WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Autonomie kind | Publicatiedatum: 2020

Kern

‘Loose parts’ kunnen bijdragen aan de vrijheid en keuzemogelijkheden van kinderen om zelf hun spel vorm te geven. Losse spullen zijn geen speelgoed, het zijn materialen zonder gedefinieerd gebruik die naar eigen inzicht kunnen worden verplaatst, aangepast, gecontroleerd, gewijzigd en gemanipuleerd. Losse spullen zijn zonder instructies; integendeel, ze nodigen kinderen uit om hun eigen verbeelding en creativiteit te gebruiken en hun eigen spel vorm te geven. Dit geeft kinderen oneindig veel ‘affordances’, handelingsmogelijkheden. Van belang hiervoor is dat het materiaal veelzijdig, flexibel en complex is . De begeleiders kunnen hierbij de rol op zich nemen van ‘playworker’, die zorgt voor een uitdagende speelomgeving voor elk kind en zich zo weinig mogelijk mengt in het spel, om de ‘flow’ van de kinderen niet te verstoren. Kinderen zijn bij het gebruik van loose parts meer betrokken bij hun spel, en er ontstaat meer fantasiespel, sociaal spel, complex spel en risicovol spel.

Dit artikel geeft een verslag van een project in Parijs ten aanzien van het gebruik van ‘loose parts’, losse spullen en materialen om het spel van kinderen te verrijken. Hierbij wordt gerefereerd aan de Engelse ‘adventure playgrounds’ waar dit gebruikelijk speelmateriaal is en aan de rol van de playworker die het spel begeleidt en enkel interventies doet indien strikt noodzakelijk. 

De theorie van loose parts komt van Nicholson (1971): "In elke omgeving zijn zowel de mate van inventiviteit en creativiteit als de mogelijkheid van ontdekking, direct evenredig met het aantal en soort variabelen dat materiaal in zich heeft." Loose parts zijn dus losse, verwijderbare, draagbare, manipuleerbare, combineerbare objecten, zogenaamde ‘open materialen’ waarvan de functie en het gebruik niet zijn gedefinieerd of bepaald. Voorbeelden zijn zand, water, karton of houten planken, maar ook zaken als rioolbuizen, kabelrollen, bakstenen, dozen, autobanden. Deze spullen, ook wel ‘junk’, rotzooi genoemd, naar de ‘junk playgrounds’, zijn basic en rudimentair, en geven juist daardoor oneindige mogelijkheden. Dit noemt men ook ‘affordances’, gebruiksmogelijkheden, de oneindige variaties en acties die kinderen in een object herkennen en mee aan de slag gaan.

Dit past goed bij de opdracht van de ‘playworker’, een functie die in Engeland algemeen is in speeltuinen en naschoolse activiteiten: een omgeving verzorgen dat zoveel mogelijk tegemoetkomt aan de speelwensen en mogelijkheden van kinderen. In de rol van begeleider beperkt deze zijn bemoeienis met het spel, dat gezien wordt als ‘adulteration’, het vervalsen van het spel met de ideeën van de volwassene die het spel van het kind doet onderbreken en de ‘flow’ verhindert. 

In de uitvoering van het onderzoek werd er een speelcontainer geplaatst bij twee traditionele speeltuinen in buurten van Parijs waar weinig gespeeld werd. De containers werden gevuld met loose parts, waaronder kringloopspullen, tweedehandsspullen die geselecteerd en beoordeeld waren op speelwaarde en speelmogelijkheden.

De praktijk liet zien dat loose parts sommige kinderen even in verwarring brengt. Omdat de materialen geen echte functie hebben, krijgen ze pas context in het gebruik. Ze krijgen pas betekenis als er mee gespeeld wordt. Een van de kinderen zei tegen haar vrienden: "Ik weet niet wat we hier mee kunnen doen". Maar vervolgens was de tweede reactie creatief en eenvoudig, door er mee te spelen ontstond vanzelf een constructie of installatie. In zekere zin vragen loose parts om vastberadenheid van hun gebruikers, waarmee kinderen vanzelf en noodzakelijkerwijs de spullen zich toe-eigenen. 

Kinderen krijgen zo meer vrijheid en autonomie in hun spel. Met de spullen kunnen kinderen verzamelen, ruilen, spelen en elkaar uitdagen en soms min of meer subtiel stelen. Maar omdat de spullen telkens weer beschikbaar zijn, kunnen ze niet definitief in beslag worden genomen en nodigt het uit dat kinderen de speelvariaties van hun buren te observeren, te herhalen, zelf te bedenken en te reproduceren. Voor speelplekken die beperkte mogelijkheden hebben of nieuwe speelimpulsen kunnen gebruiken, zijn loose parts een innovatief en goedkoop alternatief die kinderen en begeleiders succesvol uitdaagt.

Bron
Originele titel: How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Auteur: Baptiste Besse-Patin
Publicatiedatum bron: 2018
Zoeken via kernwoorden

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000