Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Pedagogische kwaliteit | Publicatiedatum: 2022

Kern

Het programma Early Head Start beoogt de ontwikkeling van jonge kinderen die opgroeien in gezinnen met een lage sociaaleconomische status te stimuleren, onder meer door een positieve relatie op te bouwen tussen de professional en het gezin. De resultaten van dit onderzoek laten zien dat het mogelijk is om sterke relaties op te bouwen met het kind en de ouders. Dit vraagt veel tijd en de relaties ontwikkelen zich sterker als de begeleiding thuis plaatsvindt in plaats van op school. Wanneer ouders een lager opleidingsniveau en professionals een hoger opleidingsniveau hebben Ă©n de professional-ouder relatie positief is, leidde dit tot ontwikkeling van vaardigheden bij de ouder en meer ontwikkeling bij het kind.

De auteurs introduceren hun studie met een beschrijving van Early Head Start: een interventieprogramma dat plaatsvindt op kindercentra en in de thuisomgeving. Het doel van het programma is om de ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en is vooral bedoeld voor gezinnen met een lage sociaaleconomische status (SES). Een pijler van dit programma is het opbouwen van een positieve relatie tussen de professional en het gezin. De vooronderstelling bij het onderzoek is dat kinderen al op zeer jonge leeftijd relaties kunnen aangaan, zowel met gezinsleden als met mensen buiten het gezin. Deze relaties met mensen buiten het gezin kunnen volgens de literatuur een grote impact hebben op de ontwikkeling van het kind, vooral bij zogeheten risicogezinnen. Er blijken nog maar weinig studies beschikbaar die deze invloed van relaties met mensen buiten het gezin op de ontwikkeling van het kind onderzoeken. De auteurs onderzoeken daarom in hun studie de kwaliteit van deze relaties tussen professionals en ouders in drie interventieprogramma's en de invloed daarvan op de ontwikkeling van het kind en de vaardigheden van de ouder.  

In het onderzoek participeerden 71 gezinnen met een lage SES, met kinderen van 8 tot 35 maanden, en 33 professionals van drie Early Head Start programma's. De gezinnen deden gemiddeld 14 maanden mee aan een van de programma's en werden 6 maanden gevolgd. De helft van de gezinnen kreeg thuis de interventie, de andere helft op een groepslocatie. Voor en na de uitvoering van de interventie vonden metingen plaats om de ontwikkeling van kinderen te volgen, het welzijn van de ouder en de relatie tussen professional, kind en ouders in kaart te brengen. De resultaten laten zien dat: 

  • De kwaliteit van de professional-kind relatie over het algemeen als positief wordt ervaren bij het bieden van veiligheid, interacties aangaan en positief opvoeden. 
  • Ook de professional-ouder relatie positief wordt ervaren, zowel van de kant van de ouder als de professional. 
  • De relatie tussen de professional en het kind zich positief ontwikkelt gedurende deelname aan het programma voor de duur van minimaal zes maanden. 
  • De kwaliteit van professional-kind relaties hoger is bij meisjes en jongere kinderen. 
  • De kwaliteit van de interactie tussen professional en kind beter is wanneer de professional meer ervaring heeft met het begeleiden van gezinnen en wanneer de interventie thuis plaatsvindt. 
  • De ervaren kwaliteit van de professional-ouder relatie vanuit professionals bezien beter blijkt wanneer ouders een hoger opleidingsniveau hebben. Andersom werd de ervaren kwaliteit van de relatie met de professional door ouders als beter beoordeeld wanneer de professionals een lager opleidingsniveau hebben. 
  • Een positieve relatie tussen de professional en het kind niet zonder meer leidt tot groei van de ontwikkeling bij het kind, terwijl een positieve professional-ouder relatie wel invloed had op de groei van de ontwikkeling bij kinderen.
  • Wanneer ouders een lager opleidingsniveau en professionals een hoger opleidingsniveau en de professional-ouder relatie positief is, dit leidt tot een positieve invloed op de ontwikkeling van vaardigheden bij de ouder en op de ontwikkeling van het kind.

De onderzoekers concluderen dat tijd en continuĂŻteit sleutelfactoren zijn voor het ontwikkelen van een relatie tussen professional en kind bij de uitvoering van deze programma’s. Ook de uitvoering van de interventie thuis, waar meer ruimte is voor individuele aandacht, draagt bij aan een positieve relatie. De bevinding dat lager opgeleide ouders positiever zijn over hun relatie met lager opgeleide professionals heeft volgens de onderzoekers te maken met dat deze professionals mogelijk meer op eenzelfde niveau communiceren met ouders. Toch verbeteren vaardigheden van ouders sneller wanneer de professional hoger is opgeleid, mits er een positieve band met de ouder is ontwikkeld. Een positieve relatie opbouwen met ouders kan een cruciale stap zijn voor deze professionals. Opleidingen voor professionals kunnen op deze bevindingen inspelen. Tot slot vestigen de onderzoekers aandacht op het belang van persoonlijke relaties. Die blijken een belangrijke succesfactor voor de kwaliteit van de interventieprogramma’s. 

De bevindingen van deze studie bevestigen bevindingen uit eerder onderzoek dat dit vooral bij lager opgeleide ouders een uitdaging kan zijn, maar dat positieve ondersteunende relaties met deze ouders een grote positieve uitwerking kunnen hebben op de vaardigheden van de ouder en via de ouder op de ontwikkeling van het kind. Professionals in de kinderopvang kunnen inspelen op deze onderzoeksresultaten door sterke samenwerkingsrelaties op te bouwen met ouders en via dit contact met ouders de ontwikkeling van kinderen te stimuleren.

 Elicker, J., Wen, X., Kwon, K., & Sprague, J. B. (2013). Early Head Start Relationships: Association with Program Outcomes. Early Education and Development, 24, 491-516.

Bron
Originele titel: Early Head Start Relationships: Association with Program Outcomes
Auteur: James Elicker, Xiaoli Wen, Kyong-Ah Kwon, K. en Jill Sprague
Publicatiedatum bron: 2013
Zoeken via kernwoorden

Professionele ontwikkeling in een context van diversiteit
Jan Peeters en Michel Vandenbroeck | 2015

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind Ă©n branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang