Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

Onderzoeken

Op deze pagina staat een overzicht van wetenschappelijk in Nederland uitgevoerd onderzoek naar 'pedagogische kwaliteit' vanaf 2000 en van nieuw naar oud.

Effecten van voor- en vroegschoolse educatie en opvang op latere ontwikkeling van kinderen

Doel:

In dit onderzoek is gekeken naar het effect van deelname aan VVE-programma’s, in de voor- en vroegschoolse periode, op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Daarvoor zijn analyses uitgevoerd met gegevens van het landelijke cohortonderzoek COOL5-18 en een eerste ronde van pre-COOL, het aanpalende cohortonderzoek waarin ook de voorschoolse periode is opgenomen. Er is, vergeleken met eerder onderzoek, rekening gehouden met meer mogelijk relevante factoren zoals de kwaliteit van het aanbod in de voor- en vroegschoolse periode, het instroomniveau van het kind bij de start van het basisonderwijs op 4-jarige leeftijd en uitgebreidere gegevens over de gezinssituatie.

Organisatie: Kohnstamm Instituut
Looptijd: 2009-2014
Financier: NWO, onderzoeksprogramma Beleidsgericht onderzoek primair onderwijs (BOPO)

Voorschoolse opvang en educatie in peuterzalen en kinderopvanginstellingen

Doel:

In dit onderzoek wordt de stand van zaken met betrekking tot de belangrijkste doelen van de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE, 2010) geschetst. Het doel van deze wet is om de taalontwikkeling van peuters te stimuleren door de kwaliteit van de peuterspeelzalen en kinderopvang te verhogen. Daarbij is de aandacht vooral gericht op kinderen met een risico op ontwikkelingsachterstanden. Er wordt gebruik gemaakt van gegevens uit de nationale cohortstudie Pre-COOL2-5 . De belangrijkste onderzoeksvragen:

- In hoeverre voldoet de kwaliteit van peuterspeelzalen en kinderdagverblijven aan de doelen van de Wet OKE?

- Zijn er verschillen in kwaliteit tussen beide werksoorten en zijn ze de afgelopen jaren wat betreft kwaliteit naar elkaar toegegroeid?

- Kunnen kwaliteitsverschillen tussen instellingen verklaard worden uit structurele en organisatorische randvoorwaarden?

- Maakt een VVE-programma of deelname aan een VVE-training uit voor de kwaliteit?

- Zijn er aanknopingspunten om de kwaliteit te verhogen?

Organisatie: Universiteit Utrecht
Looptijd: 2009-2014
Financier: NWO, onderzoeksprogramma Beleidsgericht onderzoek primair onderwijs (BOPO)

De rol van gemeenten en schoolbesturen bij VVE

Doel:

In dit onderzoek is nagegaan hoe op gemeentelijk niveau door de verschillende betrokken partijen vorm wordt gegeven aan een aantal uitvoerings- en kwaliteitsvoorwaarden van VVE en in hoeverre op basis daarvan verwacht kan worden dat de VVE-doelstelling gerealiseerd wordt. De volgende uitvoerings- en kwaliteitsvoorwaarden zijn meegenomen: de definiëring van de doelgroepen, de werving en toeleiding van deze kinderen naar een VVE-instelling, de daar gebruikte programma’s, de vormgeving van de doorgaande lijn tussen de voor- en vroegschoolse fase, en de financiële middelen die door het Rijk en de gemeenten worden ingezet. Om de onderzoeksvraag te beantwoorden zijn verschillende strategieën gehanteerd en uiteenlopende bronnen benut, onder meer een literatuurstudie, de gemeentelijke VVE-rapportages van de Inspectie van het Onderwijs, interviews met de bij VVE betrokken partijen, documentenanalyse, de jaarlijkse landelijke VVE-monitor, en een survey onder gemeenten.

Organisatie: Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS), Radboud Universiteit Nijmegen
Looptijd: 2010-2012
Financier: NWO, onderzoeksprogramma Beleidsgericht onderzoek primair onderwijs (BOPO)

Aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en verdere schoolloopbaan

Doel:

Om blijvende effecten van VVE-programma’s te bereiken wordt het realiseren van een doorgaande ontwikkelingslijn ná de kleutergroepen noodzakelijk geacht. In de VVE-ontwikkelingslijn zijn twee breekpunten te onderscheiden: eerst de aansluiting tussen de voorschoolse educatie en de vroegschoolse educatie op de basisschool, en vervolgens de aansluiting tussen de kleutergroepen en groep 3. In dit onderzoek zijn deze twee overgangen onderzocht. Bij 33 koppels van basisscholen en voorschoolse instellingen zijn interviews afgenomen. Daarnaast is via secundaire analyses op de databestanden COOL5-18 en pre-COOL nagegaan of een sterkere mate van een doorgaande lijn een positief effect heeft op de leerprestaties van kinderen.

Organisatie: Kohnstamm Instituut
Looptijd: 2009-2014
Financier: NWO, onderzoeksprogramma Beleidsgericht onderzoek primair onderwijs (BOPO)

Pre-COOL

Doel:

In 2009 is het pre-COOL cohortonderzoek van start gegaan, aansluitend op het cohortonderzoek onderwijsloopbanen COOL5-18. Het doel van pre-COOL is om zicht te krijgen op de effecten van verschillende vormen van kinderopvang en van voor- en vroegschoolse educatie. Er worden twee cohorten kinderen gevolgd in hun ontwikkeling en schoolloopbanen. In 2009 is het zogenoemde vierjarigencohort gestart. Deze kinderen worden gevolgd vanaf de overgang van een voorschoolse instelling naar de basisschool, tot in ieder geval het einde van de basisschool. Een tweede groep , het zogenoemde tweejarigencohort, bestaat uit kinderen die in 2010 twee jaar zijn geworden. Het tweejarigencohort bestaat uit twee subgroepen: 1) kinderen die een peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of andere voorschoolse voorziening bezoeken, en 2) kinderen die daar niet aan deelnemen. Het tweejarigencohort wordt gevolgd vanaf tweejarige leeftijd tot het einde van de basisschool.

http://www.pre-cool.nl/

Organisatie: Kohnstamm Instituut, Universiteit Utrecht en tot april 2016 Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS), Radboud Universiteit Nijmegen
Looptijd: 2009-
Financier: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Samenwerken aan preventie en normalisatie rond het jonge kind

Doel:

In dit project staat het versterken van het gewone leven voor ouders met jonge kinderen centraal. Voor ouders is het belangrijk dat ondersteuning kunnen krijgen als dat nodig is. In dit project organiseren de onderzoekers in drie wijken in Zwolle leergemeenschappen waarin ouders samen met beroepskrachten leren hoe hun gewone leven versterkt kan worden. Beroepskrachten van kinderopvang, school, consultatiebureau, huisartsenpraktijk, sociaal wijkteam en alle betrokken hulpverleners participeren in de leergemeenschappen. Het doel is dat ouders weten waar ze terecht kunnen voor ondersteuning en dat ouders en beroepskrachten het eens zijn over wat goede oplossingen zijn: wanneer wordt het gewone leven echt versterkt? Het streven is om overeenstemming te bereiken over belangrijke uitgangspunten rond opvoeding en ontwikkeling van jonge kinderen, zodat ouders goede handvatten krijgen om hun kind te begeleiden in zijn ontwikkeling, en dat de professionals die hen daarbij ondersteunen op één lijn zitten.

Organisatie: Hogeschool Viaa
Looptijd: 2020-2022
Financier: ZonMw, programma Wat werkt voor de jeugd

Kennissynthese: hoe kunnen we kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden tijdig signaleren en hen zo goed mogelijk ondersteunen door het effectief versterken van beschermende factoren?

