Prins stelt dat kinderopvang en onderwijs vaak onderschatten hoezeer buitenspelen bij kan dragen aan de ontwikkeling van kinderen. Onderzoeken tonen aan dat de natuur positief bijdraagt aan de mentale gezondheid van kinderen, fysieke activiteit en ongestructureerd spel, wat gunstig is voor de cognitieve, sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling. Toch ontbreekt inzicht in hoe en waarom deze voordelen optreden.
Natuurlijke omgevingen
In een systematische review van 28 kwalitatieve studies (N = 998 kinderen) onderzoekt Prins de waarde van spelen in natuurlijke omgevingen voor jonge kinderen (2-8 jaar). Natuurlijke speelomgevingen bieden unieke mogelijkheden aan kinderen, zoals interactie met levende en niet-levende elementen (planten, dieren, water, rotsen) en met veranderlijke elementen zoals weer en seizoenen. Ook nodigt de natuur uit tot creativiteit en exploratie door losse materialen zoals stokken, zaden en veren. De meeste studies in de review tonen aan dat de speelkwaliteit van kinderen samenhangt met deze kenmerken. Prins onderscheidt daarin drie thema’s:
Thema 1: Aspecten van speelkwaliteit: spelhandelingen, spelattitude en cognitief spel
Kinderen vertonen in natuurlijke omgevingen meer variatie in spel. Op niet natuurlijke speelplaatsen komt vooral bewegingsspel voor, terwijl natuurlijke speelplaatsen ook uitlokken tot constructiespel en rollenspel. Daarnaast ervaren kinderen op natuurlijke speelplaatsen een hogere mate van welzijn. Kinderen rapporteren veel plezier, en nemen meer risico's tijdens het spelen. Bovendien leidt de natuurlijke omgeving tot langere speelduur en verhoogde betrokkenheid. Ten slotte blijkt een natuurlijke speelplaats een positief effect te hebben op cognitieve ontwikkeling: kinderen laten meer exploratief gedrag zien, meer probleemoplossend vermogen en creativiteit. Ook zijn er relaties met betere academische vaardigheden en taalgebruik.
Thema 2: Speelaspecten van een natuurlijke omgeving
De hogere speelkwaliteit hangt samen met specifieke aspecten van de natuurlijke omgeving. Zo is er een overvloed aan losse materialen (bijv. stokken, bladeren) in tegenstelling tot schaarste aan materialen op niet-groene speelplaatsen. Deze materialen stimuleren constructiespel, maar ook verbeelding in rollenspel. Daarnaast wekt het levende karakter van de natuur nieuwsgierigheid en verwondering op. De natuur is steeds in verandering en beïnvloedt zo het spel: de natuur ‘speelt terug’.
Thema 3: Interacties tussen professional en kind
Enkele studies onderzochten de invloed van de professional op de speelkwaliteit. Bij een hands-off benadering laten kinderen meer risicovol en sociaal-dramatisch spel zien, terwijl een hands-on benadering de aandacht van kinderen richt op speelobjecten en feitelijke informatie. De natuurlijke omgeving ondersteunt professionals om positief gedrag van kinderen te observeren en waarderen. Professionals die meer affiniteit hebben met de natuur, zijn beter in staat om kinderen in verbinding te brengen met de natuurlijke omgeving door te balanceren tussen initiatief van het kind en van henzelf. Deze professionals spelen ook in op de ‘agency’ van de natuur.
Conclusies
Hoewel de review alleen gebaseerd is op kleinschalige en kwalitatieve studies, wijzen de studies wel in dezelfde richting. Spelen in een natuurlijke omgeving bevordert de fysieke, sociaal-emotionele, motorische en cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen. Natuurlijke omgevingen fungeren als speelpartners, die interactief spel verrijken. Prins stelt dat professionals kinderen moeten ondersteunen bij het verkennen van de natuur en dat spelen in de natuur moet worden erkend als een fundamentele behoefte en recht van kinderen.