Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Samenwerking met ouders | Publicatiedatum: 2021

Kern

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de sociaalecologische theorie, waarbij de ontwikkeling van kinderen wordt bestudeerd vanuit de wisselwerking met de omgeving. De primaire leefwereld waarin kinderen opgroeien is het gezin. Gaandeweg komen daar kinderopvang en school bij, het tweede leefmilieu, en spelen de buurt en andere netwerken een rol als leefmilieu. Deze verschillende leefwerelden (microsystemen) hebben invloed op de ontwikkeling van het kind, evenals de factoren die deze leefwerelden meer op afstand beĂŻnvloeden, zoals het netwerk en de bezigheden van ouders (exo-systeem) of de maatschappelijke omgeving met bepaalde normen en waarden (macro-systeem). De verbinding tussen leefwerelden is van grote betekenis voor de ontwikkeling van kinderen. Verbinding vindt plaats door afstemming van het pedagogisch handelen door opvoeders (meso-systeem). Deze theorie is relevant voor professionals in de kinderopvang omdat hij professionals helpt hun verhouding tot kinderen en de thuisomgeving te begrijpen en van daaruit aanknopingspunten te kiezen voor samenwerking met ouders.

Dit artikel bevat een recente uitwerking van het oorspronkelijke sociaalecologische model uit 1983. Het artikel laat zien hoe onderzoekers vanuit een sociaalecologische invalshoek de menselijke ontwikkeling bestuderen en hoe dit denken zich op basis van onderzoek heeft ontwikkeld in de loop van de tijd. Een rode draad is dat het model zich steeds verder heeft ontwikkeld wat betreft de breedte van de focus. Waar in de beginsituatie vooral het bestuderen van de omgeving centraal stond, is er steeds meer aandacht voor onderzoek naar het complexe samenspel tussen kind-eigenschappen, invloeden van nabij en op afstand en context en tijd.

De sociaalecologische theorie plaatst de ontwikkeling van kinderen in een breed perspectief, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen verschillende leefwerelden waarin kinderen opgroeien en indirecte invloeden. De primaire leefwereld waarin kinderen opgroeien is het gezin. Gaandeweg komen daar kinderopvang en school bij, het tweede leefmilieu, en spelen de buurt en andere netwerken een rol als leefmilieu. Deze verschillende leefwerelden (microsystemen) hebben invloed op de ontwikkeling van het kind. Er zijn ook andere factoren die deze directe leefwerelden meer op afstand beĂŻnvloeden, zoals het netwerk en de bezigheden van ouders (exo-systeem) of de maatschappelijke omgeving met bepaalde normen en waarden (macro-systeem). Een factor die zeer relevant is voor de kinderopvang en onderwijs is dat het model ook het belang toont van de verbinding tussen leefwerelden. Die relatie is grote betekenis voor de ontwikkeling van kinderen, waarbij afstemming plaatsvindt van het pedagogisch handelen door opvoeders (meso-systeem). In dit artikel worden de richtinggevende begrippen van de sociaalecologische theorie besproken

(proces, persoon, context en tijd) en hoe deze factoren met elkaar interacteren. Ook wordt een blik op de toekomst uitgewerkt met suggesties hoe het sociaalecologische model van betekenis kan zijn om de menselijke ontwikkeling beter te begrijpen.

Deze theorie is nog altijd actueel en zeer relevant voor professionals in de kinderopvang. Het model helpt professionals hun verhouding tot kinderen en de thuisomgeving te begrijpen en van daaruit de juiste aanknopingspunten te kiezen voor de samenwerking met ouders.

Bronfenbrenner, U. & Morris, P.A. (2006). The bioecological model of human development. In: R.M. Lerner and W.E. Damon (eds). Handbook of Child Psychology: Vol 1, Theoretical Models of Human Development, Sixth Edition (pp. 793-828). John Wiley and Sons.

Bron
Originele titel: The bioecological model of human development.
Auteur: Urie Bronfenbrenner en Pamela Morris
Publicatiedatum bron: 2006
Zoeken via kernwoorden

Professionele ontwikkeling in een context van diversiteit
Jan Peeters en Michel Vandenbroeck | 2015

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind Ă©n branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang