WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Onderlinge interacties | Publicatiedatum: 2020

Kern

Dit artikel onderzoekt in hoeverre pedagogisch medewerkers groepsprocessen ondersteunen en hoe deze ondersteuning verband houdt met het prosociaal gedrag en de samenwerkingsvaardigheden van kinderen. Uit dit onderzoek blijkt dat pedagogisch medewerkers een lage tot matige ondersteuning van groepsprocessen laten zien. Verder wordt er een positieve relatie gevonden tussen de ondersteuning van groepsprocessen door pedagogisch medewerkers op- en het samenwerkend spel van kinderen. Als een hogere kwaliteit van groepsprocessen inderdaad kan leiden tot een sterkere betrokkenheid van kinderen bij samenwerkend spel, kan dit ook de effecten van kinderopvang op de sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen versterken.

Instrumenten om kwaliteit mee te meten zijn meestal gericht op de interacties tussen pedagogisch medewerker en kind, terwijl pedagogisch medewerkers dagelijks met groepen kinderen omgaan en kinderen met elkaar omgaan binnen groepssettings. Deze groepssettings bieden kinderen verschillende mogelijkheden om sociale en cognitieve vaardigheden te ontwikkelen, bijvoorbeeld om hun gedrag aan te passen aan de groep en om samen te werken in spel en werkjes. Spelen en samenwerken met leeftijdsgenoten hangt positief samen met de cognitieve en sociale competentie van kinderen. 

Dit artikel onderzoekt in hoeverre pedagogisch medewerkers groepsprocessen ondersteunen en hoe deze ondersteuning verband houdt met het prosociaal gedrag en de samenwerkingsvaardigheden van kinderen. Het artikel beschrijft dat de kwaliteit van interacties met leeftijdsgenoten in de kinderopvang belangrijk is, aangezien er samenhang blijkt te zijn tussen positieve interacties met leeftijdsgenoten en zowel sociale- als cognitieve ontwikkeling. Negatieve interacties met leeftijdsgenoten worden geassocieerd met een lager welzijn van kinderen.

Er worden een aantal studies aangehaald die de rol van de pedagogisch medewerker al hebben onderzocht. Daaruit komt naar voren dat specifiek kindgerichte social scaffolding (voor toelichting zie artikel Williams, 2010), inclusief het communiceren met jonge kinderen over de gevoelens en het gedrag van andere kinderen en het helpen van jonge kinderen om deel te nemen aan de groep, latere sociale competentie voorspelt. Verder wordt aangehaald dat het aanmoedigen van interacties tussen jonge kinderen door pedagogisch medewerkers in verband wordt gebracht met toegenomen prosociaal gedrag ten opzichte van leeftijdsgenoten. De ondersteuning van groepsprocessen door pedagogisch medewerkers houdt verband met een hoger niveau van samenwerkend spel tussen kinderen van 2 tot 4 jaar oud. Een hogere mate van samenwerking werd geassocieerd met een hoger cognitief functioneren, inclusief verbaal en sensomotorisch functioneren, en betrokkenheid. In het speciaal onderwijs voor jonge kinderen zijn verschillende onderzoeken gedaan naar interacties tussen leeftijdsgenoten en de bevindingen tonen aan dat de ondersteuning van interacties door leraren leidt tot een betere inclusie van kinderen met een handicap.

In het artikel meten de auteurs de mate van ondersteuning van groepsprocessen tijdens spelsituaties en dit bestaat uit de volgende indicatoren:

  • Organisatorische ondersteuning van groepsprocessen; de mate waarin de pedagogisch medewerker de groepsprocessen faciliteert, bijvoorbeeld door een groepsgeoriënteerd zitarrangement en een groepsactiviteit zoals een spel of activiteit waarbij de groep aan een groepsdoel of -taak werkt.
  • Groepssensitiviteit van de pedagogisch medewerker; de mate waarin de pedagogisch medewerker zich bewust is van (en reageert op) de behoeften van de groep kinderen en probeert alle kinderen in de groep te betrekken, bijvoorbeeld door de nadruk te leggen op het behoren tot de groep en door kinderen voortdurend te ondersteunen deel te nemen aan de activiteit met elkaar.
  • Ondersteuning van samenwerking; de mate waarin de pedagogisch medewerker actief het sociale bewustzijn en responsiviteit van kinderen ondersteunt.
  • Ondersteuning van prosociaal gedrag; de mate waarin de pedagogisch medewerker het prosociaal gedrag van kinderen ondersteunt, modelleert en aanmoedigt.
  • Ondersteuning van onderlinge spelregulatie; de mate waarin de pedagogisch medewerker kinderen ondersteunt bij het reguleren van elkaars spelgedrag.

Een pedagogisch medewerker met een hoge score op dit meetinstrument is iemand die de spelsituatie als een groepsactiviteit organiseert, zodat kinderen zich rondom de activiteit kunnen verzamelen en elkaar kunnen zien. De pedagogisch medewerker definieert een duidelijk gemeenschappelijk doel of taak, bijvoorbeeld door te zeggen "laten we samen de treinrails leggen". De pedagogisch medewerker is gevoelig voor de groep als team, legt de nadruk op het behoren tot de groep en probeert alle kinderen als groepsleden bij de activiteit te betrekken. Bovendien vestigt de pedagogisch medewerker de aandacht van de kinderen voortdurend op de acties van andere kinderen, ondersteunt zij positieve interacties en modelleert en beloont zij prosociaal gedrag en wederzijdse spelregulatie bij kinderen. Een pedagogisch medewerker met een lage waardering op dit meetinstrument is iemand die de setting voor een groepsactiviteit niet organiseert, bijvoorbeeld door de kinderen niet zo te plaatsen dat ze elkaar kunnen zien. De pedagogisch medewerker reageert niet als kinderen zich uit de groep terugtrekken. Hoewel de pedagogisch medewerker gevoelig kan zijn voor individuele kinderen, is zij niet gevoelig voor de groep als geheel. Interactie, prosociaal gedrag en onderlinge spelregulatie bij kinderen worden nauwelijks ondersteund.

In het onderzoek toonden pedagogisch medewerkers gemiddeld genomen een lage tot matige ondersteuning van groepsprocessen. Verder werd er een positieve relatie gevonden tussen de ondersteuning van groepsprocessen door pedagogisch medewerkers op en het samenwerkend spel van kinderen. Als een hogere kwaliteit van groepsprocessen inderdaad kan leiden tot een sterkere betrokkenheid van kinderen bij samenwerkend spel, kan dit volgens de auteurs ook de effecten van kinderopvang op de sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen versterken.

Bron
Originele titel: Using a group‐centered approach to observe interactions in early childhood education
Auteur: Saskia van Schaik, Paul Leseman en Mariëtte de Haan
Publicatiedatum bron: 2018
Zoeken via kernwoorden

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000