Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

In deze tekst beschrijven we wat we bedoelen met risicovol spelen in de kinderopvang en benoemen we aandachtspunten, randvoorwaarden en suggesties voor de praktijk. Een van de conclusies van het ontwikkelteam is dat risicovol spelen past binnen de huidige wet- en regelgeving en de vaardigheden van pedagogisch professionals. Er is, met andere woorden geen uitgebreid veranderingsproces voor nodig. Zolang grote risico’s goed zijn omschreven in het veiligheids- en gezondheidsbeleid, en beschreven is hoe kinderen geleerd wordt om met kleine risico’s om te gaan, is er heel veel mogelijk. Natuurlijk is het wel nodig dat pedagogisch professionals worden gefaciliteerd en ondersteund in de uitvoering ervan. Een brede basis om kinderen meer mogelijkheden te bieden voor risicovol spelen is dus al aanwezig.

Begripsbepaling

Het aangaan van risico bij het spelen is voor een kind vanzelfsprekend. Kinderen zoeken hierbij naar een uitdaging die past bij de vaardigheden die zij hebben of willen uitbreiden. De pedagogisch professional zorgt voor mogelijkheden om aan te sluiten bij deze behoefte van het kind. Dat kan door het inrichten van de speelomgeving, maar ook in de begeleiding. Maar wat bedoelen wij precies met risicovol spelen? Het uitgangspunt is dat de meeste kinderen zelf risico’s kunnen inschatten en de afweging kunnen maken om deze aan te gaan, een kind is met andere woorden risicocompetent. Dit is het vertrekpunt voor de werkdefinitie van het Expertisecentrum Kinderopvang:

Onder risicovol spelen verstaan wij dat het kind van nature onzekerheid en onvoorspelbaarheid opzoekt bij het spelen, waarbij er een kans is op bezering. Risicovol spelen is spannend Ă©n plezierig, waarom het juist aantrekkelijk is voor kinderen. Het betreft vaak nieuwe ervaringen waarbij het kind de grenzen opzoekt en verlegt. De afweging voor het aangaan van het risico is de eigen keuze van het kind.

De pedagogisch professional komt tegemoet aan de behoefte aan risico en uitdaging door kinderen mogelijkheden hiervoor te bieden en risicovol spelen te faciliteren en te ondersteunen. Door vertrouwen te bieden ervaart het kind de vrijheid om de eigen grenzen te verkennen en zelf keuzes te mogen maken bij het risicovol spelen.

Risicovol spelen versterkt kinderen op meerdere vlakken: veerkracht, weerbaarheid, risico-competentie, zelfvertrouwen, betrokkenheid, creativiteit, zelfkennis, autonomie en zelfstandigheid. Het faciliteren en ondersteunen van risicovol spelen is dan ook een van de opvoedingsopgaves voor de pedagogisch professional: Deze vraagt zich af op welke wijze tijd en ruimte gegeven kan worden voor uitdaging en risico bij het spelende kind. Risicovol spelen vindt namelijk voornamelijk plaats als de opvoeder dit faciliteert en er ‘toestemming’ voor geeft. De rol van de opvoeder ligt dan ook op diverse vlakken:

  1. een basishouding te hebben die het perspectief van het kind als uitgangspunt neemt: welke behoefte aan uitdaging en risico heeft dit kind? De pedagogisch professional probeert hierbij de eigen ideeĂ«n, het eigen perspectief en ook angsten opzij te zetten en voorkomt hiermee ‘adulteration’ (vergrotemensen). Met adulteration bedoelen we dat de professional zich zoveel mogelijk afzijdig houdt zodat kinderen het verloop van het risicovol spelen zelf kunnen bepalen.. Hij/zij is ‘pedagogisch sensitief’, met andere woorden probeert het goede te doen, op het juiste moment, bij dĂ­t kind door aan te sluiten bij de behoefte van het kind en zijn cognitieve, sociale en fysiekevaardigheden. Hierbij hoort ook om er alert op te zijn dat kinderen hun vaardigheden niet overschatten, waarbij je hen kunt begrenzen 
  1. het creĂ«ren van een speelomgeving, zowel binnen als buiten, waar voldoende fysieke uitdaging te vinden is voor elk individueel kind. Er wordt gezorgd dat alle zes categorieĂ«n risicovol spelen aan bod komen: spelen op hoogte, snelheid, ruig spel, riskante gereedschappen, spelen in de buurt van gevaarlijke elementen als water en vuur, en uit het zicht spelen. Voor het jonge kind zijn er twee aanvullende categorieĂ«n. Spelen met impact is het zichzelf of spullen gooien/laten botsen tegen iets anders. ‘Plaatsvervangend’ risicovol spelen is het kijken naar het risicovol spelen van anderen dat dezelfde sensatie van spanning en plezier kan opleveren. Zowel tijdens het vrij spelen als tijdens begeleide activiteiten kunnen mogelijkheden voor risicovol spel gecreĂ«erd worden. Denk bij begeleide activiteiten aan bijvoorbeeld een vuurtje maken, het werken met messen of het bouwen van een hoge hut. 
  1. het in houding en gedrag uitdragen van risico als een positieve ervaring. Een ervaring die vanwege van de autonomie van het kind juist wel zou moeten worden aangegaan. In de praktijk betekent dit dat de pedagogisch professional bij de begeleiding van risicovol spelen het kind ondersteunt en stimuleert. Bij een mogelijke interventie zijn er de volgende attentiepunten:

    • Er wordt een constante risico-voordeel afweging (‘risk-benefit assessment’) gemaakt. Dit betekent dat ingeschat wordt of het positieve van de ervaring opweegt tegen de mogelijke negatieve ervaring van het niet lukken en bezering. Bij gevaar, iets dat een kind zelf niet overziet (zoals een tak in een boom die op afbreken staat) wordt ingegrepen en staat de veiligheid voorop.
    • Probeer om niet uit gewoonte te handelen en de neiging om bij een klein risico in te grijpen (de ‘pas op, kijk uit’-stand) te voorkomen.
    • Hanteer de 30tellen-regel en gebruik deze tijd voor de afweging: is het noodzakelijk om in te grijpen of weegt het mogelijke voordeel op tegen het nadeel?
    • Beperk het kind alleen bij een onaanvaardbaar risico voor het kind.
    • Als er wordt gereageerd, dan is het belangrijk om dit te doen zonder het spel direct te stoppen.
    • De reactie op genomen risico’s moeten niet worden overdreven, anders neemt het kind waarschuwingen niet meer serieus. In plaats daarvan kunnen risico’s beter kalm en rationeel worden uitgelegd en veiliger alternatieven worden aangedragen waar nodig.
    • Tot slot, zijn pedagogisch professionals alert op sociale en emotionele risico’s, bijvoorbeeld als positief aanmoedigend gedrag overgaat in opstoken, uitsluiten en pesten zodat een kind over zijn eigen grens gaat.
  1. in het team aandacht te hebben voor individuele verschillen in houding en interesse voor risicovol spelen. Elke pedagogisch professional heeft zijn eigen grens en is zich bewust van de eigen normen en waarden die hij/zij meebrengt, maar staat ook open om zijn grenzen te verleggen. Net als de grenzen van kinderen zijn de grenzen van professionals flexibel en in beweging. De behoefte van collega’s om Ă©Ă©n lijn te trekken helpt kind Ă©n professional niet, nodig is een dialoog en waardering van de diversiteit en elkaars beslissingen. Verder worden regels en afspraken ten aanzien van het vrij en risicovol spelen kritisch bekeken en aan de orde gesteld of deze nodig zijn.

  2. pedagogisch professionals de autonomie krijgen om zelfstandig in de onzekerheid van de dagelijkse praktijk (‘messy practice’) van het risicovol spelende kind zelf ‘split second’ beslissingen te nemen. Bij een eventueel letsel dient de pedagogisch professional volledig gesteund te worden door de leidinggevende en organisatie en dit ook vooraf te weten en te ‘voelen’. Risicovol spelen dient hiervoor ingebed te zijn in beleid en organisatie, van MT/RvT naar leidinggevende naar team. Het pedagogisch beleid en het beleid omtrent Veiligheid en Gezondheid wordt zo geformuleerd dat de organisatie zich vrij voelt en de GGD kan zien dat het risicovol spel goed is onderbouwd. Daarbij is geen beschrijving nodig van alle risico’s, maar een algemene visie op risicovol spelen en beleid op het voorkomen van grote risico’s. Daarnaast kunnen er wel ‘protocollen’ zijn opgesteld voor specifieke begeleide risicovolle activiteiten als een vuurtje maken.

  3. Tot slot is er aandacht voor de communicatie met ouders. Het is belangrijk om risicovol spelen als positief te benoemen. Een mogelijkheid is om het onderwerp te bespreken tijdens een ouderavond. Een verdieping kan plaatsvinden met zogenaamde ‘risk reframing’ sessies waarbij ouders met filmpjes, discussie en eigen speelervaringen een positief beeld krijgen van het aangaan van risico door kinderen. Van belang is om begrip te hebben voor de bezorgdheid van ouders. In gesprek gaan met ouders zorgt voor samenwerking met en enthousiasme van ouders op het gebied van risicovol spelen. Het is daarbij belangrijk dat pedagogisch professionals in al hun contacten met ouders aandacht besteden aan het belang van risicovol spelen voor de ontwikkeling van hun kind, ook als het onverhoopt ‘mis’ is gegaan. Kernpunten daarbij zijn: het kind leert ervan dus het bevordert de risico-competentie; het is onderdeel van het ‘normale’ spelen; en de professional weet welke uitdagingen het kind aan kan (“Ik zie dat Ășw kind dit nodig heeft”). Aan de andere kant helpt het als ouders waardering uitspreken over deze individuele benadering van hun kind en dat de professional de volgende uitdaging die het kind nodig heeft ziet en faciliteert.

Hoe is de werkdefinitie tot stand gekomen? 
Na een uitgebreide screening van de literatuur heeft de betrokken onderzoeker een concept-werkdefinitie geformuleerd, die vervolgens is voorgelegd aan het ontwikkelteam. Na diverse gesprekken is het ontwikkelteam uiteindelijk gekomen tot de werkdefinitie zoals deze hierboven beschreven staat.

Praktijkvoorbeelden gezocht

We zijn op zoek naar aansprekende voorbeelden uit de praktijk.
Wil jij een voorbeeld uit jouw eigen praktijk aandragen?

Vul dan alsjeblieft het contactformulier in en we nemen snel contact met je op!

Voorbeeld aandragen

Ontwikkelteam

Risicovol spel

Pedagogisch professional: Anouk Bots, Kinderopvanggroep Tilburg; Josje Bouhuijzen, KMN Kind&Co; Janine Corstjens, Compananny; Bianca Deumers, Korein; Dineke Hunse, Hamertje Tik; Jojanneke Kromne, SDK-kinderopvang; Tilly Kuiper, Kion; Marijke Kuiper, sk-Oegstgeest; Dagmar Kuus, bso Wijs; Laura Lecluse, TintelTuin; Saskia Mucek, Stichting Kinderopvang Kralingen; Laura Veenema, Stichting Kinderopvang Kralingen; Elisa Somsen, Kindergarden; Isabelle van Putten, Kindergarden; Heleen van der Veen, Humankind

Onderzoeker: Martin van Rooijen, Universiteit voor Humanistiek

Tools
Risicovol leren

Inspiratie uit Duitsland en Scandinavië waar al op 1000 locaties kleuters risicovol leren in het bos.

Tools
Veilig en uitdagend buiten spelen

Dit filmpje, gemaakt voor ouders door VeiligheidNL, geeft adviezen die ook voor pm-ers heel concreet zijn over hoe om te gaan met risicovol spelen

Tools
Inspiratielijst 'loose parts'

In deze lijst geven we tips voor loose parts en het gebruik ervan. 

Tools

Meer tools zien?

Investeer mee in pedagogische kwaliteit en bekijk alle tools!

JA, ik doe mee! info

Wetenschappelijke bronnen

×

Risky Play and Children's Well-Being, Involvement and Physical Activity

Ole Johan Sando, Rasmus Kleppe en Ellen Beate Hansen Sandseter | 2021

Children’s use of environmental features affording risky play in early childhood education and care

Patricia Obee, Ellen Beate Hansen Sandseter en Nevin J. Harper | 2020

Towards a re-conceptualisation of risk in early childhood education

Mandy Cooke, Sandie Wong en Frances Press | 2019

A professionalisation programme towards children’s risk-taking in play in childcare contexts: moral friction on developing attitudes and collegial expectations

Martin van Rooijen en Gaby Jacobs | 2019

Losing the ’monopoly’: A French experience of playwork practice.

Baptiste Besse-Patin, Gilles BrougĂšre en Nathalie Roucous | 2017

Risky-play at school. Facilitating risk perception and competence in young children

Ann Lavrysen, Els Bertrands , Leene Leyssen , Lieve Smets , Anja Vanderspikken en Peter De Graef | 2017

Everyday uncertainties: reframing perceptions of risk in outdoor free play

Anita Nelson Niehues, Anita Bundy, Alex Broom, Paul Tranter, Jo Ragen en Lina Engelen | 2013

Reliability and validity of a new instrument to measure tolerance of everyday risk for children

Anna Hill en Anita Bundy | 2012

Scaryfunny. A qualitative study of risky play among preschool children.

Ellen Beate Hansen Sandseter | 2010

Early Childhood Education as Risky Business: Going Beyond What's "Safe" to Discovering What's Possible

Rebecca S. New, Ben Mardell, & David Robinson | 2005