Cathy van Tuijl, onderzoeker Hogeschool Saxion en Universiteit Utrecht.

De Brain Awareness Week is vandaag begonnen. Een week waarin het belang van onderzoek naar de werking van onze hersenen wordt benadrukt. Voor ons is dat een perfecte gelegenheid om in gesprek te gaan met een van onze onderzoekers, Cathy van Tuijl, Hogeschool Saxion en Universiteit Utrecht, die gespecialiseerd is in het brein van jonge kinderen.

Het begint uiteraard met genetische aanleg, vertelt Cathy. ‘Met die basis kom je op de wereld. Maar daarna moet er nog een heel bouwwerk worden opgezet. Zodat je op latere leeftijd goed kunt functioneren. Communiceren, denken, je gedrag en motoriek beheersen. Daarvoor is een breed palet aan ervaringen nodig.’

Gebeurt dit al tijdens de eerste levensjaren?

‘Zeker. Met name de eerste drie jaren zijn belangrijk. Dan wordt het fundament gelegd. Als je dat later nog moet repareren, omdat het kind te weinig aandacht heeft gehad, dan kost dat ontzettend veel moeite. Kernbegrip in deze ontwikkeling is sensitieve responsiviteit.’

Wat betekent dat precies?

‘Sensitieve responsiviteit heeft betrekking op de omgeving van het jonge kind. Het betekent dat een ouder of professional adequaat reageert op de behoefte van het kind. Bij de jongste kinderen is dat vooral verzorging en aandacht. Iets oudere kinderen gaan de omgeving verkennen, dan is het belangrijk om te reageren op wat ze ontdekken. Volwassenen moeten dit proces stimuleren. Gebeurt dat niet, dan stopt de ontwikkeling.

Komt dat vaak voor?

‘Er zijn kinderen van wie de hersenontwikkeling minder gunstig verloopt. Dat kan vele oorzaken hebben. Ouders die in armoede leven bijvoorbeeld, of ouders met psychische of psychiatrische problemen. Deze ouders zijn fysiek misschien nog wel aanwezig, maar mentaal een stuk minder. Ze zijn vooral druk met overleven. Dat heeft invloed op het kind.’

Wat gebeurt er in de hersenen wanneer een kind zich ontwikkelt?

‘Het brein bestaat uit allerlei circuits. Zo is er een circuit voor emotie, voor motorische vaardigheden, voor logisch nadenken, taal, geheugen, gedragscontrole. Die circuits moeten met elkaar samenwerken. Want als je bang bent – een emotie – moet je ook kunnen wegrennen – een motorische vaardigheid. De ontwikkeling zorgt ervoor dat al die circuits met elkaar worden verbonden.’

Wat kunnen professionals in de kinderopvang doen om dit proces te bevorderen?

‘Zij kunnen veel bereiken met serve & return-vaardigheden. Denk aan tennis. Wanneer je serveert, krijg je de bal meteen weer terug. Het gaat voortdurend heen en weer. Zo zouden professionals ook met kinderen moeten omgaan. Dat vereist allereerst dat ze heel goed observeren. Waar gaat de aandacht van een kind naartoe? Vervolgens is het aan de professional om daarop te reageren – serve & return. De professional kan er woorden aan geven, of samen met het kind naar een object kijken, of er iets mee doen. Je neemt heel even de beurt over, en daarna geef je het kind de kans om daar weer op te reageren. Zo zou je een object kunnen aanreiken, zodat het kind ermee kan spelen. Zolang het maar duidelijk in reactie is op de aandacht van het kind. Dat is soms nog best lastig te lezen.’

Wat zijn de signalen die een professional kan herkennen?

‘Als het kind nog heel jong is, beweegt het met de armen en benen wanneer het enthousiast wordt. Op dat soort reacties moet je letten. Als ze ouder zijn, zijn ze vaak zelf in staat om naar een bepaalde hoek te lopen en materiaal te kiezen waar ze belangstelling voor hebben. Of ze reageren op muziek door te gaan dansen. Ook daar kun je op inspelen. Alles om ervoor te zorgen dat je ze stimuleert in waar ze aandacht voor hebben.’

Wat bereik je hiermee?

‘Je geeft kinderen de kans om blijmoedig de wereld te verkennen, terwijl ze tegelijkertijd iets leren. Zo krijgt het kind zelfvertrouwen. En de hechtingsrelatie tussen de volwassene en het kind wordt versterkt. Daarnaast is het belangrijk dat we kinderen de tools geven die ze later in de samenleving nodig hebben. Taal, motorische activiteiten, het benoemen van emoties.’

Wat zou je professionals in de kinderopvang nog willen meegeven?

‘Trek niet te snel conclusies. Neem de tijd om echt goed te kijken wat een kind doet, waar het belangstelling voor heeft. Dan zie je dat het kind zelf aangeeft wat het op dat moment nodig heeft.’