WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Pedagogische kwaliteit | Publicatiedatum: 2020

Kern

Vermeer en Groeneveld laten zien dat baby’s zowel thuis als in de kinderopvang baat hebben bij een sensitieve opvoeding in een emotioneel en fysiek veilige en stimulerende omgeving. Sensitieve responsiviteit speelt een belangrijke rol bij het bieden van emotionele veiligheid – het is een van de belangrijkste kenmerken van kwalitatief goede kinderopvang. Aan de hand van verschillende kwaliteitsindicatoren beschrijven de auteurs wat er bekend is over de kwaliteit van de babyopvang. Daarbij maken ze onderscheid tussen algemene proceskwaliteit, opvoeder-babyinteracties en maten die het welbevinden van kinderen weergeven. De kwaliteit van de interacties (waar sensitieve responsiviteit onderdeel van uitmaakt) is volgens Vermeer en Groeneveld de belangrijkste indicator van kwalitatief goede kinderopvang. De auteurs merken verder op dat er nog veel lacunes zijn in de kennis over de kwaliteit van de babyopvang.

Vermeer en Groeneveld schreven een hoofdstuk over de kwaliteit van de babyopvang. Dat hoofdstuk start met de elementen die van belang zijn voor de ontwikkeling van baby’s in het algemeen en in de kinderopvang in het bijzonder. De auteurs richten zich daarbij specifiek op de gehechtheidstheorie, op de theorie van omgevingschaos en op epidemiologische gezondheidsstudies over baby’s in de kinderopvang.

De auteurs benadrukken dat volwassenen niet alleen een directe invloed hebben op het welbevinden en de ontwikkeling van het kind, maar ook een indirecte: zij creëren de voorwaarden waaronder baby’s met hun omgeving kunnen interacteren en ze kunnen eventuele obstakels voor een gezonde ontwikkeling wegnemen. Met andere woorden, juist voor baby’s, die nog volledig afhankelijk zijn van volwassenen, is de opvoeder in de kinderopvang een centrale spil.

Kwalitatief goede kinderopvang kan volgens de auteurs worden gedefinieerd als opvang die kinderen veiligheid biedt, hun persoonlijke en sociale competentie bevordert en hen regels, normen en waarden bijbrengt (Juffer & Vermeer, 2011). Het bieden van een gevoel van veiligheid is de meest basale doelstelling voor alle vormen van kinderopvang, zeker als het gaat om baby’s. Want pas als baby’s zich emotioneel veilig voelen, zijn zij in staat tot exploratie en ontwikkeling.

De auteurs maken een onderscheid tussen een emotioneel veilige omgeving, een stimulerende omgeving en een fysiek veilige omgeving. Sensitieve responsiviteit, ofwel de mate waarin opvoeders de signalen van een kind goed opvangen en hier prompt en adequaat op reageren, speelt een belangrijke rol bij het bieden van emotionele veiligheid. In de ogen van de auteurs is dit een van de belangrijkste kenmerken van kwalitatief goede kinderopvang. De auteurs formuleren twee voorwaarden die het voor professionele opvoeders in de kinderopvang mogelijk maken om sensitief op baby’s te reageren:

  1. Baby’s hebben regelmatig één-op-één contact met de opvoeders.
  2. Er is stabiliteit van vaste sensitieve opvoeders.

Onder een stimulerende omgeving verstaan de auteurs onder andere een taalrijke omgeving en een aanbod van leeftijdsadequate materialen en activiteiten die de ontwikkeling van kinderen bevorderen. De auteurs geven aan dat ook de fysieke omgeving van belang is voor een optimale ontwikkeling van de kinderen. Het gaat dan om een breed scala aan elementen uit de fysieke omgeving waarvan verondersteld wordt dat deze van invloed zijn op het welbevinden en de ontwikkeling van baby’s. Zoals: gezondheids- en veiligheidspraktijken, een rustige omgeving zonder veel geluiden en in- en uitgeloop en afscherming van gevaarlijke materialen.

Vermeer en Groeneveld onderscheiden drie indicatoren voor het meten van de kwaliteit: algemene proceskwaliteit (het feitelijke zorg- en opvoedingsproces), opvoeder-babyinteracties en maten die het welbevinden van kinderen weergeven.

Algemene proceskwaliteit omvat kenmerken als de inrichting van de ruimte, het gebruik van materialen, persoonlijke zorg, interacties tussen staf en kinderen en kinderen onderling, taal, activiteiten en het dagprogramma. Ook omgevingschaos, waaronder geluid, scharen de auteurs onder algemene proceskwaliteit.

Bij kwaliteit van interacties, volgens de auteurs de belangrijkste indicator van kwaliteit, wordt gekeken naar de interactievaardigheden: sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, structureren & grenzen stellen, praten & uitleggen, ontwikkelingsstimulering en begeleiden van interacties.

Bij welbevinden wordt gekeken naar emotioneel welbevinden, gezondheid en fysiologische stress.

Bron
Originele titel: Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Auteur: Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld
Publicatiedatum bron: 2017

Gerelateerde bronnen pedagogische kwaliteit

Zoeken via kernwoorden

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000