Doel:

Een aanzienlijk aantal kinderen groeit op in potentieel kwetsbare omstandigheden (bijvoorbeeld door armoede of financiële problemen, ouders met psychische problemen of een licht verstandelijke beperking). Deze kinderen lopen een verhoogd risico op fysieke, psychische, sociale en/of schoolproblemen. In deze gezinnen is vaak ook sprake van andere problemen of risicofactoren, zoals een beperkt sociaal netwerk of beperkte opvoedvaardigheden, die een optimale ontwikkeling van kinderen verder kunnen beperken. Door kwetsbare kinderen en gezinnen tijdig te signaleren en te ondersteunen, kan voorkomen worden dat problemen ontstaan of dat er een opeenstapeling van problemen plaatsvindt, die in een later stadium veel lastiger te behandelen zijn. Bepaalde individuele, sociale en maatschappelijke factoren zoals een goede ouder-kindrelatie of een sterk sociaal netwerk, werken beschermend in de ontwikkeling van kinderen. Dit project beoogt inzichtelijk te maken hoe kwetsbare kinderen en gezinnen tijdig gesignaleerd kunnen worden en hoe beschermende factoren effectief kunnen worden versterkt om hen te ondersteunen.

Organisatie: Kenniscentrum Kinder-en Jeugdpsychiatrie
Looptijd: 2021-2025
Financier: ZonMw, programma Wat werkt voor de jeugd

Leiden: Motivatie als motor voor professionalisering

Doel:

Het doel van de interventie in innovatiecentrum Leiden is om de motivatie van pedagogisch medewerkers te verhogen, specifiek de motivatie om te professionaliseren. De verwachting is dat dit leidt tot een verbeterd professioneel handelen op de groep en uiteindelijk tot een verhoging van de kwaliteit van de geboden vve. De kern van de interventie bestaat uit herhaalde ‘motivatie-interviews’ die leidinggevenden met pedagogisch medewerkers voeren. De onderzoeksvraag die centraal staat is of de innovatieve maatregelen die in Leiden genomen zijn een positief effect op de kwaliteit van de vve hebben.

https://www.sardes.nl/pathtoimg.php?id=4003&image=eindrapport-innovatiecentra-voor-en-vroegschoolse-educatie.pdf

Organisatie: KBA Nijmegen
Looptijd: 2017-2021
Financier: NRO, onderzoeksprogramma Innovatiecentra vve

Heerlen: Reflectief practicum

Doel:

In innovatiecentrum Heerlen voeren pedagogisch medewerkers en leerkrachten bij elkaar audits uit. Het doel hiervan is om hun relatie te versterken en het handelen en aanbod op elkaar af te stemmen. Hiermee kan de samenwerking en de doorgaande lijn tussen peuteropvang en basisschool versterkt worden. De onderzoeksvraag is of de innovatieve maatregelen die in Heerlen genomen zijn een positief effect hebben op de aansluiting van de voorschool en vroegschool en op de kwaliteit van de vve.

https://www.sardes.nl/pathtoimg.php?id=4003&image=eindrapport-innovatiecentra-voor-en-vroegschoolse-educatie.pdf

Organisatie: KBA Nijmegen
Looptijd: 2017-2021
Financier: NRO, onderzoeksprogramma Innovatiecentra vve

Dordrecht: Thuis voorlezen met digitale prentenboeken

Doel:

Het doel van dit project is om te onderzoeken of digitaal voorlezen belemmeringen van voorlezen van papier kan wegnemen. Digitale boeken bevatten naast gedrukte tekst ook gesproken tekst, wat voordelen heeft als ouders laaggeletterd zijn of een andere moedertaal hebben. Deelnemende gezinnen krijgen een maand papieren boeken en een maand digitale boeken. Ongeveer de helft van de deelnemende gezinnen ontvangt eerst de papieren boeken en daarna de digitale boeken. De andere helft ontvangt eerst de digitale boeken en daarna de papieren boeken. Kinderen uit deelnemende gezinnen maken drie keer (vlak voor de eerste periode van vier weken, direct na afloop van de eerste periode en na afloop van de tweede periode) een aantal opdrachten uit Taal voor Peuters. Ouders worden ook drie keer bevraagd over de voorleesfrequentie. Voor de digitale boeken wordt tevens automatisch geregistreerd hoe vaak de boeken bezocht worden.  

https://www.sardes.nl/pathtoimg.php?id=4003&image=eindrapport-innovatiecentra-voor-en-vroegschoolse-educatie.pdf

Organisatie: Universiteit van Stavanger, Noorwegen
Looptijd: 2017-2021
Financier: NRO, onderzoeksprogramma Innovatiecentra vve

Den Haag: kunst in de voorschoolse educatie

Doel:

In het kunstparticipatieproject in Den Haag verzorgen kunstenaars uit verschillende disciplines (muziek, dans, beeldend, en mime, of combinaties hiervan) improvisatievoorstellingen in peutergroepen en in het Laaktheater. De kunstenaars richten zich op emotionele betrokkenheid en participatie van de peuters. Ouders zien en ervaren wat kunst met hun kind doet en verwacht wordt dat de pedagogisch medewerkers hun ervaringen met de open en procesgerichte aanpak van de kunstenaars meenemen naar hun groepen. De onderzoeksvraag was dan ook of de innovatieve maatregelen die in Den Haag genomen zijn een positief effect hebben op de kwaliteit van de vve.

https://www.sardes.nl/pathtoimg.php?id=4003&image=eindrapport-innovatiecentra-voor-en-vroegschoolse-educatie.pdf

Organisatie: Kohnstamm Instituut
Looptijd: 2017-2021
Financier: NRO, onderzoeksprogramma Innovatiecentra vve

Amsterdam: 15 uur voorschoolse educatie voor alle peuters

Doel:

In januari 2018 kregen alle peuters in de gemeente Amsterdam recht op 15 uur voorschoolse educatie per week. Voor peuters met een doelgroepindicatie betekende dat een uitbreiding van 12 naar 15 uur en voor peuters zonder doelgroepindicatie betekende dat een uitbreiding van 6 naar 15 uur. De verwachting was dat 15 uur zou leiden tot stabielere en meer heterogene groepen en dat dit positieve effecten zou hebben op de proceskwaliteit.

https://www.sardes.nl/pathtoimg.php?id=4003&image=eindrapport-innovatiecentra-voor-en-vroegschoolse-educatie.pdf

Organisatie: Kohnstamm Instituut
Looptijd: 2017-2021
Financier: NRO, onderzoeksprogramma Innovatiecentra vve

Versterken van de kwaliteit Groene Kinderdagopvang door doelgericht gebruik van de natuur als pedagogische ruimte

Doel:

Steeds meer kinderen groeien op in een omgeving met een tekort aan natuur. Dit heeft geleid tot investeringen in Groene Kinderopvang. Door Groene Kinderopvang kunnen kinderen vanaf zeer jonge leeftijd regelmatig direct zintuiglijk contact met natuur maken en daardoor een band met natuur opbouwen. Momenteel stagneert de Groene Kinderopvang omdat er weinig kennis beschikbaar is over het pedagogisch gebruik van de groene buitenruimte. In dit onderzoek staat een professionaliseringstraject centraal. In dat traject leren pedagogisch medewerkers de groene buitenruimte zo te gebruiken dat dit het welzijn van kinderen (0-4 jaar) en hun persoonlijke competenties bevordert en daarmee de kwaliteit van de opvang vergroot. Na afloop van het traject wordt de effectiviteit in kaart gebracht met een evaluatieonderzoek onder 24 kinderdagopvanglocaties. In dit onderzoek wordt het welzijn van kinderen op de locaties die het professionaliseringstraject hebben doorlopen vergeleken met het welzijn van kinderen op locaties die niet zo’n traject hebben doorlopen.

Organisatie: Hogeschool Leiden
Looptijd: 2018-2022
Financier: ZonMw, programma Kwaliteit Kinderopvang

Alert4you, professionalisering van medewerkers in de kinderopvang. Een verklarend onderzoek naar de werkzame factoren bij pedagogisch medewerkers.

Doel:

Dit project richt zich op professionalisering van pedagogisch medewerkers in de kinderopvang door Alert4you. Alert4you is een vorm van samenwerking waarbij jeugdhulpspecialisten zorgen voor kennisoverdracht naar en coaching op de werkplek van pedagogisch medewerkers. Deze structurele samenwerking tussen pedagogisch medewerkers en jeugdhulpspecialisten moet zorgen voor vroegtijdige en betere signalering van kinderen die extra begeleiding nodig hebben. Het doel hiervan is om te voorkomen dat deze kinderen onnodig verwezen worden naar gespecialiseerde jeugdhulpvoorzieningen. In dit onderzoek worden de veronderstelde werkzame factoren en de noodzakelijk geachte competenties bij de professionals (pedagogisch medewerkers en jeugdhulpspecialisten) in kaart gebracht en verklaard. Het onderzoek richt zich op drie (middel)grote gemeenten, waaronder Amsterdam.

Organisatie: Kohnstamm Instituut
Looptijd: 2018-2020
Financier: ZonMw, programma Kwaliteit Kinderopvang

Effecten van kinderopvang: profiteren kinderen in verschillende mate?

Doel:

Dit onderzoek moet voor de Nederlandse situatie licht werpen op mogelijke positieve en negatieve uitkomsten van kinderopvanggebruik, samenhangend met kenmerken van de kinderen en de opvangsituatie. Het doel van dit project is om inzicht te vergroten in de kind- en omgevingsfactoren die bijdragen aan de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen (0-4 jaar). Ook wordt onderzocht of een groep ‘gevoelige’ kinderen (moeilijk temperament, verhoogde gevoeligheid voor invloeden vanuit de omgeving) profiteert van een relatief hoge pedagogische kwaliteit. Er worden drie deelstudies uitgevoerd. Ten eerste een (inter)nationaal literatuuronderzoek naar moderatoren en differentiële effecten van kinderopvang op de ontwikkeling van kinderen (0-4 jaar). Ten tweede zogenaamde secundaire analyses van bestaande NCKO-data. Tot slot een longitudinale studie van kinderen van 2 tot en met 4 jaar (t/m het begin van groep 1) in kinderdagverblijven en gastouderopvang.

Organisatie: Universiteit van Amsterdam
Looptijd: 2018-2021
Financier: ZonMw, programma Kwaliteit Kinderopvang

Kei in Karakter in de Kinderopvang: een onderzoek naar de deugdenaanpak in de kinderopvang

Doel:

Veel peuters doen een groot deel van hun ervaringen op binnen de kinderopvang. In dit project krijgen pedagogisch medewerkers vanuit een ‘deugdenaanpak’ concrete tools in handen, die helpen om positieve eigenschappen (deugden) in de dagelijkse praktijk te herkennen, te vormen en te stimuleren en hiermee bij te dragen aan karaktervorming. Deugden zijn universele positieve eigenschappen (zoals eerlijkheid, behulpzaamheid of vriendelijkheid), de bouwstenen van ons karakter en in aanleg bij iedereen aanwezig (Wilce, 2014). Met aandacht voor de positieve eigenschappen van kinderen en pedagogisch medewerkers, wordt gestreefd om een bijdrage te leveren aan zowel het welzijn en de persoonlijke ontwikkeling van kinderen van 2-4 jaar in de kinderopvang als ook aan de professionalisering van pedagogisch medewerkers.

Door middel van vragenlijsten, observaties en focusgroepen wordt de haalbaarheid en effectiviteit van de deugdenaanpak in de kinderopvang geëvalueerd.

Organisatie: Tilburg University
Looptijd: 2018-2019
Financier: ZonMw, programma Kwaliteit Kinderopvang

Professionaliseren op spelbegeleiding door dialogische gesprekken

Doel:

Voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang is de begeleiding van spel complex, terwijl spel belangrijk is voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Uit onderzoek is bekend dat dialogische gesprekken, waarin open vragen worden gesteld en kinderen veel ruimte krijgen om zelf ideeën te verwoorden, een grote bijdrage leveren aan de taal- en denkontwikkeling van kinderen. In dit project wordt de effectiviteit van professionaliseringstrajecten gericht op het voeren van dialogische gesprekken tijdens spelbegeleiding onderzocht. Daarbij ligt de focus op twee vormen van professionalisering: een trainingsvariant en een netwerkvariant. Beide varianten bestaan uit een combinatie van groepsbijeenkomsten en coaching on the job.

De verwachting is dat de professionalisering positieve effecten heeft op de kwaliteit van het spel en de taal- en sociale ontwikkeling van de kinderen.

 

Organisatie: Vrije Universiteit Amsterdam
Looptijd: 2018-2021
Financier: ZonMw, programma Kwaliteit Kinderopvang

Kwaliteit van taal, spel en denken. Naar een plg-benadering voor adaptieve ondersteuning bij het daadwerkelijk toepassen van interactievaardigheden voor taal, spel en denken.

Doel:

Het doel van dit project is om een adaptieve werkwijze te ontwikkelen die pedagogisch medewerkers in de kinderopvang (beter) toerust voor het stimuleren van de taal-, spel- en denkontwikkeling van kinderen door middel van goede interacties. Bij twee kinderopvangorganisaties wordt een ontwerponderzoek uitgevoerd waarin een professionaliseringstraject wordt ontwikkeld. Dit professionaliseringstraject is gebaseerd op de leerwensen van de deelnemende pedagogisch medewerkers en de 10 kernelementen voor taaldenken in spel. Het traject bestaat uit groepsbijeenkomsten, individuele coaching, het gebruik van eigen videomateriaal en collegiale uitwisseling. Producten van het onderzoek zijn een onderzoeksrapport, een handleiding voor de praktijk, een online train-de-trainer-cursus en de website http://www.taal-in-spel.nl/.

Links naar publicatie(s) (in bibliotheek)

https://kohnstamminstituut.nl/wp-content/uploads/2021/03/Rapport1067-Taaldenken.pdf

https://kohnstamminstituut.nl/wp-content/uploads/2021/03/Taaldenken-kijkwijzer-bij-de-10-kernelementen.pdf

http://www.taal-in-spel.nl/

https://publicaties.zonmw.nl/pedagogisch-medewerkers-vergroten-interactievaardigheden-tijdens-spel/

 

Organisatie: Kohnstamm Instituut
Looptijd: 2018-2021
Financier: ZonMw, programma Kwaliteit Kinderopvang

Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK)

Doel:

Kinderopvang van goede kwaliteit draagt bij aan het welbevinden van kinderen en is ook belangrijk voor de sociaal emotionele-, cognitieve- en taalontwikkeling van kinderen. Daarom voert het consortium LKK (Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang) jaarlijks een kwaliteitsmeting uit. Er worden metingen gedaan bij alle vormen van kinderopvang: kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang. De metingen brengen verschillende aspecten van kwaliteit in beeld. Denk aan de kwaliteit van interacties in de groep, maar ook aan het professionaliseringsaanbod voor de pedagogisch professionals. Door regelmatige metingen vergroten we het inzicht in de ontwikkeling van de kwaliteit over de loop van de jaren en welke rol veranderingen in beleid (zoals IKK) hierin spelen. De resultaten kunnen zo bijdragen aan een verdere verbetering van de kwaliteit en het landelijk beleid hierin.

Twee bronnen in de eigen bibltioheek:

https://expertisecentrumkinderopvang.nl/bibliotheek/bronnen/kwaliteit-van-de-babyopvang-in-nederland-gecombineerde-metingen-2017-2019

https://expertisecentrumkinderopvang.nl/bibliotheek/bronnen/ontwikkelingen-in-de-kwaliteit-van-de-nederlandse-kinderdagopvang-peuteropvang-buitenschoolse-opvang-en-gastouderopvang-op-basis-van-de-gecombineerde-metingen-2017-2019

Organisatie: Consortium LKK: Universiteit Utrecht en Sardes
Looptijd: 2017- 2022
Financier: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Leren van spel. Nieuwsgierigheid, zelfsturing en leren bij jonge kinderen in rijke spelsituaties

Doel:

In de kinderopvang, vve en onderbouw van het basisonderwijs is veel aandacht voor de ontwikkeling van zelfsturing ('executieve functies') en is spel een belangrijke activiteit. Professionals blijken echter handelingsverlegenheid te ervaren bij het benutten van de nieuwsgierigheid van kinderen en hun spel voor de cognitieve ontwikkeling in directe samenhang met de ontwikkeling van de executieve functies. Het doel van dit project is om inzichten en tools te ontwikkelen om deze handelingsverlegenheid weg te nemen. Samen met professionals in opvang en basisonderwijs worden rijke spelsituaties ontworpen en onderzocht. Spelsituaties die een beroep doen op specifieke executieve functies en waar expliciet aandacht is voor leren, met name wat betreft taalontwikkeling, aanvankelijk rekenen en het beter begrijpen van de wereld van wetenschap en technologie. Het project richt zich op professionals die kinderen begeleiden in de leeftijd van 3 tot 7 jaar. 

Organisatie: Hogescholen Windesheim, Saxion, Stenden
Looptijd: 2017-2019
Financier: Regieorgaan SIA, Raak Publiek

Grip op pedagogische kwaliteit in de kinderopvang

Doel:

Kinderopvang is een belangrijk middel om het welbevinden en de betrokkenheid van kinderen te verhogen en hun ontwikkeling te stimuleren. Een belangrijke voorwaarde is de geboden pedagogische kwaliteit. Kinderopvanghouders zijn verantwoordelijk voor het bieden van goede pedagogische kwaliteit. Het is echter lastig om als kinderopvanghouder zelf een gedegen inschatting te kunnen maken of de geboden pedagogische kwaliteit voldoet aan de eisen, terwijl uit onderzoek blijkt dat kinderen baat hebben bij kinderopvang van goede kwaliteit. Middels dit onderzoek willen we pedagogisch medewerkers, managers, pedagogisch coaches/beleidsmedewerkers en de kinderopvangsector een betrouwbaar en valide zelfevaluatie-instrument in handen geven om de eigen pedagogisch kwaliteit te kunnen optimaliseren.

Organisatie: Universiteit Leiden
Looptijd: 2019-2025
Financier: KindeRdam stelt tijd beschikbaar voor de onderzoeker

Een veilige basis: Een effectstudie naar VIPP-Babyopvang

Doel:
Omdat de start in de kinderopvang voor zowel baby’s als ouders stressvol kan zijn, wordt in deze interventie-studie onderzocht of de overgang van thuis naar kinderopvang soepeler kan verlopen. Voor dit doel wordt in het verlengde van de bewezen effectieve ‘Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting’ (VIPP) een module babyopvang ontwikkeld. Deze module is gericht op het bevorderen van sensitief opvoeden van pedagogisch medewerkers en het verhogen van het welbevinden en het reduceren van stress van baby’s. De module wordt getoetst in een gerandomiseerde onderzoeksopzet met controlegroep. In de steekproef, die bestaat uit 100 baby’s (3 tot 6 maanden), worden zowel pedagogisch medewerkers als ouders betrokken.
Organisatie: Universiteit Leiden
Looptijd: 2018-2022
Financier: ZonMw, programma Kwaliteit Kinderopvang