Ieder kind is van nature gericht op groei. Het ervaren van autonomie is daarbij een basisbehoefte en daarmee een voorwaarde voor optimale ontwikkeling. Het respecteren van de autonomie van het kind is dan ook een van de zes gedefinieerde interactievaardigheden die pedagogisch professionals in hun dagelijkse handelen inzetten. Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee? De ontwikkelingsopgave voor het kind met betrekking tot autonomie is dat het verantwoordelijk wil en kan zijn voor het eigen handelen. Dit is het vertrekpunt voor de werkdefinitie van het Expertisecentrum Kinderopvang:

Onder autonomie verstaan we dat het kind van nature het verlangen heeft om op basis van eigen vrije keuze te handelen. Het kind is eigenaar van zijn eigen ontwikkelingsproces. 

Doordat de pedagogisch professional ruimte en richting geeft, ontwikkelt het kind zich en houdt het kind in toenemende mate rekening met wat goed is voor zichzelf, de ander en de planeet. 

De opvoeder heeft hierbij een belangrijke rol: Het ervaren van autonomie door het kind vindt namelijk mede plaats binnen de relatie met de opvoeder. De opvoeder geeft kinderen ruimte en vrijheid door:

  • een basishouding te hebben waarin er vertrouwen is in de competenties en veerkracht van het kind. Kinderen hebben van jongs af aan de capaciteit om te gaan met tegenslag en te herstellen van stresssituaties in het spel. Het zelfvertrouwen dat zij hierdoor opdoen, stelt hen in staat om steeds nieuwe ontdekkingen en ervaringen op te doen, die hun veerkracht vervolgens verder vergroten. 
  • een autonomie-ondersteunende opvoedingsstijl: het bieden van vrije keuzes, het aanmoedigen en waarderen van zelfinitiatief, het afstemmen op interesses en afgestemde, niet-opdringerige communicatie. Deze stijl is verweven door al het handelen van de pedagogisch professional. 
  • ontvankelijk te zijn voor het perspectief, de motieven, gevoelens en behoeften van elk individueel kind. Deze pedagogische sensitiviteit betekent het goede willen doen, op het juiste moment, bij dít kind in deze situatie. Hiervoor is het nodig om heel goed, respectvol en zonder vooroordeel te kijken en te luisteren naar en te praten met het kind; ieder kind heeft andere behoeftes. Deze ontvankelijkheid vertaalt zich in het afstemmen van lichamelijk contact op de behoefte van het kind, het geven van bewegingsvrijheid en jezelf niet opdringen. 
  • het belang van het proces voorop te stellen in plaats van een ‘eindproduct’; kinderen krijgen de ruimte om zelf hun spel of hun bezigheid vorm te geven. Ze volgen daarbij hun eigen ideeën, ingevingen en interesses. 
  • het creëren van een (speel-)omgeving waarin kinderen de gelegenheid krijgen vrij en uitdagend (ook wel genoemd risicovol) spel zelf vorm te geven. Voor ieder kind zijn er passende speelmogelijkheden, onder meer door de aanwezigheid van veelzijdige, complexe ‘open’ materialen. Denk aan zogenaamde ‘loose parts’: losse spullen en materialen - geen speelgoed - zonder gedefinieerd gebruik, die kunnen worden verplaatst, aangepast, gecontroleerd, gewijzigd en gemanipuleerd. Van belang is ook dat de speelomgeving regelmatig wordt vernieuwd; kinderen worden aangetrokken tot het nieuwe en hebben een eindeloze variatie van verschillende speelactiviteiten nodig.
  • de visie en het handelen af te stemmen met collega’s, ouders en leidinggevenden en deze vast te leggen in het pedagogisch beleid. Wat betreft ouders is het belangrijk dat pedagogisch professionals zich ervan bewust zijn dat er verschillen bestaan tussen ouders in de opvattingen en houding ten aanzien van autonomie. Wat betekent dat er ook verschillen kunnen zijn tussen de kinderopvang en de thuissituatie. 

Het ervaren van autonomie door kinderen versterkt hen op meerdere vlakken: betrokkenheid, intrinsieke motivatie, zelfvertrouwen en eigenwaarde, risicocompetentie, veerkracht en weerbaarheid, zelfstandigheid, sociale verantwoordelijkheid, en zelfkennis. Het respecteren van de autonomie is dan ook een van de opvoedingsopgaves voor de pedagogisch professionals: Zij vragen zich voortdurend af op welke wijze ruimte gegeven kan worden voor de autonomie van het kind. 

Hoe is de werkdefinitie tot stand gekomen?
Na een uitgebreide screening van de literatuur heeft de betrokken onderzoeker een concept-werkdefinitie geformuleerd, die vervolgens is voorgelegd aan het ontwikkelteam. Na diverse gesprekken is het ontwikkelteam uiteindelijk gekomen tot de werkdefinitie zoals deze hierboven beschreven staat.

Praktijkvoorbeelden gezocht

We zijn op zoek naar aansprekende voorbeelden uit de praktijk.
Wil jij een voorbeeld uit jouw eigen praktijk aandragen?

Vul dan alsjeblieft het contactformulier in en we nemen snel contact met je op!

Voorbeeld aandragen

Ontwikkelteam

Autonomie kind

Pedagogisch professional: Larissa Barten, De Geheime Tuin; Georgette Boehmer, Wonderland kinderopvang; Marieke Grijpink, SWKgroep; Linda Gul, Kinderopvang Mundo; Anita Hoeven, Okidoki kinderopvang; Simone den Hollander, GO-kinderopvang; Suzanne Plaisier, SDK-kinderopvang; Elise Rip, De Regenboog; Marloes Sonder, Humankind; Rosemarie Wesseling, Partou

Wetenschapper: Martin van Rooijen, Universiteit voor Humanistiek

Tools
Autonomie tijdens verschoonmoment
Tools
Interventieladder
Tools
Hoe respecteer je de autonomie van baby's
Tools
Hoe pm-ers te betrekken
Tools

Wetenschappelijke bronnen

×

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?

Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare

Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations

Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris

Baptiste Besse-Patin | 2018

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare

Ine van Liempd | 2018

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators

Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming

Gert Biesta | 2015

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do

Max van Manen | 2014/2015

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts

UN Committee on the Rights of the Child | 2013

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior

Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000