Ruimte geven voor eigen ideeën
Bij bos-BSO Driebergen stimuleren we de ontwikkeling van executieve functies door ruimte te maken voor de initiatieven van de kinderen. Wij geloven dat executieve functies niet alleen ontwikkeld worden tijdens gerichte activiteiten, maar juist ook in spontane speelmomenten en dagelijkse interacties.
Spontaan idee wordt rijke oefensituatie
Op een dag kwamen een paar kinderen enthousiast naar de pedagogisch professional toe met de vraag of ze ‘Boeren in de sloot’ mochten spelen. In plaats van het spel direct zelf te organiseren, stelde de professional een open vraag: “Zullen we eens kijken of er nog meer kinderen mee willen doen?”
De kinderen gingen vervolgens zelf op zoek naar andere kinderen. Daarna gingen ze samen overleggen: waar gaan we het spelen, wat hebben we nodig, hoe maken we het speelveld en wie doet wat?
De professional bleef dichtbij, luisterde, dacht mee en stelde vragen, maar liet de organisatie zoveel mogelijk bij de kinderen. Wat volgde, was niet alleen een spelmoment, maar een rijke oefensituatie voor samenwerken, plannen, overleggen en zelfregulatie.
Samen organiseren en uitvoeren
Nadat alle vragen waren beantwoord, zetten de kinderen samen het parcours uit. De rollen en taken werden zorgvuldig verdeeld. Sommige kinderen verzamelden materialen, anderen hielpen met het uitleggen van de regels en weer anderen zorgden ervoor dat iedereen wist waar ze moesten staan.
Tijdens het spel was er ruimte voor vragen, overleg, het aanpassen van de afspraken, het opnieuw uitleggen van de regels en samen oplossingen bedenken. Wat opviel, was hoe betrokken de kinderen bleven doordat zij eigenaar waren van het proces.
De professional bewaakte ondertussen de veiligheid, hielp kinderen woorden te geven aan situaties en ondersteunde waar nodig bij samenwerking of spanning.
Meer betrokkenheid, samenwerking en zelfvertrouwen
Tijdens dit spontane spelmoment oefenden kinderen ongemerkt met allerlei executieve functies. Denk aan: plannen en organiseren, taken verdelen, je aandacht richten, impulsen beheersen, flexibel denken, het onthouden van afspraken, samenwerken en problemen oplossen.
Ook zelfregulatie speelde een grote rol. Kinderen leerden wachten op elkaar, omgaan met enthousiasme, luisteren naar ideeën van anderen en rekening houden met groepsafspraken. Juist doordat het spel betekenisvol was voor de kinderen zelf, ontstond een hoge betrokkenheid. Kinderen ervaren dat hun ideeën ertoe doen en leren tegelijkertijd belangrijke vaardigheden die zij later nodig hebben.
Wanneer kinderen actief mogen meedenken en organiseren, zie je vaak meer betrokkenheid, samenwerking, zelfstandigheid en zelfvertrouwen en een langere concentratie.
De kracht van de professional
De kracht van de pedagogisch professional zat niet in het overnemen van de activiteit, maar juist in het aansluiten bij de motivatie van kinderen, observeren, open vragen stellen, ruimte geven aan eigenaarschap, emotioneel beschikbaar blijven en soms bewust vertragen.
De professional was aanwezig in het hier en nu en begeleidde het proces zonder het van de kinderen over te nemen. Dat vraagt vertrouwen in de kinderen, maar ook in jezelf als professional.
Dit praktijkvoorbeeld laat zien dat belangrijke vaardigheden zoals plannen, samenwerken en zelfregulatie niet alleen ontwikkeld worden tijdens gerichte activiteiten, maar juist ook in spontane speelmomenten. Voor pedagogisch professionals ligt daar een mooie kans: niet alles vooraf invullen, maar soms juist vertragen, volgen en ruimte maken voor initiatief van kinderen. Want juist daar ontstaan vaak de rijkste leermomenten.