Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Samenwerking met ouders | Publicatiedatum: 2021

Kern

Op jonge leeftijd bestaan al grote verschillen tussen kinderen in taalvaardigheid. Deze verschillen worden sterk bepaald door het opleidingsniveau en geletterdheid van ouders en de kwaliteit van de taalomgeving thuis. Daarom is het van belang dat professionals hun taalaanbod voor jonge kinderen verbinden met de taalomgeving thuis. Maar hoe maak je als professional contact en zoek je aansluiting bij ouders die andere sociaaleconomische en culturele achtergronden hebben en soms andere talen spreken dan je gewend bent? Tegen deze achtergrond ontwikkelde Martine van der Pluijm in co-creatie met ouders en professionals het programma Thuis in Taal. Met dit programma kunnen (voor)scholen partnerschappen aangaan met ouders en samen de taalomgeving thuis ondersteunen. Uit de resultaten blijkt dat het programma Thuis in Taal bijdraagt aan succesvolle partnerschappen tussen professionals en ouders en het meest ten goede komt aan de taalomgeving thuis van de laagopgeleide ouders.

Op jonge leeftijd bestaan er al grote verschillen tussen kinderen wat betreft hun taalvaardigheid, zoals de omvang van hun woordenschat. Deze verschillen worden in belangrijke mate bepaald door taalomgeving thuis. Het opleidingsniveau van ouders bepaalt in sterke mate de kwaliteit van die taalomgeving en daarmee de ontwikkeling van taal en geletterdheid van kinderen. Kinderen van lager opgeleide ouders zijn vaak in het nadeel ten opzichte van leeftijdsgenoten met hoger opgeleide ouders. Onderzoek toont aan dat het verbinden van de rol van professionals op (voor)school en ouders thuis kan bijdragen aan een rijkere taalomgeving voor kinderen. In praktijk zien we die verbinding tussen taalonderwijs en de taalomgeving thuis echter nog weinig terug. Veel professionals vinden het samenwerken met ouders lastig, zeker met ouders die andere achtergronden hebben en andere talen spreken dan zij gewend zijn en missen kennis over het doelgericht omgaan met verschillende ouders. Dit proefschrift zoekt naar een antwoord op de vraag hoe professionals de taalontwikkeling van jonge kinderen kunnen bevorderen in nauwe verbinding met de thuisomgeving.

Om het onderzoek optimaal te laten aansluiten bij de praktijk is gekozen voor een ontwerpstudie, waarbij gebruik gemaakt wordt van kennis uit empirisch onderzoek en kennis die ontstaat door het ontwikkelen en testen met professionals en ouders. Literatuurstudie leverde kennis op over hoe laagopgeleide ouders ondersteund kunnen worden om de taalontwikkeling van hun kind te stimuleren. ‘Praat- en spel’ activiteiten blijken het meest effect te hebben, mits deze activiteiten

aansluiten op de routines en kennis van de laagopgeleide ouders en vooral als kinderen actief betrokken worden bij de uitvoering. Het onderzoek leverde een stappenplan op dat aansluit bij de praktijk van professionals en hun bestaande contactmomenten met ouders.

Figuur 1: Programma Thuis in Taal met zeven stappen

7 stappen Thuis in Taal

De eerste stap helpt professionals de taalomgeving thuis goed te verkennen om vanuit die kennis stapsgewijs relaties op te bouwen, passende ouder-kind activiteiten in de klas te bieden en ouders strategieĂ«n aan te rijken om de taal van kinderen uit te breiden. Dit gebeurt in drie fasen: het realiseren van partnerschapsrelaties, implementeren van interventie activiteiten en het stimuleren van de taalontwikkeling. Aanvullende professionaliseringsactiviteiten ondersteunen professionals om de benodigde competenties hiervoor te ontwikkelen, zoals vormen van coaching en leerkringen waarin reflectie centraal staat. Deze activiteiten en het stappenplan vormen samen een programma met de naam ‘Thuis in Taal’.

Het programma Thuis in Taal werd geĂŻmplementeerd in zeven basisscholen en voor en na de implementatie onderzocht. Op basis van de resultaten concluderen we dat de stappen van het programma Thuis in Taal bijdragen aan succesvolle partnerschappen tussen professionals en laagopgeleide ouders om de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren. Vanuit het perspectief van professionals laten de resultaten zien dat zij gecoacht kunnen worden om met het programma te werken en dat zij deze aanpak als een toevoeging ervaren van hun werk. Vanuit het perspectief van ouders laten de resultaten een toename zien van deelname tijdens ouder-kind activiteiten op (voor)school, hun interactie met hun kind tijdens deze ouder-kind activiteiten en het aantal taalactiviteiten thuis. De laagstopgeleide ouders profiteerden het meest. De professionals zagen dat deze aandacht van ouders de kinderen blij maakte en meer open voor contact en gesprek. Een reden waarom professionals de aanpak ook na het onderzoek wilden doorzetten.

De studies die we presenteerden tonen hoopvolle resultaten. Het volgen van de zeven stappen van het programma Thuis in Taal blijkt te kunnen bijdragen aan succesvolle partnerschappen tussen professionals en (laagopgeleide) ouders om de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren. Dit vraagt een omslag in de praktijk. De theoretische principes die hier worden besproken blijken ook in andere contexten bruikbaar om die verandering te realiseren. Nieuwe ervaringen in de praktijk van een kinderopvangorganisatie en tientallen basisscholen in Rotterdam en elders in het land laten zien dat de stappen van het programma Thuis in Taal bijdragen aan het verbinden van school/opvang en thuis en het ondersteunen van de ouder-kind interactie. Bovenal leidt het tot enthousiasme over het samenwerken aan de ontwikkeling van kinderen en juist dit plezier is een groot goed. Een voorwaarde is steeds dat er langdurig ruimte wordt gemaakt voor de benodigde reflectie en ontwikkeling van professionals in hun praktijk, door vallen en opstaan en leren van elkaar. Er blijkt geen snelle oplossing te zijn om deze omslag te realiseren, maar wel Ă©Ă©n van lange adem.

Dit veranderingsproces vraagt inzet op verschillende niveaus. Van professionals vraagt dit bereidheid om een visie te ontwikkelen die de belangrijke rol van ouders in de taalontwikkeling van hun jonge

kind erkent en de wil op zoek te gaan naar de passende vorm om die gelijkwaardigheid in de samenwerking te realiseren. Dit betekent het loslaten van een visie die nadruk legt op de positie van (voor)school en die de rol van ouders vooral in het licht plaatst van het uitvoeren van het onderwijs van het kind. Om juist de laagopgeleide ouders van leerlingen te bereiken, kan maatwerk behulpzaam zijn. Dat kan door prioriteit te geven aan het verkennen van de taalomgeving thuis. Die kennis levert aanknopingspunten op om passende ouder-kind activiteiten aan te bieden die plezier opleveren tussen kind en ouder.

Van het management vraagt deze omslag in het werken met ouders dat zij de benodigde visieontwikkeling van professionals ondersteunen en zorgen voor verankering daarvan in het beleid. Ook kunnen zij zorgen voor de benodigde faciliteiten voor professionals, zoals extra uren voor professionalisering en ondersteuning bij het werken met ouders. Die versterking kunnen zij bieden door professionals te laten ondersteunen bij het werken met ouders, zoals door de inzet van een medewerker ouderbetrokkenheid, VVE-coach of schoolmaatschappelijk werker. Maar ook kunnen zij versterking zoeken met organisaties buiten de school, zoals de Bibliotheek of VoorleesExpress. Hierbij wordt steeds de focus van de professional gevolgd, die werkt volgens de zeven stappen.

Een belangrijke rol is ook weggelegd voor opleidingen, waar aankomende professionals al kunnen worden toegerust met de kennis over de rol van ouders in de taalontwikkeling van jonge kinderen en het bieden van educatie aan kinderen in nauwe samenwerking met ouders. Beleidsmakers kunnen deze ontwikkelingen helpen faciliteren door beleid te maken waarmee de omslag naar partnerschapsrelaties en de relatie met de taalomgeving thuis langdurig wordt gefaciliteerd en gestimuleerd. Hierbij is het steeds van belang om kennisgericht te werken en te zorgen dat zowel de groep leerlingen met laagopgeleide ouders als de professionals die hen begeleiden de aandacht krijgen die zij verdienen, met passende werkwijzen die toegesneden zijn op hun specifieke situatie en behoeften. Zo openen we een nieuwe deur om te werken aan meer gelijke kansen voor jonge kinderen.

Van der Pluijm, M. (2020). At Home in Language. Design and evaluation of a partnership program for teachers with lower-educated parents in support of their young children’s language development (proefschrift). Ridderprint.

Bron
Originele titel: At Home in Language. Design and evaluation of a partnership program for teachers with lower-educated parents in support of their young children’s language development
Auteur: Martine van der Pluijm
Publicatiedatum bron: 2020
Zoeken via kernwoorden

Professionele ontwikkeling in een context van diversiteit
Jan Peeters en Michel Vandenbroeck | 2015

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind Ă©n branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang