WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Risicovol spel | Publicatiedatum: 2021

Kern

Risicovol spelen versterkt kinderen op meerdere vlakken, onder andere zelfvertrouwen, creativiteit en zelfstandigheid. In deze studie werd onderzocht hoe risicovol spelen bijdraagt aan het welbevinden, betrokkenheid en fysieke activiteit van kinderen. In acht kinderopvanglocaties in Noorwegen werden tijdens het vrije spelen video-opnames gemaakt. De resultaten geven aan dat zowel welbevinden, betrokkenheid als fysieke activiteit positief werden beïnvloed door en tijdens het risicovol spelen. Interessant was ook dat kinderen twaalf procent van de geobserveerde tijd besteedden aan risicovol spelen, wat betekent dat dit soort spel populair is onder kinderen. En dat dit een groot aandeel is, ondanks dat er belemmeringen bestaan om risicovol spelen te faciliteren en te begeleiden. Geconcludeerd wordt dat de kinderopvang een zeer geschikte omgeving is om door spelen te leren en te ontwikkelen en dat risicovol spelen hier een belangrijke bijdrage aan kan leveren.

De auteurs schrijven in de inleiding dat de kinderopvang wordt geacht om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren. De insteek is daarbij niet gericht op ‘leren’, maar op het opdoen van ervaringen ten behoeve van het welbevinden, sociale competenties en emotionele en cognitieve ontwikkeling. Volwassenen maken zich zorgen of het opdoen van deze ervaringen wel voldoende is voor de ontwikkeling van kinderen en om hen goed voor te bereiden op de schooltijd. Vanuit het perspectief van het kind staat de ervaring wel centraal, zij houden zich vooral bezig met de waarde van het hier en nu tijdens de opvang. In dit onderzoek wordt gekeken naar de versterking van het welbevinden, betrokkenheid en lichamelijke activiteit omdat deze essentieel zijn voor positieve ervaringen in de kindertijd. Er wordt gemeten in hoeverre de mogelijkheden tot risicovol spelen bijdragen aan deze drie elementen.

Acht kinderopvangorganisaties deden mee aan het onderzoek, bij elke locatie werden willekeurig vijf meisjes en vijf jongens geselecteerd voor de video-observaties. Deze waren drie tot ruim vijf jaar oud, gemiddeld 4,7 jaar, en er werden op elke locatie een week lang observaties uitgevoerd. Van elk kind werden zes opnames van twee minuten gemaakt tijdens het vrij spelen binnen of buiten, verdeeld over de dag. Bij elke organisatie werd een professional gevraagd de opnames te maken zodat kinderen dit logisch vonden en accepteerden. Dit gebeurde met een Go-pro camera en dichtbij genoeg zodat het praten, lichaamstaal en gezichtsuitdrukking kon worden herkend.

In de analyse is voor het welbevinden de Leuven Well-being Scale en voor betrokkenheid de Leuven Involvement Scale gebruikt, beiden van Laevers en bekend binnen kinderopvang onderzoek wereldwijd, ook in Nederland. Om de lichamelijke activiteit te meten is een bekende methodiek gebruikt die op een 5-puntsschaal de intensiteit van bewegen waardeert. Daarnaast werd risicovol spelen gecodeerd en in een van de acht categorieën ingedeeld.

Uit de analyse volgt dat kinderen twaalf procent van de geobserveerde tijd besteedden aan risicovol spelen. Risicovol spelen werd het meeste gerelateerd aan de verhoging van lichamelijke activiteit, gemiddeld ging het energieverbruik één schaalpunt omhoog bij dit soort spel. Het bevorderen van risicovol spelen is dus het bevorderen van lichamelijke activiteit en dus de gezondheid van kinderen. Dit weegt op tegen het mogelijke gezondheidsnadeel, een eventueel letsel door het aangaan van risico’s. Het welbevinden van kinderen gaat ook omhoog tijdens het risicovol spelen, met gemiddeld 0,6 schaalpunt, wat betekent dat zij plezier ervaren bij het opzoeken van hun grenzen. Een verklaring hiervoor kan zijn dat kinderen zelf kiezen voor risicovol spelen en dat dit dus hun autonomie vergroot. Daarnaast draagt het bij aan het zelfvertrouwen en versterkt het vriendschappen, beiden onderdeel van welbevinden. Tot slot was tijdens het risicovol spelen de betrokkenheid groter dan tijdens ander spel, gemiddeld 0,5 schaalpunt. Risicovol spelen is intens en intensief, vereist aandacht, en gebeurt altijd onder de voorwaarden die het kind zelf stelt, wat allemaal te relateren is aan een grotere betrokkenheid. Omdat het ook focus en de vaardigheid om diverse strategieën in te zetten vereist, faciliteert dit het leren en ontwikkelen van het kind.

De resultaten van deze studie geven aan dat risicovol spelen kan bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen op gebieden die in de kinderopvang van belang worden geacht. Beperkingen op het vrij spelen van kinderen uit overwegingen van veiligheid en bescherming zouden moeten afgewogen worden tegen het plezier en de positieve ervaringen en effecten die risicovolle, spannende en uitdagende speelmogelijkheden met zich meebrengen. 

Sando, O. J., Kleppe, R., & Sandseter, E. B. H. (2021). Risky Play and Children’s Well-Being, Involvement and Physical Activity. Child Indicators Research, 1-17.

Vrij te downloaden via: https://www.researchgate.net/publication/349368714_Risky_Play_and_Children's_Well-Being_Involvement_and_Physical_Activity

Bron
Originele titel: Risky Play and Children's Well-Being, Involvement and Physical Activity
Auteur: Ole Johan Sando, Rasmus Kleppe en Ellen Beate Hansen Sandseter
Publicatiedatum bron: 2021
Zoeken via kernwoorden

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind én branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang