Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Diversiteit en inclusie | Publicatiedatum: 2022

Kern

Deze verdiepende analyse gaat over overkoepelende vraagstukken die van invloed zijn op hoe de kinderopvang in de praktijk wordt vormgegeven, voor welke kinderen deze toegankelijk is, en hoeveel ruimte er is voor diversiteit. De onderzoekers benoemen een aantal suggesties voor de toekomst, ook in relatie tot diversiteit en inclusie: een gevarieerd aanbod moet recht doen aan verschillende voorkeuren en socialisatiedoelen van de ouders. Tegelijkertijd is het belangrijk gelijkwaardige kwaliteit van het aanbod en een gedeelde kern van waarden, normen en kennis van de wereld te garanderen, bijvoorbeeld door een pedagogisch kerncurriculum waarin doelen en standaards van emotionele veiligheid en welbevinden, persoonlijke en sociale competenties, en over te dragen waarden en normen meer worden gespecificeerd.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in plaats van de jaarlijkse kwaliteitsmonitor kinderopvang (LKK, https://www.monitorlkk.nl/), die door de corona-situatie in 2020 en 2021 niet door kon gaan. Belangrijke onderwerpen die in deze studie aan de orde komen zijn: toegangsrecht, ondernemerschap, samenwerking kinderopvang en onderwijs, bestuur, samenwerking van de kinderopvang met andere partijen, en de relatie tussen kenmerken van de organisatie en kwaliteit van de kinderopvang. Het begrip van de kinderopvang als deel van een, wat men noemt, pedagogisch-educatief ecosysteem is uitgediept. De onderzoekers hebben zich gericht op de opvang in kindercentra: kinderdagopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang.
 
Onderzoeksvragen en -methode
Hoofdvraag: Is het huidige kinderopvangstelsel klaar voor de toekomst of zijn er hervormingen wenselijk?
 
Met het oog op de toekomst zijn er verschillende keuzes te maken:
1) Op welke wijze is de kinderopvangsector gebaat bij de invoering van een algemeen toegangsrecht? Dus: toegang voor alle kinderen, ongeacht of hun ouders werken, hun sociaaleconomische en culturele achtergrond of bijzondere ondersteuningsbehoeften.
2) In hoeverre is dit een taak voor de overheid?
 
De analyse is gebaseerd op gesprekken met deskundigen uit de kinderopvang, het onderwijs, ouders, jeugdzorg, gemeenten, ministeries, en wetenschappers. Daarnaast is er literatuuronderzoek gedaan, zijn praktijkbeschrijvingen gemaakt en zijn er secundaire analyses uitgevoerd op bestaande gegevens over de kwaliteit van de kinderopvang.
 
Bevindingen
1) Er is behoefte aan helderheid over de maatschappelijke doelen van de kinderopvang en het achterliggende waardenkader ervan. Dit is belangrijk bij de hervormingen van het kinderopvangstelsel. Er worden vijf punten genoemd: 1) kinderopvang zou toegankelijk moeten zijn voor alle kinderen; 2) de basiskwaliteit van deze voorzieningen zou voor alle kinderen op een hoog niveau moeten liggen; 3) er zou een gedeeld ‘curriculum’ (leerplan) van kennis, vaardigheden, waarden en normen moeten zijn; 4) er zou ruimte moeten zijn om hiermee samenhangend vorm en inhoud te geven aan cultuur- of levensbeschouwing-specifieke socialisatie; en 5) er zou een compenserend, op de ontwikkelings- en ondersteuningsbehoeften afgestemd aanbod voor kinderen in achterstandssituaties of met speciale (zorg)behoeften moeten komen.
 
2) De toegankelijkheid van de kinderopvang moet worden vergroot door de invoering van een basisrecht op gratis of inkomensafhankelijk, maar in elk geval betaalbaar gebruik van kinderopvang voor twee dagen (of 8 Ă  10 uur buitenschoolse opvang) per week. Het financieringsmodel moet transparant en eenvoudig zijn, en geen belemmeringen opwerpen voor deelname door kinderen uit gezinnen met een lager gezinsinkomen, lager opgeleide ouders of anderstalige ouders. Dit vraagt om garanties in het stelsel dat de verschillende vormen van kinderopvang van gelijkwaardige kwaliteit zijn in ontwikkelings- en socialisatieperspectief.
 
3) De kinderopvang is geen gewone markt. Vraag en aanbod zijn gebaseerd zijn op vertrouwen en professionele verantwoordelijkheid. Ondernemers hebben behoefte aan duidelijke kaders wat betreft de publieke taken waar zij aan moeten bijdragen. Dat betekent ook dat ondernemers maatschappelijk verantwoord zouden moeten ondernemen (maatschappelijke doelen in evenwicht brengen met commerciële doelen).
 
