WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Risicovol spel | Publicatiedatum: 2021

Kern

Dit artikel beschrijft het ‘Riskci’-project van Hogeschool Leuven dat de risicoperceptie en risicocompetentie van kinderen wilde verbeteren door hen op school een intensief traject van risicovol spelen activiteiten aan te bieden. In dit onderzoek werd ervan uitgegaan dat de meeste kinderen risicocompetent zijn: zij kunnen zelf risico’s inschatten en de juiste afwegingen maken om zichzelf te beschermen. Bovendien werd ervan uitgegaan dat risicocompetentie van kinderen versterkt kan worden, mede door de rol die opvoeders hierin spelen. Deze pedagogische benadering van risicocompetentie is een belangrijke meerwaarde van het onderzoek. Twee klassen met kinderen van vier en van zes jaar kregen gedurende 3 maanden twee keer per week een uur risicovolle activiteiten, gebaseerd op de zes risky play categorieën van Sandseter. Uit de resultaten blijkt dat de risicocompetentie van kinderen verbeterde. Ook wordt ingegaan op de rol van de begeleiders die risicocompetentie tijdens het spelen kunnen waarnemen en kinderen hierin ondersteunen.

Dit onderzoek neemt als basis dat risicocompetentie en risicoperceptie van kinderen kan worden verbeterd als de leer- en speelomgeving hiertoe is ingericht. Dit werd getest door schoolkinderen gedurende drie maanden twee uur per week risicovolle activiteiten te laten doen, een daarvan in de gymzaal en een daarvan in de klas. De risicovolle activiteiten waren gebaseerd op de zes risky play categorieën van Sandseter (alleen spelen in de buurt van riskante elementen is buiten beschouwing gelaten). Voorbeelden van activiteiten zijn de timmerhoek, met naald en draad werken, fietsparcours, bouwspeelplaats, stoeispelen met fietsbanden, kookhoek met blender werken.

Volgens de onderzoekers is het belangrijk om de termen risicocompetentie en risicoperceptie goed te definiëren en deze worden daarom geciteerd. ‘Risicocompetentie is de competentie om in een riskante situatie de mogelijkheden te zien en de afweging te maken om er grensverleggend aan deel te nemen, ze te transformeren naar een meer aanvaardbare situatie (met inbegrip van stoppen van deelname) of helemaal niet deel te nemen, steunend op een reële inschatting van eigen ervaringen en capaciteiten en een reële risico-inschatting van de situatie.’ ‘Risicoperceptie is een subjectieve inschatting van de kans waarin een specifiek type van ongevallen gebeuren en hoe bezorgd we zijn over de consequenties. Risicoperceptie omvat de evaluatie van de kans op en de consequentie van een negatieve afloop.’ Risicoperceptie gaat dus over de waarneming en het afwegen alvorens iemand een beslissing tot aangaan van het risico neemt. Overigens blijft tijdens het handelen de risicoperceptie gaande om indien nodig het gedrag bij te stellen. In het onderzoek gaat het over situaties met een risico op een aanvaardbaar lichamelijk letsel versus het vooruitzicht op het plezier van de participatie. Risicoperceptie is daarmee onderdeel van het proces waarin men risicocompetentie ontwikkelt.

De evaluatie van de risicocompetentie gebeurde met zowel kwalitatieve als kwantitatieve meetinstrumenten. Met de risicoperceptietest werd met behulp van foto’s nagegaan of kinderen visueel-cognitief risico’s herkennen. Deze test kon, zelfs bij deze korte intensieve interventie, een verbetering van risicocompetentie meten. De Bonner vragenlijst (Vetter, 2008) werd voorgelegd aan leerkrachten en ouders waarbij leerkrachten een verbetering voor drie dimensies rapporteerden namelijk concentratie, conflictgevoeligheid en zelfwaardegevoel. Tot slot zijn er observaties uitgevoerd, via videobeelden van twee risicovolle speelsituaties waarbij indicatoren zijn gebruikt als ‘vraagt enkel hulp indien echt nodig’, vertoont ‘opwindingsverhogende strategieën’ en ‘ziet gevaar (voor zichzelf of anderen) en past gedrag aan’.

Conclusie uit de resultaten van de instrumenten is dat de risicocompetentie kan toenemen als er sprake is van een rijk risicovol spelen aanbod. Het positieve effect is zowel te zien volgens de risicoperceptietest als de Bonner vragenlijst. Een korte interventie zoals in dit onderzoek toegepast kan dus de risicocompetentie van jonge kinderen verbeteren.

Een andere opbrengst was dat door de risicovol spelen activiteiten de leerkrachten andere competenties zien bij kinderen en de relatie tussen leerkracht en kind positief beïnvloed werd. Tevens zorgde de coaching van leerkrachten ervoor dat zij risicocompetentie tijdens het spelen leerden zien en dat zij kinderen hierbij adequaat konden ondersteunen. Een van de voorwaarden hiervoor is dat leerkrachten hun eigen angsten en projecties op kinderen moeten overwinnen zodat zij risicocompetentie van kinderen kunnen stimuleren en helpen ontwikkelen.

 

Lavrysen, A., Bertrands, E., Leyssen, L., Smets, L., Vanderspikken, A., & De Graef, P. (2017). Risky-play at school. Facilitating risk perception and competence in young children. European Early Childhood Education Research Journal, 25(1), 89-105.

Vrije download: https://lirias.kuleuven.be/retrieve/370669

Gebaseerd op het Riskci onderzoeksproject van Hogeschool Leuven, eindrapport: https://studylibnl.com/doc/741903/eindrapport-pwo-project-riscki-final

Bron
Originele titel: Risky-play at school. Facilitating risk perception and competence in young children
Auteur: Ann Lavrysen, Els Bertrands , Leene Leyssen , Lieve Smets , Anja Vanderspikken en Peter De Graef
Publicatiedatum bron: 2017
Zoeken via kernwoorden

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind én branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang