingen, en wat zijn hun doelen?
 
· Aan welke opvoedingsdoelen komen deze benaderingen tegemoet, en wat zijn de consequenties?
 
· Wat zijn filosofische en pedagogische argumenten voor een gecombineerde benadering van autonomie, kritisch denken en sociale betrokkenheid?
 
Uit deze wetenschappelijke analyse, gebaseerd op uitgebreid literatuuronderzoek (65 publicaties), blijkt dat er verschillende interpretaties van burgerschapsvorming en waardenvorming bestaan. In dit artikel worden de belangrijkste behandeld, en ook wat de voor- en nadelen zijn van elke vorm. Leenders en Veugelers onderscheiden aanpassingsgericht burgerschap (aanpassing en disciplinering), individualistisch burgerschap (zelfstandigheid en kritische meningsvorming), en een kritisch-democratisch burgerschap (zelfstandigheid en sociale betrokkenheid).
 
1) Aanpassingsgericht burgerschap - Plichten staan op de voorgrond en rechten op de achtergrond. De burger is niet zozeer iemand die eigen keuzes maakt, als wel een sociaal en politiek persoon in een samenleving met tradities en bepaalde algemene belangen. Aanpassingsgericht burgerschap krijg je via (moraliserende) waardeoverdracht. Kritiekpunt op deze benadering is dat er weinig oog is voor het ontwikkelen van kritische reflectie. In die zin past deze vorm niet zo goed in een democratie.
 
2) Individualistisch burgerschap – De nadruk ligt vooral op individuele rechten en ontplooiing van het individu. Verplichtingen verdwijnen naar de achtergrond want die beperken de vrijheid. Kritische vragen en het afwegen van bewijs zijn essentieel. Nadeel van te veel nadruk op de persoonlijke autonomie (kritisch denken en een onafhankelijk oordeel) is dat er te weinig aandacht is voor gedeelde waarden. Dit kan tot individualisme en berekenend gedrag leiden, tot te veel gerichtheid op individuele keuze, zelfbepaling en eigenbelang.
 
3) Kritisch-democratisch burgerschap – De kritisch-democratische burger combineert individuele en sociale ontwikkeling, en is een sociaal wezen dat actief participeert in de maatschappij, op kritische wijze betrokken is en geïnteresseerd in veranderingen en het omgaan met culturele verschillen. Hiervoor is zelfsturing, sociale betrokkenheid en kritische meningsvorming van belang (en het daarop gebaseerd handelen). Democratische verhoudingen zijn gelijkwaardige verhoudingen waarin de belangen van iedereen die participeert worden meegenomen. Participatie is nodig voor morele ideeën (cognitieve ontwikkeling) maar ook voor sociale ontwikkeling en sociale betrokkenheid. Op het niveau van de groep kan dit door middel van participerend en actief werk dat de mogelijkheid geeft om allerlei onderwerpen te verkennen.
 
Concluderend:
De samenleving van nu, gekenmerkt door individualisering en globalisering, vraagt om continue waardeontwikkeling en samen actief en creatief vorm geven aan normen en waarden. Kritisch- democratisch burgerschap zoekt naar een evenwicht tussen persoonlijke ontwikkeling, sociale betrokkenheid en emancipatie. Het verbinden van individu en maatschappij wordt vaak besproken in termen van integratie en sociale cohesie. Leenders en Veugelers kiezen voor het begrip ‘democratisering’ want dat drukt meer een actieve participatie en betrokkenheid uit. Het gaat daarbij niet alleen om het politieke niveau, maar ook om het interpersoonlijke en de dagelijkse interactie.
 
Leenders, H. & Veugelers, W. (2004). Waardevormend onderwijs en burgerschap. Een pleidooi voor kritisch-democratisch burgerschap. In: Pedagogiek, 24, p. 361-375. https://www.aup.nl/journal-downloads/pedagogiek/vol_24_nr_4_-_waardevormend_onderwijs_en_burgerschap.pdf
Bron
Originele titel: Waardevormend onderwijs en burgerschap. Een pleidooi voor kritisch-democratisch burgerschap.
Auteur: Hélène Leenders en Wiel Veugelers
Publicatiedatum bron: 2004
Zoeken via kernwoorden

Professionele ontwikkeling in een context van diversiteit
Jan Peeters en Michel Vandenbroeck | 2015

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind én branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang