WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Executieve functies | Publicatiedatum: 2026

Kern

Nederland heeft in 2025 deelgenomen aan de International Early Learning and Child Well-being studie (IELS) van de OECD. Dit is een internationaal vergelijkend onderzoek naar kernvaardigheden van vijfjarigen, waaronder Executieve functies. Met het onderzoek wordt in kaart gebracht wat vijfjarigen kennen en kunnen op het gebied van Fundamenteel leren (Beginnende geletterdheid en Beginnende gecijferdheid), Executieve functies (Inhibitie, Cognitieve flexibiliteit en Werkgeheugen) en Sociaal-emotionele competenties. In totaal werden 2700 vijfjarige kinderen afkomstig van 182 scholen in Nederland getest en hun leerkrachten en ouders bevraagd (Swart en collega’s, 2026). Nederlandse vijfjarigen blijven significant achter in hun EF-ontwikkeling in vergelijking met de andere landen. Op vijfjarige leeftijd zijn er grote verschillen tussen kinderen die het laagst danwel het hoogst scoren op de EF-taken. Al zijn die verschillen in andere landen soms nog groter.

Nederland heeft in 2025 voor het eerst deelgenomen aan de International Early Learning and Child Well-being studie (IELS) van de OECD. Dit is een internationaal vergelijkend onderzoek naar kernvaardigheden van vijfjarigen. Met het onderzoek wordt in kaart gebracht wat vijfjarigen kennen en kunnen op het gebied van Fundamenteel leren (Beginnende geletterdheid en Beginnende gecijferdheid), Executieve functies (Inhibitie, Cognitieve flexibiliteit en Werkgeheugen) en Sociaal-emotionele competenties In totaal werden 2700 vijfjarige kinderen afkomstig van 182 scholen in Nederland getest en hun leerkrachten en ouders bevraagd (Swart en collega’s, 2026). Internationaal namen de volgende landen of regio’s deel: Engeland, Vlaanderen, Nederland en Malta, en daarnaast Korea, Brazilië, twee regio’s in Azerbeidzjan en de Verenigde Arabische Emiraten.

EF werd door getrainde testleiders getest aan de hand van verschillende taken voor werkgeheugen inhibitie en cognitieve flexibiliteit. Deze taken zijn gestandaardiseerd voor alle landen met een gemiddelde score van 500 (standaarddeviatie 100).

De drie onderdelen van EF samengenomen laten zien dat Nederlandse vijfjarigen significant achterblijven in hun EF-ontwikkeling in vergelijking met de andere landen.

onderzoek ef figuur

Dat de vijfjarigen achterblijven in hun EF-ontwikkeling geldt voor de totale EF-score en voor de afzonderlijke EF-onderdelen. Vijfjarige leerlingen uit Nederland behalen een gemiddelde score voor Inhibitie van 484 (standaarddeviatie: 88). Voor cognitieve flexibiliteit is de gemiddelde score 488 (standaarddeviatie: 92) terwijl de gemiddelde score voor werkgeheugen 476 is (standaarddeviatie: 97). De gemiddelde score over de drie EF-taken is 482. De scores zijn allemaal significant lager dan het internationaal gemiddelde van 500.

Naast gemiddelde scores is ook gekeken naar de 10% laagst en10% hoogst scorende vijfjarigen. In Nederland zijn de verschillen tussen deze twee groepen aanzienlijk. Het verschil tussen de 10% laagst en 10% hoogst scorende leerlingen bedraagt in Nederland 214 punten voor Inhibitie, 249 punten voor Werkgeheugen en 231 punten voor Cognitieve flexibiliteit. In vergelijking met andere landen is de spreiding in Nederland wat minder groot. Meisjes doen het iets beter dan jongens op inhibitie en cognitieve flexibiliteit maar niet op werkgeheugen.

Dit onderzoek laat zien dat de ontwikkeling van executieve functies en zelfregulatie een aandachtspunt voor opvoeders in het algemeen en pedagogisch professionals in het bijzonder.