Hoewel er geen twijfel is of de samenwerking tussen pedagogisch professionals en opvoeders belangrijk is of niet, is er nog weinig wetenschappelijke kennis over de aard van deze samenwerking en welke factoren bepalen of deze samenwerking succesvol is. Effectieve communicatie (zowel in kwaliteit als in kwantiteit) is de belangrijkste factor in samenwerking. In de kinderdagopvang is met name het regelmatig delen van informatie onderling over de ervaringen van het kind van belang, om de continuïteit tussen thuis en opvang te waarborgen. De overdracht wordt in de wetenschappelijke literatuur gezien als een van de meest relevante momenten om te communiceren om verschillende redenen: het is een dagelijks moment, zo goed als alle opvoeders kunnen worden bereikt, er kan gewerkt worden aan vertrouwen en een welkome sfeer, en opvoeders zien hoe de pedagogisch professional omgaat met het kind. In dit onderzoek wordt een nieuwe observatiemethode gepresenteerd om de kwaliteit van de communicatie tussen opvoeders en professionals tijdens de dagelijkse overdracht van kinderen in kaart te brengen en wordt onderzocht welke factoren samenhangen met de kwaliteit van communicatie tijdens de overdracht.
De onderzoekers observeerden de interacties van 935 opvoeders en 186 pedagogisch professionals van 107 voorscholen in Duitsland tijdens het wegbrengen. De pedagogisch professionals die deelnamen waren met name vrouwen, met gemiddeld 14 jaar werkervaring. Naast de observaties werd er informatie verzameld over de context van de overdracht (bv. Duur van de communicatie) en kenmerken van de specifieke voorschool (bv. Opleidingsniveau van collega's).
In ongeveer de helft van de gevallen kwam de opvoeder op de groep en in ongeveer de helft van de gevallen werd er meer gecommuniceerd dan alleen begroeten. Als er een gesprek plaatsvond, duurde dit meestal ongeveer 36 seconden. Hoe meer kinderen de pedagogisch professional onder haar hoede had, des te lager de kwaliteit van de overdracht. Als op de locatie vaste groepen waren waar de kinderen werden ondergebracht, was de overdracht ook van betere kwaliteit. Ook het opleidingsniveau van de pedagogisch professional hing samen met de kwaliteit van de overdracht.
Een belangrijke kanttekening bij dit onderzoek is de focus op het wegbrengen, waardoor onduidelijk is of de overdracht betekenisvoller is in de middag bij het ophalen. Ook werd er niet gekeken vanuit het kindperspectief; wellicht zijn de pedagogisch professionals meer gericht op de kinderen en is dit iets positiefs.
De onderzoekers concluderen dat het van belang is dat er beleidskeuzes moeten worden gemaakt door opvangorganisaties die het mogelijk maken om een meer betekenisvolle overdracht te doen. Bijvoorbeeld, aandacht voor de roostering en bemensing van de groepen. Ook benadrukken zij het feit dat deze communicatie niet te vangen is in vaste protocollen en procedures. Pedagogisch professionals moeten spontaan kunnen reageren en inspelen op opvoeders met diverse achtergronden en behoeften. Ook dit vraag ondersteuning en coaching vanuit de organisatie.