WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Autonomie kind | Publicatiedatum: 2020

Kern

Dit artikel beschrijft de resultaten van interviews van 15 kinderen van 4 tot 12 jaar over de ervaringen die zij hebben in de kinderopvang die zij bezoeken, in Australië. Het welbevinden van kinderen hangt af van de mate van leeftijdsgebonden autonomie die kinderen krijgen. Over het algemeen ervaren zij minder autonomie in de kinderopvang dan thuis. Er wordt onderscheid gemaakt in welbevinden door plezier te hebben en zich te vermaken enerzijds en door keuzevrijheid, zelfwaardering en zich goed voelen anderzijds. Beide zijn van belang voor hen, de eerste door de aanwezigheid van speelgenootjes en materialen, de tweede door goed betrokken en geïnformeerd te worden. Hoe kinderen autonomie ervaren in de kinderopvang is mede afhankelijk van hun relatie met hun ouders, een goede uitleg van ouders over de noodzaak van en hoe de kinderopvang er in de praktijk uitziet, is hierbij van belang.
Kernwoorden

Er is weinig onderzoek over de ervaringen van kinderen zelf over hun welbevinden in de kinderdagopvang en naschoolse opvang. De meeste zijn gericht op de perceptie van professionals en ouders op het welbevinden van kinderen. In dit onderzoek wordt rekening gehouden met de eigen opvattingen en kennis van jonge kinderen, dat aansluit op een benadering vanuit de kinderrechten, het recht om een mening te geven. In dit onderzoek werden kinderen van 4 tot 12 jaar bevraagd in Australië. 

Uit een literatuurstudie over de evaluatie van het welbevinden door kinderen in het algemeen bleek dat zij vooral vrijheid/autonomie en de kwaliteit van relaties (met ouders, familie en vrienden) en de kwaliteit van de speelomgeving (thuis, school en buurt) centraal stellen in hun welbevinden. 

Bij het concept welbevinden wordt onderscheid gemaakt in welbevinden door plezier te hebben en zich te vermaken (hedonic well-being) enerzijds en door keuzevrijheid, zelfwaardering en zich goed voelen (eudaimonic well-being)anderzijds. Bij deze laatste zijn de drie elementen van de Self-Determination Theory van belang: autonomie, relatie en competentie, met name de individuele mogelijkheid voor kinderen om zelf keuzes te maken in wat zij goed vinden voor zichzelf. De interviews in dit onderzoek richten zich op eudaimonic well-being door het hanteren van drie elementen in de analyse: having (materialen), loving (kameraadschap) en being (zelf-realisatie en autonomie). De resultaten van het onderzoek betreffen: i) de voorkeur van kinderen voor autonomie; (ii) Het verlangen van kinderen naar eerlijkheid en het geïnformeerd voelen en (iii) invloed van ouder-kindrelaties op het welbevinden in de kinderopvang. Deze worden hierna kort toegelicht.

Het welbevinden van kinderen werd beïnvloed door de mate van autonomie die ze ervoeren. Kinderen vergeleken hun mate van autonomie in de kinderopvang vaak met de doorgaans grotere mate van autonomie die ze ervoeren als zij thuis door hun ouders worden verzorgd.

Het welbevinden van kinderen was ook afhankelijk van het zich goed geïnformeerd voelen over regels en hoe de kinderopvang voor hen was geregeld. De bekendheid met de regels in de perceptie van kinderen kwam duidelijk naar voren in hoe vaak ze uit zichzelf details hierover deelden in de interviews. In de mening van kinderen wordt benadrukt dat het effect van regels op het welbevinden van kinderen afhankelijk is van de vraag of kinderen regels en regelingen als eerlijk of noodzakelijk beschouwen.

Ten slotte werd het welbevinden van kinderen ook gevormd door hun relaties met hun ouders en de tijd die zij samen kunnen doorbrengen. Uit de frequente en betekenisvolle verwijzingen van kinderen naar hun ouders in de interviews bleek dat kinderen hun ouders zagen als hun belangrijkste verzorgers en dat ze vaak meer tijd met hen wensten.

Kernwoorden
Bron
Originele titel: Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Auteur: Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook
Publicatiedatum bron: 2019
Zoeken via kernwoorden

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000