De ontwikkeling van een kind: ieder zijn eigen tempo

Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo en de spreiding is groot tussen kinderen. Er kan sprake zijn van een asynchrone ontwikkeling waarbij de ontwikkeling per domein kan verschillen (bijvoorbeeld motorisch voorlopen en qua taal niet). Sommige jonge kinderen ontwikkelen zich aanzienlijk sneller dan hun leeftijdsgenoten op één of meerdere ontwikkelingsdomeinen. Het tempo waarop een kind zich ontwikkelt, wordt beïnvloed door aanleg, persoonlijkheidsfactoren (zoals temperament en motivatie) en omgevingsfactoren (zoals de relatie met ouders, het aanbod van pedagogisch professionals en ingrijpende gebeurtenissen).


Werkdefinitie

Een kind met een ontwikkelingsvoorsprong loopt gedurende langere tijd op één of meer ontwikkelingsgebieden aanzienlijk voor ten opzichte van leeftijdsgenoten.

Wat is een ontwikkelingsvoorsprong?

Er is geen definitie voor hoe ver een kind precies moet voorlopen om van een voorsprong te spreken. Als er sprake is van een aanzienlijk snellere ontwikkeling dan gemiddeld op één of meerdere ontwikkelingsdomeinen, spreken we bij kinderen tot zes jaar van een ontwikkelingsvoorsprong. In de internationale wetenschappelijke literatuur wordt de term gifted children of gifted and talented children gebruikt.

Een ontwikkelingsvoorsprong op jonge leeftijd is niet altijd blijvend. Een deel van deze kinderen blijkt later hoogbegaafd te zijn, maar niet alle hoogbegaafde kinderen laten op jonge leeftijd al een duidelijke voorsprong zien. Het afnemen van een IQ-test op jonge leeftijd heeft beperkte waarde. De uitkomsten van IQ-tests op jonge leeftijd zijn weinig stabiel. Het is daarom niet nodig om bij alle kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong een IQ-test af te nemen.

Kenmerken van een ontwikkelingsvoorsprong

Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong kunnen verschillende kenmerken laten zien (zie tabel). Een deel van de kenmerken is daadwerkelijk een teken van een snelle ontwikkeling, zoals vroeg lezen. Een ander deel heeft meer te maken met persoonlijkheidskenmerken, zoals nieuwsgierigheid en intense beleving van emoties.

Soms zoeken kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong weinig contact met leeftijdsgenoten en juist veel met de pedagogisch professional. Dit betekent niet altijd dat ze minder sociaal hoeven te zijn. Het kan ook een teken zijn dat ze weinig aansluiting hebben bij andere kinderen vanwege een ander ontwikkelingsniveau.

Belang van vroege herkenning

Het herkennen van een ontwikkelingsvoorsprong is niet altijd makkelijk, omdat niet elk kind alle kenmerken laat zien. Het afvinken van een lijstje met kenmerken is dus niet voldoende. Het is belangrijk om het kind écht te zien en te begrijpen welke behoefte achter bepaald gedrag zit. Er is geen eenduidig profiel waaraan je kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong kunt herkennen.


Tabel: Niet alle kenmerken zijn bij elk kind met een voorsprong aanwezig. Let op: Deze lijst is niet volledig.

Om een ontwikkelingsvoorsprong te herkennen in de kinderopvang, is aandacht nodig voor:

  • Kennis en scholing
    Pedagogisch professionals hebben kennis nodig van wat een ontwikkelingsvoorsprong is en hoe dit zich kan uiten. Scholing of training helpt daarbij.
  • Bewustzijn van diversiteit
    Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong laten dit op verschillende manieren zien. Sommige kinderen passen zich aan de groep aan, waardoor ze niet opvallen. Een voorbeeld: kinderen die al heel gedetailleerd kunnen tekenen, maken soms krastekeningen omdat ze dit anderen zien doen. Anderen laten bijvoorbeeld gedragsproblemen zien. Kinderen uit andere culturen en lagere sociaaleconomische klassen worden vaak onderschat.
  • Bewustzijn van eigen denkbeelden
    Wees je bewust van je eigen denkbeelden, aannames en mogelijke vooroordelen. Die beïnvloeden namelijk hoe je naar het gedrag van een kind kijkt en hoe je dit gedrag interpreteert.
  • Kansen bieden
    Een stimulerende omgeving waarin alle kinderen de ruimte krijgen om hun talenten, interesses en capaciteiten te laten zien, is heel belangrijk.
  • Gestructureerde aanpak
    Een duidelijk plan van aanpak binnen de organisatie is essentieel. Hierin worden zowel observaties van professionals als input van ouders meegenomen. Een gestructureerde aanpak voorkomt dat signalen worden gemist.

Samenwerken met ouders

Ouders kennen hun kind goed en zijn vaak in staat een realistisch beeld te geven van de mogelijkheden van hun kind. Wees dus alert wanneer ouders aangeven dat hun kind thuis meer kan dan het op de groep laat zien. Uiteraard zijn er uitzonderingen: sommige ouders overschatten of onderschatten hun kind.

Ook is het belangrijk om te weten dat ouders niet altijd een referentiekader hebben voor wat een ‘normale’ ontwikkeling is. Hier ligt een belangrijke rol voor pedagogisch professionals: zij kunnen vanuit hun expertise en ervaring individuele kinderen goed vergelijken met leeftijdsgenootjes.

Het opvoeden van een kind met een ontwikkelingsvoorsprong kan voor ouders uitdagend zijn. Ze voelen zich niet altijd begrepen door anderen. Pedagogisch professionals en coaches kunnen hen hierbij ondersteunen (zie Samenwerken met ouders). Bespreek bijvoorbeeld regelmatig met ouders hun ervaringen met hun kind en wat een passend aanbod kan zijn. Bespreek ook het belang van een tijdige oriëntatie op het basisonderwijs en een goede overdracht, zodat het kind een goede start heeft op school (zie Doorgaande lijn).

aandacht

Wanneer een ontwikkelingsvoorsprong niet wordt herkend bij een kind en er niet wordt aangesloten bij zijn behoeften, kan dit leiden tot problemen. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Aanpassingsgedrag/onderpresteren;
  • Sociale en emotionele problemen;
  • Verveling;
  • Negatief zelfbeeld;
  • Gedragsproblemen;
  • Schooluitval.
Er wordt vaak gedacht dat kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafde kinderen vaker last hebben van problemen, zoals angsten. Uit onderzoek blijkt echter dat dit niet geldt voor deze groep kinderen als geheel, maar dat kan natuurlijk wel.

Ondersteunen

De kinderopvang is dé plek om ondersteuning te bieden bij een ontwikkelingsvoorsprong. Er zijn voldoende mogelijkheden om het aanbod af te stemmen op de interesses en behoeften van ieder kind. Bij kinderen met een voorsprong kan dit bijvoorbeeld door versnelling en verrijking. Versnelling betekent een aanbod dat bedoeld is voor oudere kinderen. Verrijking betekent: het aanbod verdiepen of verbreden.

Het aansluiten bij het ontwikkelingsniveau is dus meer dan alleen het geven van bijvoorbeeld een moeilijkere puzzel of SmartGame. Het vraagt om voortdurende afstemming en aansluiting bij alle activiteiten die aangeboden worden en bij alle interacties met het kind.

aandacht

Tips voor aansluiting bij de verschillende behoeften, interesses en ontwikkelingsniveaus:

  • Bied een passend aanbod
    Er is geen standaard aanbod voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Elk kind heeft een andere vorm van uitdaging en spelbegeleiding nodig. Bied uitdagende en open activiteiten aan waarmee kinderen kunnen onderzoeken, ontdekken en creatief denken (zie ook Spel en spelbegeleiding en Omgeving: ruimte, inrichting en materialen).
  • Zorg voor passende interactie
    Praat met het kind op een niveau dat past bij de ontwikkeling en niet bij de kalenderleeftijd. Hiermee daag je het kind uit.
  • Interactie met peers
    Interactie met andere kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of met oudere kinderen is belangrijk. Bijvoorbeeld door kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong uit een andere groep een deel van de dag met elkaar te laten spelen, hen in contact te brengen met oudere kinderen of door ouders te helpen in contact te komen met andere kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Hierdoor kan een kind zich herkennen in anderen.
  • Geef kinderen autonomie
    Geef het kind verantwoordelijkheden die passen bij het ontwikkelingsniveau (zie Autonomie kind).
  • Motiveer en ondersteun het kind
    Stimuleer kinderen om door te zetten wanneer iets niet lukt en geef complimenten op het proces, in plaats van op het resultaat.
  • Besteed aandacht aan de brede ontwikkeling
    Zorg dat je niet alleen een aanbod geeft op cognitief gebied, maar bijvoorbeeld ook op sociaal en emotioneel vlak.
  • Positieve gedragsondersteuning
    Toon begrip bij emotionele uitbarstingen en help het kind hiermee om te gaan. Zie opvallend gedrag niet als probleem of negatieve eigenschap (zie ook Positieve Gedragsondersteuning). Probeer te begrijpen welke behoefte of positieve eigenschap erachter zit. Een kind dat voortdurend doorvraagt of regels ter discussie stelt, is niet per se lastig of brutaal. Het kan ook betekenen dat het nieuwsgierig is en graag kritisch denkt.
  • Plekje in de groep
    Stimuleer de sociale ontwikkeling van het kind als lid van de groep, zonder dat je verwacht dat het kind zich volledig aanpast aan de sociale norm. Verwacht dus niet dat een kind met een ontwikkelingsvoorsprong zich altijd hetzelfde gedraagt als zijn leeftijdsgenoten. Geef het kind bijvoorbeeld uitleg waarom andere kinderen in de groep dingen op een andere manier doen.
  • Samenwerken met andere professionals
    Overleggen met collega’s helpt wanneer je twijfelt of een kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft of wanneer je het gedrag niet goed kunt duiden. Betrek ook ouders actief om een compleet beeld te krijgen. Werk waar nodig samen met andere professionals, zoals de jeugdgezondheidszorg. Zorg voor een goede overdracht naar de basisschool, zodat het kind daar een goede start kan maken.

    Stel je nieuwsgierig op. Benader kinderen zo open mogelijk. Laat merken dat de talenten en vaardigheden van het kind welkom zijn en bekrachtig deze (zie Relatie kind en professional).

Hoe is de werkdefinitie tot stand gekomen?
Na een uitgebreide screening van de literatuur heeft de betrokken onderzoeker een concept-werkdefinitie geformuleerd, die vervolgens is voorgelegd aan het ontwikkelteam. Na diverse gesprekken is het ontwikkelteam uiteindelijk gekomen tot de werkdefinitie zoals deze hierboven beschreven staat.

Ontwikkelteam Ontwikkelingsvoorsprong

Pedagogisch professional:
Lisette van't Hof (Kind&Co Ludens)
;
Marieke Flobbe (Kinderopvang t Veldmuisje )
;
Esther Scharn (Partou)
;
Annemiek Hoofwijk (Quadrant Kindercentra)
;
Stijn Hagenaars (Kober)
;
Annelie De Meulenaere (Xpect013)
;
Lisette Schijf (Go Kinderopvang)
;
Annemart Feijten-Schievink (Kinderwoud Kinderopvang)
;
Marjolijn Mol (Mondiaen)
;
Mariëtte Schot (Prokino)
;
Marleen van der Horst (KDV Bloem en Kindercentrum Altijd Lente in Amsterdam )
;
Ingrid van Olderen (Groot Rottterdam)
;
Mariëlle van Os (Stichting Kwest kinderopvang, Westland)
Onderzoeker:
Janneke Tersteeg (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid)
;
Yvonne Vanneste (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid)
;
Corrie van Dongen (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid)