Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Samenwerking met ouders | Publicatiedatum: 2021

Kern

In dit proefschrift wordt onderzocht hoe je in de kinderopvang kunt komen tot een bewust gedeelde opvoeding tussen ouders en professionals. Hoe de traditionele opvanggedachte, waarin de rol van professionals in de kinderopvang wordt gezien als zorgdragen voor het kind wanneer de ouders werken, kan worden vervangen door een pedagogische benadering die recht doet aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders en professionals, staat centraal in de casestudies in vier kinderdagverblijven. Samen met professionals en ouders worden verbeterpunten bedacht, uitgevoerd en geëvalueerd. Vooral investeringen in het verbeteren van de communicatie tussen professionals en ouders leveren veel op voor de pedagogische dimensie van de samenwerking. Professionals en ouders krijgen meer inzicht in elkaars verwachtingen en denkbeelden over opvoeding en meer waardering voor elkaars rol. Uit dit onderzoek blijkt dat een op visie gedeelde opvoeding tussen professionals en ouders vraagt om een duurzame investering in beleid en praktijk.

Het proefschrift start met een historische positionering van de kinderopvang in Nederland. Door de groeiende aantallen gezinnen waarin beide ouders werken is de tijd die kinderen doorbrengen in kinderdagverblijven toegenomen. Zo is er een realiteit ontstaan waarin ouders en professionals de opvoeding van kinderen delen, maar de pedagogische dimensie daarvan is ondergewaardeerd. Vervolgens wordt deze pedagogische dimensie besproken. Allewijn spreekt over de noodzaak om een expliciete pedagogische samenwerking vorm te geven en het belang van verbinding tussen de leefwerelden waarin kinderen zich bevinden, thuis en in de opvang. Dat is wat een gedeelde opvoeding zou moeten zijn, volgens de auteur.

In het onderzoeksdeel gaat Allewijn samen met vier kinderdagverblijven door middel van actieonderzoek op zoek naar manieren om die benodigde pedagogische samenwerking te verbeteren. Dat gebeurt samen met professionals en ouders. De verbeterpunten zijn verschillend van aard: meer algemeen, communicatief of juist pedagogisch. De uitvoering op de vier locaties wordt gevolgd met interviews, observaties en groepsinterviews. Aan de hand van praktijkbeschrijvingen wordt per locatie een analyse gemaakt. Hierbij wordt ingegaan op hoe de verbeterpunten leiden tot bewustwording van participanten en in hoeverre er sprake is van veranderingen ten gunste van de pedagogische samenwerking tussen professionals en ouders.

De resultaten laten zien dat professionals en ouders het kinderdagverblijf voornamelijk als opvangplek beschouwen. Op die opvangplek zien zij dat kinderen van alles leren tijdens hun verblijf, maar hebben professionals en ouders geen gezamenlijk beeld van wat kinderen zouden moeten leren. Allewijn betoogt dat dit mede voortkomt uit de specifieke visie die professionals en ouders hebben van de opvang, namelijk dat het een ‘opvang’ is om ouders in staat te stellen te werken.

Gesprekken over pedagogische zaken worden alleen gevoerd als er iets bijzonders aan de hand is, niet om tussendoor uit te wisselen over de ontwikkeling van het kind. De kenmerken van ouders en professionals en de wijze waarop communicatie plaatsvindt, blijken de samenwerking te beïnvloeden. Door de communicatie te verbeteren kan er diepgang ontstaan in de afstemming tussen opvang en thuis. Het helpt hierbij als professionals en ouders inzicht hebben in elkaars verwachtingen.

Allewijn sluit de publicatie af met aanbevelingen voor de kinderopvang op basis van de onderzoeksresultaten. Een eerste aanbeveling is om te investeren in communicatie tussen professionals en ouders. In het onderzoek op de vier kinderdagverblijven werd juist op dat punt de meeste ontwikkeling gevonden. Door de verbeterde communicatie verliep de afstemming tussen professionals en ouders beter en waren zij meer op de hoogte van elkaars handelen en de leidende gedachten daarbij. Ook investeringen in beleid vraagt aanbeveling. Een aandachtspunt hierbij is het realiseren van meer reflectie op het handelen van professionals met ouders. Dit onderzoek levert inzichten op voor de kinderopvang die ook nu actueel zijn.

Allewijn. P. (2009). Gedeelde opvoeding op het kinderdagverblijf? Een onderzoek naar de samenwerking en afstemming tussen ouders en pedagogisch medewerkers (Proefschrift). KU Leuven.

Bron
Originele titel: Gedeelde opvoeding op het kinderdagverblijf
Auteur: Ellen Allewijn
Publicatiedatum bron: 2009
Zoeken via kernwoorden

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind én branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang