Pedagogisch professionals signaleren regelmatig opvallend gedrag bij kinderen. Dat roept soms vragen op: wat heeft dit kind nodig, hoe sluit je daar als professional goed bij aan? Bij kinderopvang Mondiaen leidde deze zoektocht tot nieuwe inzichten.
Marjolijn Mol en Cleo Vervest zijn beiden pedagogisch coach en beleidsmedewerker bij Mondiaen, een organisatie voor opvang en onderwijs met meerdere locaties in en rond Tilburg. In 2023 namen zij deel aan een pedagogisch practicum van Expertisecentrum Kinderopvang over positieve gedragsondersteuning. Dit leverde concrete handvatten op voor een organisatiebrede aanpak.
‘Inmiddels is positieve gedragsondersteuning een vast onderdeel van de werkwijze bij Mondiaen,’ zegt Marjolijn. ‘Het onderwerp staat regelmatig op de agenda, bijvoorbeeld bij overlegmomenten. Waar voorheen vooral direct werd gereageerd op opvallend gedrag, nemen professionals nu nóg bewuster een kijkje achter het gedrag. Gedrag wordt echt gezien als een signaal met betekenis. En doordat ze nu beschikken over concrete handvatten om die betekenis te duiden, en om vervolgens hun handelen daarop af te stemmen, vergroot dit hun gevoel van competentie.’
Waarom was dit thema voor jullie zo urgent?
Marjolijn: ‘We kregen steeds vaker vragen van pedagogisch professionals over verschillende vormen van opvallend gedrag. Dan ging het bijvoorbeeld om kinderen die zich terugtrokken, maar ook om kinderen die juist veel aandacht vroegen. In de praktijk zagen we dat het handelen van de professional niet altijd aansloot bij wat een kind op dat moment nodig had. Tegelijkertijd werken professionals in groepen met steeds meer kinderen, ieder met hun eigen behoeften. Dat maakt het werk complex en soms ook intensief. Wanneer je dan onvoldoende houvast hebt om gedrag te duiden, kan dat gevoelens van machteloosheid of frustratie oproepen. Met deze nieuwe visie op positieve gedragsondersteuning ontstond er meer rust en samenhang. Dat levert uiteindelijk ook meer werkplezier op.’
Hoe kwamen jullie op het idee om het practicum bij te wonen?
Cleo: ‘Onze pedagogische visie is al sterk gebaseerd op een positieve benadering van kinderen. Dat vormt de basis van ons pedagogisch beleid. Positieve gedragsondersteuning sluit daarop aan. We wilden onderzoeken hoe we die visie ook bij meer complexe of opvallende gedragingen concreet konden toepassen, zodat we problemen zoveel mogelijk vóór konden zijn. De aankondiging van het practicum kwam toevallig precies op het goede moment.’
Hoe hebben jullie het practicum ervaren?
Marjolijn: ‘Het was een inspirerende dag. Vooral de presentatie van onderzoeker Cathy van Tuijl was precies wat we zochten: praktische tips, wetenschappelijk onderbouwd en begrijpelijk uitgelegd. Het was geen droge stof, het werd echt op een aansprekende manier gebracht. Met een PowerPoint als ondersteuning. Eigenlijk alles wat zij vertelde wilden we meenemen naar de werkvloer.’
Cleo: ‘We waren ook heel blij met een boek dat getipt werd: Trapsgewijs. Het is heel praktisch en voor iedereen begrijpelijk. Alles wat onze professionals noemden, staat daar gewoon in. Je weet meteen wat je moet doen. Ook staat erin beschreven welke behoeften er achter bepaald gedrag kunnen liggen. En dus vooral: hoe je aan die behoeften tegemoetkomt, als professional.’
Hoe hebben jullie de inzichten vertaald naar jullie eigen organisatie?
Marjolijn: ‘We hebben ons eerst helemaal verdiept in de nieuwe werkwijze. Daarover hebben we een presentatie gehouden voor onze pedagogisch professionals. Niet de wetenschappelijke versie van het practicum, maar een vertaling in onze eigen woorden met voorbeelden uit de praktijk. Uiteindelijk was de boodschap helder: gedrag is een signaal over de behoefte van een kind. Daar wilden we onze professionals in meenemen.’
Heeft dat ook tot een praktische verandering geleid?
Marjolijn: ‘Ja, we hebben bijvoorbeeld een kijkwijzer gemaakt. Die is gebaseerd op de stappen uit Trapsgewijs. In dat boek wordt onderscheid gemaakt tussen drie vormen van gedrag: druk, opstandig en teruggetrokken. De kijkwijzer helpt professionals om het gedrag van een kind stap voor stap te analyseren.’
Hoe reageerden professionals hierop?
Marjolijn: ‘De reacties waren overwegend positief. Het lukt ze gewoon veel beter om gedrag op voorhand te begrijpen. Daardoor voelt het kind zich ook al meer gezien. En dat levert rust op.’
Cleo: ‘Professionals vinden het fijn om zo’n praktisch hulpmiddel te hebben. Ze herkennen de dingen die in de kijkwijzer staan.’
Zijn er ook onvoorziene effecten?
Marjolijn: ‘Wat ons opvalt, is dat pedagogisch professionals nu heel snel de omslag maken en eigenlijk automatisch de juiste vragen stellen: welke behoefte heeft dit kind? Die manier van kijken was er al, maar wordt nu breder en bewuster toegepast. En professionals kijken niet alleen naar het individuele kind, maar ook naar wat zij in hun aanbod op de groep kunnen aanpassen om beter aan verschillende behoeften te voldoen. Daarnaast nemen ze vaker zelf het initiatief om ouders erbij te betrekken, bijvoorbeeld door te checken of die het gedrag herkennen. Ze maken dus op allerlei manieren de beweging naar een positieve benadering.’