WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Pedagogische kwaliteit in een verticale groep | Publicatiedatum: 2021

Kern

Deze studie heeft gekeken naar het bevorderen van fysieke activiteit in vier kinderopvangcentra in Maastricht. Fysieke activiteit op jonge leeftijd is gerelateerd aan meerdere positieve uitkomsten waaronder motorische ontwikkeling, welbevinden en een gezond gewicht nu en later. Uit een kwalitatieve analyse van interviews met pedagogische medewerkers bleek dat zij het belang van fysieke activiteit inzagen, maar vaak tegen belemmerende factoren aanliepen bij het bevorderen hiervan. Bij de verticale groepen waren iets meer belemmeringen dan bij horizontale groepen. Professionals vonden het lastig om een activiteit met verschillende leeftijden te doen en om tijd te vinden voor activiteiten gezien de verschillende dagritmes Tijdens vrije fysieke activiteiten werden baby’s vaak de box of stoel geplaatst voor de veiligheid. De uitdagingen die de verticale groep met zich meebrengt kunnen worden weggenomen door praktische oplossingen en gerichte professionaliseringsactiviteiten.

Deze studie heeft gekeken naar het stimuleren van fysieke activiteit bij kinderen door pedagogische medewerkers in Nederlandse kinderopvanggroepen. Fysieke activiteit is belangrijk omdat het veel voordelige effecten heeft bij jonge kinderen. Zo is het gerelateerd aan welbevinden en draagt het bij aan het ontwikkelen van zelfvertrouwen en sociale vaardigheden. Ook is het belangrijk voor een gezond gewicht en draagt het bij aan de motorische ontwikkeling van kinderen. Daarnaast, kinderen die tijdens hun jonge jaren leren om regelmatig deel te nemen aan fysieke activiteiten zijn vaak ook betrokken bij zulke activiteiten in hun tiener- en volwassenjaren. Dit draagt bij aan hun latere gezondheid en welbevinden. In de jonge jaren is de omgeving een zeer belangrijke factor in het ondernemen van fysieke activiteiten. Zeker binnen de context van de kinderopvang zou het aanbod aan activiteiten en benadering van de pedagogisch medewerkers een grote rol spelen in de hoeveelheid en de kwaliteit van de fysieke activiteiten dat de kinderen doen.

Voor dit onderzoek zijn interviews gehouden met 20 pedagogisch medewerkers uit 4 kinderopvangcentra in Maastricht. De interviews werden gehouden met medewerkers van horizontale baby- en peutergroepen en verticale groepen.

Uit een kwalitatieve analyse van de interviews kwam naar voren dat de pedagogisch medewerkers het belang van fysieke activiteiten inzien en dit graag willen bevorderen binnen hun groepen. Echter lopen ze vaak tegen een aantal belemmerende factoren. Eén van deze factoren is een verticale groep. In deze groep is het lastig om een gestructureerde fysieke activiteit te verzorgen die bij alle kinderen past. Daarbij hadden pedagogisch medewerkers vaak het gevoel dat ze zich dan meer concentreren op de jongere kinderen tijdens zulke activiteiten. Een andere belemmering die geldt voor jongere kinderen bij zowel een verticale als horizontale groep is dat het door de verschillende dagritmes van de baby’s lastig is om een moment te vinden waarop de groep naar buiten kan gaan om fysiek buiten te spelen. Bij het ondernemen van meer vrije fysieke activiteiten binnen en buiten werden de baby’s vaak ‘buitengesloten’ omdat het anders onveilig voor hen was. Daarom werden baby’s vaak in de box of de wipstoel gezet terwijl de oudere kinderen bezig waren met fysieke activiteiten.

Deze resultaten laten zien dat als het puur gaat om het stimuleren van fysieke activiteiten horizontale groepen enig voordeel hebben, omdat deze setting het makkelijker maakt om de activiteiten aan te passen aan de leeftijd en vaardigheden van de kinderen. Bovendien zijn de kinderen minder fysiek beperkt in hun activiteiten. Zo hoeven baby’s niet veilig in de box of wipstoel gezet te worden en hoeven peuters geen rekening te houden met de veiligheid van baby’s. Bij een verticale groep zouden de belemmeringen zoals het combineren van verschillende dagritmes kunnen opgelost worden door specifiek aandacht te besteden aan het belang van fysieke activiteiten en het faciliteren van bijvoorbeeld extra personeel dat met kinderen binnen kan blijven waar nodig. Daarbij moeten pedagogisch medewerkers in verticale groepen specifiek professionaliseringsactiviteiten kunnen krijgen over hoe je dit soort activiteiten kunt aanbieden aan verschillende leeftijdsgroepen en hoe je de activiteit dusdanig kunt aanpassen aan je specifieke groep zodat alle kinderen eraan mee kunnen doen en voldoende worden uitgedaagd.

Wilke, S. , Opdenakker, C. , Kremers, S.P.J., & Gubbels, J.S. (2013). Factors influencing childcare workers’ promotion of physical activity in children aged 0–4 years: A qualitative study, Early Years, 33(3), 226-238. https://doi.org/10.1080/09575146.2013.810592

Bron
Originele titel: Factors influencing childcare workers’ promotion of physical activity in children aged 0–4 years: A qualitative study
Auteur: Sarah Wilke , Claudia Opdenakker , Stef P.J. Kremers en Jessica S. Gubbels
Publicatiedatum bron: 2013
Zoeken via kernwoorden

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind én branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang