Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

Ineens bevindt een baby of kind zich op de kinderopvang. Met veel meer geluiden, geuren en andere indrukken dan thuis. Hoe zorg je ervoor dat deze overgang soepel verloopt? In gesprek met twee mensen uit het vak.

Onlangs vond in Nieuwegein het congres van Expertisecentrum Kinderopvang plaats. Bernadet van der Scheer (manager kwaliteit en pedagogiek) en Gabriella Kats (pedagogisch coach en beleidsmedewerker) van Skidkinderopvang in Drenthe waren erbij. Zij waren met name onder de indruk van de presentatie van Harriet Vermeer, wetenschapper aan de Universiteit Leiden. Vermeer gaf een snelcursus over de (her)start in de kinderopvang, oftewel het moment waarop kinderen moeten wennen aan de nieuwe omgeving.

Wat sprak jullie zo aan in de presentatie van Harriet Vermeer?

Bernadet: ‘Ik was heel blij met de wetenschappelijke onderbouwing van wat wij zelf al wilden invoeren bij ons op de kinderopvang. Of het nu gaat om een baby van drie maanden of een ouder kind, wanneer kinderen hier voor het eerst zijn, moeten ze wennen. Wennen aan de omgeving, aan de andere kinderen en aan de pedagogisch medewerkers. Je moet ervoor zorgen dat het kind zich prettig en veilig voelt, dat het blij is om naar ons toe te gaan. In onze huidige werkwijze houden we hier al rekening mee, maar we willen dit nu gaan uitbreiden.’

Gabriella: ‘De nadruk ligt bij wennen vaak op het kind, maar de ouders zijn minstens even belangrijk. Wat ik al dacht, werd door Harriet Vermeer bevestigd: als ouders zelf separatieangst hebben, verhoogt dat de stress bij kinderen. Het was een eyeopener om te zien hoe dat werd uitgelegd. Daarnaast schrok ik ervan dat na de lockdown 93 procent van de ouders blijkbaar negatieve verandering ervoer. Kinderen bleken het lastig te vinden om ineens weer naar de opvang te gaan. Dat geeft maar weer aan hoe belangrijk wennen is, ook bij een herstart na een lange periode van afwezigheid.’

Wat gaat er in jullie werkwijze veranderen?

Bernadet: ‘Wat ons betreft wordt wennen meer op maat gemaakt. Als ouders het graag willen, mogen ze vaker mee dan alleen de eerste en tweede keer. Dan ontspant het kind meer. Stel dat een kind een lange periode afwezig is geweest, zoals met corona, dan is het niet verstandig om te zeggen: hallo, gezellig, je bent er weer – en door. Je moet je er als PM’er heel bewust van zijn dat het kind en misschien ook de ouder extra tijd en aandacht nodig heeft.’

Gabriella: ‘Het zou mooi zijn als kinderen meer tijd krijgen om te komen wennen. We willen onderzoeken hoe dat mogelijk is binnen onze huidige werkwijze. En wat Bernadet zegt, de ouders mogen er dan ook langer bij zijn. Dat hoeft niet de hele ochtend te duren, al is het een uurtje – als ze maar een stukje van de dag meekrijgen.’

Is dit een nieuw probleem of was dit er vroeger ook al?

Bernadet: ‘Ik denk wel dat het lastiger is geworden. Twintig, dertig jaar geleden ging het veel gemoedelijker. Er was minder werkdruk, niet alleen voor PM’ers, maar ook voor ouders. Die moeten nu vaak snel weg nadat ze het kind hebben gebracht, ook dat brengt stress met zich mee.’

Zijn er ook verschillen tussen kinderen onderling, in de mate waarin ze wenmomenten nodig hebben?

Gabriella: ‘Zeker. Om een voorbeeld te geven: voor het eerste kindje van een gezin maakt de kinderopvang grote indruk. Je komt als baby ineens in een groep van tien kinderen terecht, met leeftijden van nul tot drie. Al die kinderen spelen, lopen rond, maken veel meer geluiden dan je thuis gewend bent. Zelfs de geuren zijn totaal anders. Dat zijn allemaal prikkels die een kind moet verwerken. Dan zien we het liefst dat de wentijd wordt uitgebreid. Ook voor de ouder, die nog geen ervaring heeft met de kinderopvang. En zo zijn er meer verschillen. Het is belangrijk om hier als PM’er goed over te communiceren met de ouders.’

Bernadet: ‘Dat gesprek met de ouders is cruciaal. Stel vragen, als PM’er. Hoe is het voor jou om je kind hier te brengen? Wat kunnen we voor je doen? En soms kun je ouders motiveren om wél aandacht te hebben voor wennen, terwijl ze dat zelf niet nodig denken te hebben. Sommige ouders zijn gehaast, ze vinden het zelf ook spannend en gaan het liefst snel weer weg. Dan is het goed om als PM’er het gesprek aan te gaan. Dat is niet alleen belangrijk voor het wennen, maar ook voor de relatie tussen de PM’er en de ouder. En daarnaast heb je ook gewoon duidelijke richtlijnen nodig, een basisidee van het belang van wennen. Het maatwerk komt daarna.’