WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Risicovol spel | Publicatiedatum: 2021

Kern

In dit artikel worden de resultaten gepresenteerd van hoe ‘loose parts’, losse spullen en materialen het risicovol spelen van kinderen beĂŻnvloeden. Loose parts zijn geen speelgoed maar spullen waar kinderen wel mee kunnen spelen, bijvoorbeeld banden, planken, kratjes en kabelrollen. Het zijn materialen zonder gedefinieerd gebruik die door kinderen zelf kunnen worden verplaatst, aangepast, gecontroleerd, gewijzigd en gemanipuleerd. Het onderzoek is uitgevoerd in een kinderdagopvang met kinderen van drie tot vier jaar. Uit de resultaten blijkt dat zowel vaste speelelementen, losse spullen als weerskenmerken mogelijkheden bieden tot risicovol spelen. Loose parts zorgen ervoor dat kinderen het risiconiveau zelf kunnen aanpassen aan hun huidige vaardigheden en zorgen daarmee voor de ontwikkeling van risicocompetentie. Het artikel bevat vele foto’s van hoe kinderen met loose parts ervaringen kunnen opdoen in de diverse categorieĂ«n van risicovol spelen.

‘Loose parts’, in dit artikel consequent ‘loose materials’ genoemd, zijn losse spullen en materialen, dat geen speelgoed is maar waar kinderen wel mee kunnen spelen. Het gaat om banden, planken, kratjes, kabelrollen en andere materialen die vaak kosteloos of tegen beperkte kosten zijn te verkrijgen. Loose parts zijn materialen zonder gedefinieerd gebruik die door kinderen zelf kunnen worden verplaatst, aangepast, gecontroleerd, gewijzigd en gemanipuleerd. Het doel van de studie was of het introduceren van loose parts bij kinderdagverblijven de handelingsmogelijkheden, ‘affordances’ van kinderen zouden vergroten en daarmee risicovol spelen mogelijk maken. Tevens werd gekeken of dit het geval was voor vaste speelelementen en weerskenmerken. De theorie van affordances van Gibson stelt dat de fysieke omgeving bepaalde acties en gedrag uitnodigt of ‘verschaft’ (een mogelijke vertaling van ‘afford’). Hierbij geldt dat niet alleen de speelomgeving de handelingsmogelijkheden bepaalt, maar ook individuele kenmerken van het kind zoals lichaamsgrootte, kracht, vaardigheden en aanleg. Speelkenmerken van de omgeving worden beschreven in termen van functie (klimbaar) in plaats van vorm (een boom). In dit onderzoek wordt gekeken in hoeverre de speelomgeving kenmerken heeft om specifiek risicovol spelen mogelijk te maken, bijvoorbeeld klimbaar, balanceerbaar, grijpbaar en verplaatsbaar, afspringbaar, glijbaar, renbaar, zwaaibaar. 

Er zijn gedurende twee maanden observaties uitgevoerd in een kinderdagverblijf in Noorwegen, waarbij 100 uur is geobserveerd gedurende 33 dagen. De locatie was gekozen vanwege de grote buitenruimte met veel risky play mogelijkheden. Van 28 kinderen van drie en vier jaar is het spelen bekeken en genoteerd op observatieformulieren, daarnaast zijn er voor video-opnamen 10 kinderen, vijf jongens en vijf meisjes geselecteerd. Of risicovol spelen plaatsvond werd beoordeeld aan de hand van drie criteria. De definitie van risicovol spelen geeft aan dat er sprake moet zijn van een kans op bezering. Daarnaast werd naar drie dingen gekeken, de lichaamshouding, eventuele verbale uitingen en de gezichtsuitdrukking die het kind laat zien. Aan de hand daarvan werd bepaald of er sprake was van opwinding, angst, of een combinatie van opwinding en angst op hetzelfde moment. Tot slot werd het spelen gecategoriseerd binnen een van de zes categorieĂ«n van risicovol spelen. De data werden geanalyseerd met behulp van thematische analyse.

In de uitkomsten zijn de functies van de speelomgeving ingedeeld in vaste speelelementen, verplaatsbare materialen en weerskenmerken. Een heuvel is bijvoorbeeld een vast element, sneeuw is een weerskenmerk en een slee is een verplaatsbaar element. Alle drie de functies gaven mogelijkheden tot risicovol spelen. Vaste elementen gaven de mogelijkheid tot risico in alle categorieĂ«n behalve riskante gereedschappen. Het vaste element dat risicovol spelen het meest stimuleerde waren de ‘wood rounds’, de kabelrollen die een vaste plek hebben op het speelplein en niet door kleine kinderen kunnen worden verplaatst. Bij deze kabelrollen gebruikten kinderen vaak loose parts zoals planken, om van de ene kabelrol naar de andere te kruipen of lopen. Weerskenmerken zoals sneeuw, vorst, ijs zijn belangrijke elementen om te zorgen voor risicovolle speelmogelijkheden als snelheid en ruig spelen. En dit terwijl het weer vaak door ouders en professionals als argument wordt gebruikt om niet te gaan buitenspelen vanwege de risico’s.

Uit de resultaten komt naar voren dat loose parts gevarieerd, creatief en uitvoerig risicovol spel stimuleerden. Tevens zorgden deze materialen ervoor dat kinderen het risiconiveau zelf kunnen aanpassen aan hun huidige vaardigheden wat bijdraagt aan de versterking van risico-competentie. Een bijkomstigheid is dat loose parts goedkoper zijn dan vaste speeltoestellen, in dit geval waren ze gratis verkregen bij de lokale middenstand. Omdat geld vaak een obstakel is in het faciliteren van risicovol spelen, kunnen loose parts hierin een belangrijke rol spelen, ook omdat uit eerder onderzoek naar voren komt dat het spelen met loose parts ook meerwaarde heeft op andere gebieden zoals dramaspel, constructiespel, coöperatief spel en creatief spel. Loose parts werden gebruikt op alle risicovol spelen categorieĂ«n en hebben dus een grote potentie in zich om als gratis of goedkope materialen dit soort spel te stimuleren en daarmee ook de lichamelijke activiteit van kinderen te verhogen.

Het artikel bevat dertien foto’s die een goed beeld geven van de mogelijkheden tot de verschillende categorieĂ«n risicovol spelen met vaste speelelementen, loose parts of de weerskenmerken.

Obee, P., Sandseter, E. B. H., & Harper, N. J. (2020). Children’s use of environmental features affording risky play in early childhood education and care. Early Child Development and Care, 1-19.

Vrij downloadbaar via Researchgate: https://www.researchgate.net/publication/339230237_Children's_use_of_environmental_features_affording_risky_play_in_early_childhood_education_and_care

 

Bron
Originele titel: Children’s use of environmental features affording risky play in early childhood education and care
Auteur: Patricia Obee, Ellen Beate Hansen Sandseter en Nevin J. Harper
Publicatiedatum bron: 2020
Zoeken via kernwoorden

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind Ă©n branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang