WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Oudste kinderen in de BSO | Publicatiedatum: 2026

Kern

In de Zweedse buitenschoolse opvang heeft een verschuiving plaatsgevonden van een sociaal-pedagogisch uitgangspunt naar een curriculum-gestuurde praktijk, Dit heeft gevolgen voor het soort activiteiten dat in een fritidshem (Zweeds voor vrijetijdscentrum) plaatsvindt. Deze studie onderzoekt de ervaringen van leerlingen in zes Zweedse buitenschoolse opvangcentra, over de de spanning tussen verplichte en vrije activiteiten in relatie tot hun deelname. De kwalitatieve studie met kinderen van 7 tot 9 jaar levert kennis op over hoe leerlingen het programma in de fritidshem ervaren. Kinderen ervaren vrije activiteiten duidelijk positiever, omdat deze autonomie en actieve deelname mogelijk maken. Verplichte activiteiten worden als beperkend ervaren, tenzij ze logisch zijn (bijvoorbeeld een gezamenlijke start), aansluiten bij verwachtingen en participatiemogelijkheden bieden. De studie toont dat betekenisvolle ervaring ontstaat uit een combinatie van keuzevrijheid, herkenbaarheid en betrokkenheid. De auteurs pleiten voor een fritidshem dat zowel structuur biedt als ruimte geeft aan de eigen perspectieven en keuzes van kinderen.

In dit artikel wordt onderzocht hoe oudere kinderen hun dagelijkse activiteiten in de Zweedse buitenschoolse opvang (fritidshem) ervaren. Het accent ligt daarbij op kinderparticipatie, het spanningsveld tussen verplichte en vrije activiteiten en wat kinderen zelf als betekenisvol of juist beperkend ervaren. Het onderzoek vond plaats door middel van kindergesprekken, observaties en veldnotities in zes centra voor buitenschoolse opvang, onder 22 leerlingen tussen 7 en 9 jaar.

Als theoretisch kader wordt Childhood Sociology gebruikt, waarin kinderen worden beschouwd als actieve deelnemers in hun eigen leefwereld. 
De onderzoekers plaatsen het onderzoek binnen een breder maatschappelijk kader waarin het fritidshem steeds sterker wordt beïnvloed door curriculum-gestuurde doelen (Skolverket, 2024). Historisch gezien is het fritidshem een plek geweest voor vrije tijd, spel, sociale relaties en ontspanning. De afgelopen jaren is er een duidelijke verschuiving: 
-  van vrije pedagogiek → naar meer onderwijsdoelen 
-  van kindgestuurd → naar leerkrachtgestuurd 
-  van spelen → naar leren & documenteren.

Dit zorgt voor ontevredenheid en spanning, met name onder oudere kinderen, omdat zij vinden dat het fritidshem anders moet aanvoelen dan school.

Resultaten van het onderzoek:

  1. Kinderen willen kunnen kiezen: vrije activiteiten worden significant positiever ervaren dan verplichte activiteiten. Het fritidshem moet niet te veel op school lijken”, dat verlaagt hun plezier en betrokkenheid. Dit gebeurt als de regels te strak zijn, wanneer een activiteit individueel moet, als ze stil moeten zijn, als de activiteit geen ruimte biedt om te praten of samen te zijn. 
    Bijvoorbeeld: kinderen die samen een boek willen lezen, maar gescheiden en stil moeten werken. Ze voelen weerstand als ze niet begrijpen waarom iets moet. Verplichte activiteiten worden wél geaccepteerd als ze leuk en logisch zijn, of als kinderen inspraak krijgen.
  1. Vriendschappen zijn cruciaal: kinderen willen vrij met vrienden kunnen spelen en samen activiteiten kunnen ondernemen. Vaste klassenindeling met te veel structuur verlaagt hun welbevinden.
  1. Betekenisvolle activiteiten: Activiteiten worden betekenisvol wanneer ze aansluiten bij interesses en belevingswereld van de kinderen, voldoende vrijheid bieden, en ruimte geven voor samenwerking. 
    Bijvoorbeeld: een gezamenlijke "vingerhaak-uitdaging" werkte goed omdat het voortkwam uit wat kinderen al deden, en de volwassene aansloot in plaats van te sturen.
  1. Kinderparticipatie: dit ontstaat wanneer kinderen zelf activiteiten mogen bedenken, het gevoel hebben dat hun ideeën ertoe doen, verantwoordelijkheden krijgen (zoals zelf een gymles organiseren), ruimte zien om taken, regels of uitvoering te beïnvloeden. Zelfs een verplichte activiteit kan dan positief zijn.
  1. Verplichte activiteiten zijn oké als ze logisch zijn. Kinderen accepteren verplichtingen wanneer deze goed worden uitgelegd, aansluiten bij hun verwachtingen, betekenisvol voelen, ruimte laten voor hun agency (meebeslissen, eigen inbreng).

Conclusie: 
Het welbevinden van kinderen in het fritidshem hangt af van een balans tussen autonomie (vrij kiezen, zelf bepalen) en structuur (regels, verwachtingen, geplande activiteiten) waarin begrijpelijkheidkeuzevrijheidrelaties en betekenisvolle activiteiten centraal staan. Het fritidshem functioneert het beste wanneer het geen verlengde schooldag wordt, maar een eigen pedagogische ruimte waarin kinderen actief medevormgevers zijn.