4) Publiek-private samenwerking is in de praktijk lastig. Bij samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs kan de toegankelijkheid onder druk komen te staan als er geen basistoegangsrecht is of als de kosten voor ouders te hoog zijn. Maar integratie van de kinderopvang in het onderwijs zou ook een verlies kunnen betekenen van de positieve dynamiek van het huidige kinderopvangstelsel. Er is bovendien een risico dat de expertise van de kinderopvang verloren gaat.
 
5) Sturen op waarden, vertrouwen en professionaliteit: daarom is verdere professionalisering van de kinderopvangmarkt en sociaal-verantwoord ondernemen noodzakelijk. Wet en regelgeving moet eisen stellen aan de bedrijfsvoering, aan waarden-gedreven, sociaal-verantwoord ondernemerschap en de professionele cultuur van de organisatie.
 
6) Samenwerking en netwerken van verschillende typen organisaties uit de sectoren kinderopvang, onderwijs, jeugdhulp en jeugdzorg, welzijn en kind- en jeugdwerk op lokaal niveau - wijk, gemeente of regio – is wenselijk. Verschillende vormen van samenwerken, elkaar aanvullen, inter-professionaliteit en gelijkwaardigheid van partners zijn belangrijke voorwaarden voor het effectief functioneren van netwerken.
 
7) Concrete wensen van de ouders: 1) langer zwangerschapsverlof; 2) meer samenwerking tussen kinderopvang en basisschool; 3) meer flexibiliteit en maatwerk; (4) de kinderopvangtoeslag moet eenvoudiger en alle ouders moeten er recht op krijgen
 
8) Kinderopvangorganisaties met een maatschappelijke missie, betrokkenheid bij de lokale gemeenschap, gerichtheid op professionele ontwikkeling van medewerkers en democratische verhoudingen binnen de organisatie, bieden over de hele linie hogere kwaliteit, zijn meer cultureel-inclusief en hebben een groter bereik onder groepen in maatschappelijke achterstandssituaties. Dit type professionele organisaties verbindt marktdenken en klantgerichtheid, gemeenschapsoriëntatie en professionele waarden op een evenwichtige manier.
 
Concluderend:
Uiteindelijk komen de onderzoekers met een aantal suggesties voor de toekomst: 1) Bij maatschappelijke vernieuwing kan de relatie overheid-markt het beste bezien worden in een samenwerkingsperspectief. Hierbij past sturen op vertrouwen in de maatschappelijke verantwoordelijkheid en professionaliteit van de sector, maar het vraagt ook om verandering van het ondernemerschap in de kinderopvang naar ondernemerschap dat door maatschappelijke waarden wordt gedreven; 2) Vergroten van de toegankelijkheid van de kinderopvang voor alle kinderen betekent dat er een andere financieringssystematiek zal moeten komen; 3) Met het oog op diversiteit, moet een gevarieerd aanbod recht doen aan verschillende voorkeuren en socialisatiedoelen van de ouders. Tegelijkertijd is het belangrijk gelijkwaardige kwaliteit van het aanbod en een gedeelde kern van waarden, normen en kennis van de wereld te garanderen. Er zou daarom een pedagogisch kerncurriculum nodig kunnen zijn waarin doelen en standaards van emotionele veiligheid en welbevinden, te verwerven persoonlijke en sociale competenties, en over te dragen waarden en normen meer worden gespecificeerd.
 
Leseman, P., Van der Werf, W., Jepma, IJ., Studulski, F., Nelemans, S., & Slot, P. (2021). Toekomst van de kinderopvang in het pedagogisch-educatieve ecosysteem van kinderen en jeugdigen: een verkenning. Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang 2021. Utrecht, The Netherlands: Utrecht University, Sardes.
Bron
Originele titel: Toekomst van de kinderopvang in het pedagogisch-educatieve ecosysteem van kinderen en jeugdigen: een verkenning
Auteur: Paul Leseman, Willeke van der Werf, IJsbrand Jepma, Frank Studulski, Suzanne Nelemans, en Pauline Slot
Publicatiedatum bron: 2021
Zoeken via kernwoorden

Professionele ontwikkeling in een context van diversiteit
Jan Peeters en Michel Vandenbroeck | 2015

Kwaliteit van de babyopvang in Nederland: Gecombineerde metingen 2017-2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2020

Child Care Quality in The Netherlands Over the Years: A Closer Look
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub, Louis W. C. Tavecchio en Ruben G. Fukkink | 2015

The impact of childcare-group situational age composition on caregiver-child interactions
Tatiana Diebold & Sonja Perren | 2020

Effects of the Caregiver Interaction Profile Training on Caregiver–Child Interactions in Dutch Child Care Centers: A Randomized Controlled Trial
Katrien O. W. Helmerhorst, J. Marianne A. Riksen-Walraven, Ruben G. Fukkink, Louis W. C. Tavecchio, Mirjam J. J. M. Gevers Deynoot-Schaub | 2017

Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolse opvang in Nederland.
Marianne Boogaard, Ruben Fukkink en Charles Felix | 2008

Schoolkinderen en hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit?
Brecht Peleman, Caroline Boudry, Lieve Bradt, Tineke Van de Walle en Michel Vandenbroeck | 2014

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Grip op pedagogische kwaliteit
Annette Wiesman | 2018

Measuring interaction skills of caregivers in child care centers: Development and validation of the Caregiver Interaction Profile Scales
Katrien Helmerhorst, Marianne Riksen-Walraven, Harriet Vermeer, Ruben Fukkink en Louis Tavecchio | 2014

“Kijk eens wat ik kan!” Sociale praktijken in de interactie tussen kinderen van 4 tot 8 jaar in de buitenschoolse opvang
Nynke van der Schaaf | 2016

How to Play without Toys? A Playwork Experimentation in Paris
Baptiste Besse-Patin | 2018

Pedagogical quality of after-school care: Relaxation and/or enrichment?
Ruben Fukkink en Marianne Boogaard | 2020

Autonomy, Fairness and Active Relationships: Children’s Experiences of Well-being in Childcare
Emma Cooke, Michelle Brady, Cheryll Alipio en Kay Cook | 2019

Pedagogical tact. Knowing what to do when you don’t know what to do
Max van Manen | 2014/2015

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations
Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Tijd voor pedagogiek: Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming
Gert Biesta | 2015

The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior
Edward L. Deci en Richard M. Ryan | 2000

Executive functioning and school adjustment: The mediational role of pre-kindergarten learning-related behaviors
Tyler R. Sasser, Karen L. Bierman en Brenda Heinrichs | 2015

Activity settings and daily routines in preschool classrooms: Diverse experiences in early learning settings for low-income children
Allison Sidle Fuligni, Carollee Howes, Yiching Huang, Sandra Soliday Hong en Sandraluz Lara-Cinisomo | 2012

Activity settings in toddler classrooms and quality of group and individual interactions
Carolina Guedes, Joana Cadima, Teresa Aguiar, Cecília Aguiar en Clara Barata | 2020

From External Regulation to Self-Regulation: Early Parenting Precursors of Young Children's Executive Functioning
Annie Bernier, Stephanie M. Carlson en Natasha Whipple | 2011

De 1e 1000 dagen: het versterken van de vroege ontwikkeling. Een literatuurverkenning ten behoeve van gemeenten
Symone Detmar en Marianne de Wolff | 2019

How to support toddlers’ autonomy: A qualitative study with child care educators
Marilena Côté-Lecaldare, Mireille Joussemet en Sarah Dufour | 2016

Proefschrift: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Ine van Liempd | 2018

General comment No. 17 on the right of the child to rest, leisure, play, recreational activities, cultural life and the arts
UN Committee on the Rights of the Child | 2013

Ontwikkelingen in de kwaliteit van de Nederlandse kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang op basis van de gecombineerde metingen 2017 -2019
Pauline Slot, IJsbrand Jepma, Paulien Muller, Bodine Romijn, Celeste Bekkering en Paul Leseman | 2019

Overview of European ECEC curricula and curriculum template
Kathy Sylva, Katharina Ereky-Stevens en Ana-Maria Aricescu | 2015

European Framework of Quality and Wellbeing Indicators
Thomas Moser, Paul Leseman, Edward Melhuish, Martine Broekhuizen en Pauline Slot | 2017

Welbevinden en betrokkenheid als toetsstenen voor kwaliteit in de kinderopvang. Implicaties voor het monitoren van kwaliteit
Ferre Laevers | 2016

Child care quality in the Netherlands: From quality assessment to intervention (proefschrift)
Katrien Helmerhorst | 2014

Early childhood education and care in the Netherlands. Quality, curriculum, and relations with child development
Pauline Slot | 2014

Kwaliteit van babyopvang. Een literatuurstudie
Harriet Vermeer & Marleen Groeneveld | 2017

Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: Doelstellingen en kwaliteitscriteria
Marianne Riksen-Walraven | 2004

Tijd voor kwaliteit in de kinderopvang
Marianne Riksen-Walraven | 2000

Expertisecentrum Kinderopvang werkt samen met de sector in het belang van het zich ontwikkelende kind.

Dus doe mee en investeer mee!

Voor de brede ontwikkeling
van kind Ă©n branche

JA, ik doe mee! meer info over het investeren

investeren in kinderopvang