Werkdefinitie
Oudste kinderen op de BSO zijn prépubers van 9 tot 13 jaar oud, die in toenemende mate behoefte hebben aan autonomie, uitdaging en privacy. Pedagogisch professionals sluiten coachend aan bij hun belevingswereld en behoeften. Samengevat draait het om Fun & Friends - Voice & Choice!
Wie zijn de 9+ kinderen van nu?
De oudste kinderen op de BSO (9 – 13 jaar) behoren tot Generatie Alpha. Deze kinderen zijn zogenoemde digital natives: ze groeien op in een wereld die zowel fysiek als digitaal is. Online en offline lopen voor hen naadloos in elkaar over. Ze zijn gewend om snel te schakelen, meerdere prikkels tegelijk te verwerken en voortdurend keuzes te maken. Daar zijn deze kinderen goed in, hun brein is erop toegerust, maar het kan ook leiden tot onrust, onzekerheid en concentratieproblemen.
Sociale media maken steeds vaker deel uit van hun leefwereld. Kinderen vergelijken zichzelf met anderen, spiegelen zich aan leeftijdsgenoten en worden al jong geconfronteerd met meningen, nieuws en beelden uit de hele wereld. Dat vraagt veel van hun vermogen om de kwaliteit en waarde van informatie te beoordelen en hun eigen identiteit te vormen.
Vroege puberteit
Uit recent puberbrein-onderzoek blijkt dat kinderen steeds eerder in de puberteit raken. Vaak beginnen hormonale, emotionele en sociale veranderingen al rond het negende levensjaar, vooral bij meisjes. Op deze leeftijd zijn sociale en affectieve hersengebieden extreem gevoelig en actief. Het uit zich in:
- een groeiende behoefte aan autonomie, privacy en keuzevrijheid;
- sterker belang van vriendschappen, gevoeligheid voor sociale feedback, groepsdruk en sociale inclusie (erbij willen horen);
- meer afstand tot volwassenen;
- het vermogen zich razendsnel aan te passen aan nieuwe sociale situaties;
- verhoogde impulsiviteit en kans op risicovol gedrag.
De puberteit is niet alleen een periode van kwetsbaarheid en risico’s, maar vooral een fase met veel ontwikkelkansen. De identiteitsontwikkeling is in de prepuberteit volop gaande. Vriendschappen zijn daarbij cruciaal, maar vaak ook wisselend en kwetsbaar, zowel offline als online. Deze kenmerken van prepubers hebben invloed op het werken met 9+ kinderen op de BSO.
Opgroeien in een snel veranderende prestatiesamenleving
9+ kinderen groeien op in een diverse, sterk geïndividualiseerde snel veranderende samenleving waarin prestaties erg belangrijk zijn geworden. Talentontwikkeling is geen keuze, maar voelt voor veel kinderen als een verplichting. Ze willen het op alle fronten goed doen: goede cijfers en cito-scores halen op school, goed presteren in sport of hobby’s en het ook leuk hebben met vrienden, ook online.
De maatschappelijke boodschap lijkt te zijn: als je maar hard genoeg je best doet, komt het goed. Daardoor kunnen kinderen prestatiedruk of schuldgevoel ervaren wanneer iets niet lukt. Op sociale media delen kinderen vooral succesverhalen om veel likes te krijgen, wat de lat nog hoger legt.
Moderne technologische en digitale ontwikkelingen (zoals AI) bieden deze generatie veel kansen, maar zorgen ook voor onzekerheid en stress in het alledaags opgroeien en opvoeden, ook in de BSO.
Meer oog voor mentaal welzijn van 9+kinderen
Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen blijkt het mentaal welbevinden van de huidige generatie pubers en jongeren onder druk te staan. Klachten als stress, faalangst, prestatiedruk, somberheid en eenzaamheid komen vaker voor. Kinderen kunnen bovendien piekeren over grote wereldproblemen zoals oorlog, klimaatverandering en ongelijkheid. Pedagogisch professionals in de BSO hebben hierin een belangrijke signaalfunctie: hoe gaat het écht met deze kinderen? Zitten ze lekker in hun vel? Wat houdt hen bezig?
De maatschappelijke context vraagt van pedagogisch professionals bewustzijn én tegenwicht: kinderen hebben meer ontspanning nodig. De toegenomen prestatiedruk vraagt meer aandacht voor de binnenwereld (emoties en aspiraties) van kinderen, met meer ruimte voor spel, verbeelding en betekenisvolle relaties. Kinderen van 9+ hebben plekken als de BSO nodig, waar ze niet hoeven te presteren en zichzelf mogen zijn. Ook kunnen pedagogisch professionals kinderen op een laagdrempelige, speelse manier leren om te gaan met hun mobiele telefoons, games en de veelheid aan informatie op het wereldwijde web.
Hoe ervaren 9+ kinderen de BSO?
Negatief imago
Onderzoek laat zien dat veel kinderen vanaf ongeveer 9 jaar een negatief beeld van de BSO hebben. Ze vinden de opvang vaak saai of kinderachtig en te weinig uitdagend. Ze vinden het vervelend dat hun vrienden er niet welkom zijn en ze vinden de BSO vaak te strak georganiseerd. Hoewel ze de opvang waarderen als voorziening, missen ze vrijheid en aansluiting bij hun leefwereld.
Wat willen zij wél?
9+ kinderen geven duidelijk aan wat zij belangrijk vinden:
- autonomie en keuzevrijheid;
- uitdagende activiteiten met meer bewegingsruimte, binnen én buiten;
- minder voortdurend toezicht;
- een plek om te chillen, gamen en bij te praten;
- vaste begeleiders die hen serieus nemen;
- mannelijke begeleiders;
- ruimte om mee te denken en mee te beslissen.
Een schools of verplicht programma sluit niet aan bij hun behoeften. BSO moet voor hen vooral een plek zijn om te ontspannen, vrienden te ontmoeten en leuke dingen te doen. Samengevat draait BSO voor 9+ kinderen om: Fun & Friends – Voice & Choice.
Verschoolsing
In Nederland ligt verschoolsing van de BSO op de loer: meer structuren, doelen en programma’s die lijken op school. Internationaal onderzoek (o.a. uit Zweden) laat zien dat dit juist tot minder deelname van oudere kinderen leidt. Oudere kinderen voelen zich beter in een setting met:
• balans tussen vrijheid en structuur;
• duidelijke verwachtingen, maar ook ruimte om zelf te kiezen;
• betekenisvolle activiteiten die aansluiten bij hun interesses;
• een sterke sociale component.
Als kinderen zelf mogen meedenken, verantwoordelijkheid krijgen en merken dat hun ideeën ertoe doen, blijven ze langer deelnemen.
Het belang van de BSO voor 9+ kinderen
Internationaal onderzoek toont aan dat buitenschoolse opvang positieve effecten kan hebben op de sociaal-emotionele ontwikkeling, veerkrachtontwikkeling en het mentaal welzijn van kinderen en jongeren vanaf ongeveer 10 jaar. Het bevordert onder andere nieuwsgierigheid, betrokkenheid en empathie, zelfvertrouwen, zelfregulatie, pro-sociaal gedrag, solidariteit en groepsgevoel.
Voor 9+ kinderen geldt daarbij een belangrijke voorwaarde: de BSO moet aansluiten bij hun interesses en ontwikkelfase. Het mag geen verlengde schooldag zijn.
Werkzame factoren:
De impact van de BSO valt of staat met een aantal samenhangende factoren:
- Programmakwaliteit
Een aantrekkelijk aanbod met veel ruimte voor vrije keuze en ontmoeting met leeftijdsgenoten en vrienden. Activiteiten als sport, muziek, theater, techniek en creatieve projecten hebben aantoonbaar positieve effecten op sociale vaardigheden, doorzettingsvermogen, autonomie en karaktervorming. - Positieve groepssfeer en kinderparticipatie
Kinderen willen invloed, inspraak en erkenning. Een inclusieve groepssfeer waarin verschillen worden gewaardeerd is essentieel. - Gemeenschapsgerichte benadering
Verbinding met buurt, school, verenigingen en ouders vergroot de betrokkenheid op elkaar, in het belang van kinderen. Informele ontmoetingen werken hierbij beter dan formele (ouder-kind)gesprekken. - Professionele kwaliteit en samenwerking
Gekwalificeerde professionals met kennis van pubers, groepsdynamica en kinderparticipatie zijn cruciaal. Samenwerking met andere (jeugd)partners versterkt het aanbod én het imago van de BSO.
Hoe richt je een aantrekkelijke BSO in, zodat 9+ blijft deelnemen?
Kinderparticipatie: Voice & Choice ‘arrangeren’
Het recht op participatie is vastgelegd in het Internationaal Kinderrechtenverdrag, maar is in veel pedagogische praktijken nog altijd geen realiteit. Meer invloed van kinderen op zaken die hen aangaan veronderstelt een bewuste attitude en aanpak van professionals. De BSO is bij uitstek een plek waar 9+ kinderen kunnen oefenen met eigenaarschap en inspraak: Voice & Choice. Kinderen leren samen met anderen oplossingen te zoeken voor dingen die ze graag (anders) zouden zien. Zo worden kinderen al op jonge leeftijd ingeleid in democratisch burgerschap en 21-eeuwse vaardigheden.
Het actief vormgeven van kinderparticipatie wordt in pedagogische literatuur agency arrangeren genoemd, letterlijk vertaald als het vormgeven van eigenaarschap en inspraak. Voor de 9+ BSO is Voice & Choice arrangeren een geschikte term voor het vormgeven van kinderparticipatie.
Voice & Choice kan op de BSO vormgegeven worden door dagelijkse rituelen, zoals doorlopend aandacht hebben voor wat kinderen bezighoudt, bijvoorbeeld bij de start of afsluiting van de dag. Formelere vormen zijn kinderraden of actiegroepjes (zoals de Piratenraad in Leiderdorp, of kinderen op een Haarlemse BSO die zelf vragen bedachten voor een tevredenheidsonderzoek).
Voice & Choice arrangeren werkt in alledaagse situaties en projecten, maar ook door 9+ kinderen te betrekken bij de inrichting, materiaalkeuze, projectkeuze, beleid en kwaliteit. Daarbij zijn ook creatieve werk- en spelvormen geschikt, zoals rapteksten, muurschilderingen, sketches, moodboards, etc.).
Hierdoor leren 9+ kinderen:
- hun wensen te verwoorden/verbeelden;
- samen oplossingen te bedenken;
- verantwoordelijkheid te nemen;
- invloed uit te oefenen op hun omgeving.
Pedagogisch professionals ondersteunen dit door:
- een veilige, uitnodigende omgeving te creëren;
- actief te luisteren (zowel individuele als collectieve aandacht is van belang);
- kinderen uit te dagen initiatief te nemen en soms buiten hun comfortzone te gaan;
- hen te begeleiden bij het agenderen, communiceren (verwoorden of verbeelden) en organiseren van veranderingen;
- een brug te vormen tussen de leefwereld van kinderen en de systeemwereld (zoals de wijkmanager of locatiemanager van de BSO). Professionals kunnen kinderen bijv. in contact brengen met managers van de BSO over richtlijnen en budget voor (her)inrichting van ruimtes.
ONT-moeten en ONT-wikkelen
Inspirerend voor het werken met de oudste kinderen in de BSO is het concept van de Pedagogische Vrijplaats. In een pedagogische vrijplaats voor jeugd is er geen vaststaand curriculum of programma-aanbod. Kinderen kiezen zelf wat ze doen, in samenspraak met jeugdprofessionals die hen daarbij coachen. In pedagogische vrijplaatsen gaat het niet om presteren, maar om ONT-moeten (even niets moeten en elkaar ontmoeten) en ONT-wikkelen (jezelf zijn en op eigen tempo leren). Het brede palet aan professionals met diverse achtergronden (sport, kunst, sociaal werk etc.) sluit aan bij de belevingswereld van 9+ kinderen. Ze bieden mogelijkheden en perspectief: er is veel ruimte voor de aspiraties van kinderen (wensen, dromen, ambities) en er is uitzicht op meer verworvenheden, zoals meer vrijheid en verantwoordelijkheid door de tijd.
Onderzoek laat zien dat dit leidt tot:
- meer intrinsieke motivatie;
- minder prestatiedruk;
- meer veerkracht;
- sterkere groepscohesie;
- een groter gevoel erbij te horen.
Wat maakt dat 9+ kinderen blijven komen?
- Maak ontmoeting met leeftijdsgenoten en vrienden mogelijk;
- Geef inspraak en eigenaarschap vorm (zelf laten inrichten, materiaalkeuze, etc.);
- Zorg voor een gevarieerd en leeftijdsgericht activiteitenaanbod met langlopende projecten, met veel keuzevrijheid;
- Zorg voor perspectief (progressie qua aanbod): kinderen verwachten steeds meer uitdaging, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid en leven daar naar toe;
- Aantrekkelijke binnen- en buitenruimtes, ook rustige plekken om te chillen met privacy.
De belangrijkste reden om te blijven komen: vrienden kunnen ontmoeten in een fijne sfeer.
Wat vraagt dit van pedagogisch professionals?
Als de BSO voor 9+ kinderen een ‘oefenruimte’ is waar ze zichzelf en hun sociale wereld kunnen ontdekken, succeservaringen mogen opdoen waarbij niet alles hoeft te lukken, dan bevordert dat hun welbevinden en is de kans groter dat ze blijven komen. Dit vraag specifieke competenties van pedagogisch professionals.
Tips voor pedagogisch professionals die op de BSO met 9+ kinderen werken:
- Ben op de hoogte van puberteitsontwikkeling en groepsdynamica én ben je bewust van de huidige maatschappelijke context. Onze snel veranderende prestatiesamenleving biedt verklaring voor de kenmerken van 9+ kinderen van nu.
