WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Executieve functies | Publicatiedatum: 2026

Kern

Uit onderzoek is bekend dat executieve functies (EF)- vaardigheden belangrijk zijn voor de taalontwikkeling van kleuters. Maar werkt het andersom ook: helpt een grotere woordenschat kinderen ook om betere executieve functies te ontwikkelen? Onderzoekers bekeken bij 400 kleuters van 4,5 jaar de samenhang tussen passieve woordenschat (woorden die een kind begrijpt, maar nog niet zelf gebruikt) en EF-vaardigheden aan het begin en einde van het eerste kleuterjaar. Kinderen met sterkere EF-vaardigheden aan het begin van het jaar, begrepen aan het einde van het jaar meer woorden (passieve woordenschat). Dit gold ook als rekening werd gehouden met de woordenschat die zij aan het begin al hadden. Andersom was dit niet zo: kinderen met een grotere passieve woordenschat aan het begin, ontwikkelden niet automatisch sterkere EF-vaardigheden. Met andere woorden: de invloed lijkt vooral van EF naar woordenschat te lopen, en niet andersom. Voor actieve woordenschat kan dit verband anders zijn.

Uit onderzoek is bekend dat executieve functie (EF)-vaardigheden de ontwikkeling van taalvaardigheden van kleuters ondersteunen. EF-vaardigheden kinderen helpen immers bij het vasthouden van aandacht bij meerdere gelijktijdige informatiestromen, het monitoren van fouten en beslissingen nemen op basis van beschikbare informatie: dit zijn essentiële vaardigheden bij het verwerven en ontwikkelen van taalvaardigheden. Tegelijkertijd is de vraag of taalvaardigheden ook de ontwikkeling van EF-vaardigheden ondersteunen. Kan het zo zijn dat betere passieve woordenschat (woorden die een kind begrijpt, maar nog niet zelf gebruikt) kan bijdragen aan de groei van EF-vaardigheden bij kleuters door ondersteuning van hun innerlijke stem (private speech)? Want die innerlijke stem helpt kinderen bij het reguleren van gedrag en gedachten. Er zijn aanwijzingen dat zelf-verbalisatie, tegen jezelf spreken, helpt bij het switchen van taken (cognitieve flexibiliteit).

In dit onderzoek is bij 400 kleuters (gemiddeld 4,5 jaar bij de start) bekeken welke samenhangen er zijn tussen passieve woordenschat en EF-vaardigheden aan het begin en het einde van het eerste kleuterschooljaar. De kleuters werden individueel getest waarbij er afzonderlijke EF-taken waren voor werkgeheugen, cognitieve flexibiliteit en impulscontrole: de scores op deze onderdelen werden gecombineerd tot één EF-score.

EF-vaardigheden aan het begin van de kleuterschool zijn een belangrijke voorspeller van passieve woordenschat aan het einde van de kleuterschool, na controle voor eerdere woordenschat. Passieve woordenschat aan het begin van de kleuterschool voorspelt echter geen EF-vaardigheden aan het einde van de kleuterschool, na controle voor eerdere EF-vaardigheden.

Dit is de eerste studie die het verband tussen EF-vaardigheden en passieve woordenschat onderzoekt bij de start van het kleuterschooljaar en waarbij alle drie de EF-componenten zijn vastgesteld. De bevindingen wijzen op de belangrijke rol die EF speelt bij het ondersteunen van groei in passieve woordenschat, los van eerder woordenschatniveau. Daarnaast biedt de studie informatie over de richting van invloed tussen EF en passieve woordenschat in de kleuterjaren.

De onderzoekers wijzen erop dat de uitkomsten niet perse gelden voor actieve woordenschat. Het verband tussen actieve woordenschat en EF-vaardigheden kan anders liggen dan voor passieve woordenschat. Wellicht dat actieve woordenschat wel via private speech EF-vaardigheden beïnvloedt.