WETENSCHAPPELIJKE BRON
Onderwerp: Oudste kinderen in de BSO | Publicatiedatum: 2026

Kern

Dit onderzoek gaat over de vraag of de kwaliteit van de buitenschoolse opvang voldoet, en besteedt daarbij relatief veel aandacht aan de behoeften van 9+ kinderen, wat het geschikt maakt voor 'Oudste kinderen op de BSO’. Het omvat een internationale literatuurstudie en een praktijkstudie over wat nodig is voor een kwalitatief goede buitenschoolse opvang. In welke mate sluiten opleidingen aan op de BSO-praktijk? Naast pedagogisch professionals, aanbieders van buitenschoolse opvang, brancheorganisaties, opleiders en ouders werden ook kinderen zelf bij het onderzoek betrokken. Het onderzoek heeft de volgende thema’s geïdentificeerd die van belang zijn voor verdere verbetering en professionalisering van de BSO, met speciale aandacht voor de oudste kinderen: programmering en inrichting, opleiding en professionalisering van pedagogisch professionals, het imago van de BSO, de algemene en specifieke kwaliteitscriteria voor BSO, veiligheid en risicovol spel, ouderbetrokkenheid en samenwerking met de omgeving: school/wijk en de vrijetijdssector.

Dit Nederlands onderzoek uit 2008 omvat een internationale literatuurstudie en een praktijkonderzoek, over de kwaliteit van de buitenschoolse opvang, met speciale aandacht voor 9+ kinderen, die als respondenten bij het onderzoek werden betrokken.   
Het onderzoek identificeerde de volgende thema’s, die van belang zijn voor verdere verbetering en professionalisering van de BSO, met speciale aandacht voor de oudste kinderen: programmering en inrichting, opleiding en professionalisering van pedagogisch professionals, het imago van de BSO, de algemene en specifieke kwaliteitscriteria voor BSO, veiligheid en risicovol spel, ouderbetrokkenheid en samenwerking met de omgeving: school/wijk en de vrijetijdssector.

Opvattingen van 9+kinderen en ouders   
9+ Kinderen hebben in meerderheid een negatief beeld van de BSO. Ze vinden de inrichting saai, te klein en kinderachtig. Ze willen vooral vrienden kunnen ontmoeten, wat meestal niet kan of mag, waardoor ze zich vervelen. Zevinden het wel belangrijk dat de BSO er is, “anders zou je altijd alleen thuis moeten zitten als je ouders werken. Je kunt er meer dingen doen dan thuis”. Ouders van 9+ kinderen geven aan minder gebruik te maken van de BSO en hier ook in mindere mate behoefte aan te hebben. 
Kinderen vanaf 8 jaar hebben behoefte aan beweging, binnen en buiten de BSO (samen naar een park, speeltuin of schoolplein in de buurt, uitstapjes in vakanties). Populair zijn sport, gamen (meer schermtijd), buitenspelen met uitdagende toestellen, maar ook ruimtes om te chillen. Ze willen veel keuzevrijheid en zelfstandigheid, zonder direct toezicht van groepsleiding.  Schoolse activiteiten zoals huiswerkbegeleiding zijn verre van populair. Na een schooldag hebben kinderen vooral behoefte aan ontspanning. 
9+ kinderen vinden dat de leiding er vooral is om te bemiddelen bij ruzies en pesten. Ze willen wel meer ‘meesters’ op de groep. “Op school heb ik ook alleen maar juffen”.

Inzichten uit internationale studies 
In internationale studies zijn overeenkomstige kwaliteitscriteria gevonden ten aanzien van 9+ kinderen, zoals ruimte bieden aan de autonomie van kinderen door flexibele en boeiende activiteiten, passend bij deze leeftijd, die zij met vrienden kunnen doen, samengevat als ‘Fun & Friends, Voice & Choice (Larner et al, 1999). Personeel moet kwalitatief goed zijn en niet te vaak wisselen. Opleiding en nascholing moet zijn toegesneden op de specifieke beroepscontext.

Kinderparticipatie 
In de interactie met 9+ kinderen gaat het om de balans tussen enerzijds respect voor autonomie en anderzijds het stimuleren van de ontwikkeling. Voor kinderen vanaf 8 á 9 jaar zijn ervaringen met kinderparticipatie positief. Het maakt de aansluiting tussen hun wensen en behoefte beter mogelijk én het draagt bij aan hun verantwoordelijkheidsgevoel. Er zijn ook grenzen aan wat haalbaar is om het kinderen naar hun zin te maken. Als dat niet lukt moet dat ook erkend worden.

Samenwerking met de omgeving, eigen profiel en imago 
Samenwerking met de school en andere voorzieningen in de vrijetijd/ wijk draagt bij aan de kwaliteit van de BSO, omdat van elkaars expertise, aanbod en ruimtes geprofiteerd kan worden. Wel dient de BSO zich duidelijk te profileren op het eigen terrein, namelijk dat van de socialisatie en vrije tijd. De BSO zou een eigen profiel moeten krijgen, met accent op de zelfstandigheidsontwikkeling van oudere kinderen. 
Het imago van het beroep vraagt om verbetering: betere arbeidsvoorwaarden, meer masculiniteit, erkenning en uitstraling van BSO als specifieke professie en uitdagend beroep.  

Opleiding en professionalisering 
Het bieden van buitenschoolse opvang aan kinderen is een vak apart. Het zou een specialisatie in de pedagogische opleidingen moeten zijn, met specifieke aandacht voor het werken met kinderen van acht jaar en ouder.

In de BSO zoekt men naar een opleidingenmix: HBO- en MBO-geschoolden, pedagogisch geschoolden en professionals uit bijvoorbeeld de sport, kunst en cultuur. Er is een grote noodzaak aan deskundigheidsbevordering, door scholing, coaching en intervisie.