- Sluit aan bij de belevingswereld van prepubers en bij jeugdtrends, met respect voor diversiteit (verdiep je bijvoorbeeld in TikTok-filmpjes, tradities van andere culturen of leer jezelf bijvoorbeeld haken als kinderen daarmee komen);
- Kinderparticipatie is je grondhouding, met bijbehoren participatie skills: maak werk van het arrangeren van Voice & Choice: neem ideeën en meningen van kinderen serieus en coach ze bij het agenderen en veranderen van ongewenste situaties;
- Geef ruimte aan (toenemende) autonomie, vertrouwen en verantwoordelijkheid wanneer kinderen dat aankunnen;
- Werk ontwikkelingsgericht, niet prestatiegericht (ga gezond om met competitie);
- Heb aandacht voor emoties, aspiraties en welbevinden van individuele kinderen én van de groep;
- Maak gebruik van de invloed van peers (nodig vrienden eens uit op de groep).
- Ontwerp langlopende projecten met flexibiliteit, zodat kinderen willen terugkomen om weer verder te gaan.
Wat vraagt dit van organisaties en beleid?
Bovenstaande inzichten, op basis van wetenschappelijk onderzoek en praktijkkennis, raken ook de verantwoordelijkheden van beleidmakers en bestuurders van de BSO. Een sterke BSO voor 9+ kinderen vraagt veel van de organisatie. Hoe kan bijvoorbeeld omgegaan worden met veiligheid en verantwoordelijkheid (ook juridisch), als 9+ kinderen zelf meer vrijheid en invloed krijgen? De transitie naar een optimale 9+BSO vraagt borging in het beleid van de organisatie, wat afstemming, communicatie en dus tijd kost.
Hieronder volgt een aantal aanbevelingen:
- Zorg voor BSO-beleid dat recht doet aan de kenmerken en behoeften van 9+ kinderen. Beleid dat oog heeft voor ontwikkelingskansen van 9+kinderen, maar ook voor de risico’s;
- Betrek pedagogisch professionals, ouders én kinderen bij het beleid en de kwaliteit van de BSO voor 9+ kinderen. Laat bijvoorbeeld kinderen zelf een tevredenheidsonderzoek uitvoeren;
- Zorg voor voldoende, stabiel en specifiek opgeleid personeel;
- Geef samen met pedagogisch professionals een professionaliseringsprogramma vorm (individueel en teamgericht), specifiek voor het werken met 9+ kinderen. Maak ruimte vrij voor (actie)onderzoek en praktijkontwikkeling.
- Help de professionele identiteit en het loopbaanperspectief van de pedagogisch professional op de BSO te versterken.
- Geef samen met professionals ambassadeurschap vorm en zorg voor aansprekende boegbeelden van de 9+ BSO;
- Maak de 9+ BSO aantrekkelijk voor mannen en geef masculiniteit vorm;
- Faciliteer aantrekkelijke en uitnodigende ruimtes voor 9+ kinderen, ook chillruimtes;
- Ondersteun de samenwerking met scholen, wijken, sport, cultuur en jeugdwerk.
Belangrijke aanbevelingen
De BSO heeft grote meerwaarde voor brede ontwikkelkansen, welbevinden en participatie van oudere kinderen, mits deze aansluit bij hun leef- en belevingswereld.
Voor een stabiele en positieve deelname van 9+ kinderen zijn aanpassingen nodig in wetgeving, wetenschap, opleiding, beleid & praktijk én in de samenleving.
- De Wet Kinderopvang (gebaseerd op de leeftijd van 0 tot 13 jaar) sluit niet aan op de huidige visie en het kwaliteitskader van de BSO ten aanzien van het werken met 9+ kinderen (zie rapport KinderopvangRaad).
- Recente wetenschappelijke inzichten zijn niet altijd opgenomen in de huidige pedagogische opleidingen zoals: de invloed van de digitalisering op het opgroeien en opvoeden in deze tijd, de impact van de huidige prestatiesamenleving, vervroeging van de puberteit.
- In de opleidingen (MBO en HBO) zijn specialisaties nodig voor het werken met 9+ kinderen in de BSO (profilering, minoren).
- In praktijk en beleid is een specifiek beroepsprofiel nodig voor het werken met 9+ kinderen in de BSO, waarin geborgd is dat 9+ professionals meer ‘professionele speelruimte’ krijgen om recht te kunnen doen aan de toenemende behoefte aan autonomie van 9+ kinderen.
- In de brede samenleving is er meer erkenning nodig voor de meerwaarde van de BSO.