WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Pedagogische kwaliteit in een verticale groep | Publicatiedatum: 2021

Kern

Deze studie heeft proceskwaliteit in het algemeen en kwaliteit van interacties tussen pedagogisch medewerkers en kinderen beoordeeld in een representatieve steekproef van 200 Nederlandse kinderopvanginstellingen. Kwaliteit is beoordeeld middels gestructureerde observaties. Uit de resultaten blijkt dat er geen verschil is gevonden tussen verticale en horizontale groepen in algemene kenmerken van proceskwaliteit (bijv. taalstimulering, gebruik van een educatief programma). Echter met betrekking tot de specifieke kenmerken van interacties: respect voor autonomie, verbale communicatie, ontwikkelingsstimulering en faciliteren van positieve interacties, blijkt dat pedagogisch medewerkers in horizontale babygroepen lager scoren dan medewerkers in verticale en horizontale peutergroepen. De studie keek alleen naar kwaliteit van interacties in een groep als geheel en niet naar individuele kinderen. Daarom kunnen hieruit geen conclusies getrokken worden met betrekking tot de vraag of jonge kinderen beter af zijn in een verticale of horizontale groep.

Dit onderzoek bevat een representatieve steekproef van 200 Nederlandse kinderopvanginstellingen. Bij alle instellingen is de proceskwaliteit gemeten met twee verschillende instrumenten (ITERS-R=ECERS-R en de CIP). Bij proceskwaliteit wordt gekeken naar de kwaliteit van de ervaringen die het kind heeft op de groep. Dan gaat het bijvoorbeeld om de interacties met pedagogisch medewerkers en het emotionele klimaat. Proceskwaliteit is dus wezenlijk anders dan structurele kwaliteit waarbij wordt gekeken naar randvoorwaarden zoals de ratio medewerkers per kind en het aantal beschikbare vierkante meters per kind. EĂ©n van de doelen van dit onderzoek was om de proceskwaliteit te vergelijken tussen drie soorten groepen, namelijk: horizontale babygroepen (0-2), horizontale peutergroepen (2-4) en verticale groepen (0-4).

Proceskwaliteit werd gemeten middels gestructureerde observaties van de ruimte en het meubilair, routines voor persoonlijke verzorging, taalstimulering, activiteiten en interacties. Ook werd er specifiek ingezoomd op interacties tussen pedagogisch medewerkers en kinderen en hier werd specifiek gekeken naar sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, structuur en grenzen stellen, verbale communicatie, ontwikkelingsstimulering en faciliteren van positieve interacties tussen kinderen.

De resultaten laten zien dat de verticale groepen niet verschillen van de horizontale groepen als het gaat om de meer algemene proceskenmerken (zoals bijvoorbeeld taalstimulering en activiteiten). Maar als er ingezoomd wordt op de interacties dan zijn er wel verschillen gevonden. Over het algemeen waren de interacties in de horizontale babygroepen van lagere kwaliteit vergeleken met horizontale peutergroepen en verticale groepen. Op het gebied van sensitieve responsiviteit scoorden de baby groepen lager dan de peutergroepen maar niet lager dan de verticale groepen. Op de schalen respect voor autonomie, verbale communicatie, ontwikkelingsstimulering en faciliteren van positieve interacties scoorden de babygroepen lager dan zowel de peutergroepen als de verticale groepen.

Ondanks de verschillen tussen de babygroepen en de verticale groepen, kan er niet geconcludeerd worden dat baby’s beter af zijn in verticale groepen. De vraag welke type groep beter is voor baby’s kan niet worden beantwoord door deze studie. Het observatie instrument dat werd gebruikt om interacties te beoordelen is gemaakt om interacties in de groep in het algemeen te beoordelen en is niet bedoeld om te kijken naar de kwaliteit voor individuele kinderen. Dus het kan zijn dat de hogere scores in de verticale groepen komen door interacties met oudere kinderen. Om te weten in welke soort groep baby’s beter af zijn, moet er specifieker gekeken worden naar deze jonge kinderen.

Helmerhorst, K.O.W., Riksen-Walraven, J.M.A., Gevers Deynoot-Schaub, M.J.J.M., Tavecchio, L.W.C. & Fukkink, R.G. (2015). Child care quality in The Netherlands over the years: A closer look, Early Education and Development, 26(1), 89-105. https://doi.org/10.1080/10409289.2014.948784

Bron
Originele titel: Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Auteur: Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink
Publicatiedatum bron: 2015
Zoeken via kernwoorden

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind Ă©n branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang