Volgend jaar werkt Rob precies 25 jaar bij de BSO, en dat doet hij nog altijd met onverminderd enthousiasme. Hij tekent en figuurzaagt met de kinderen, laat ze graag sporten en geniet ervan om hun persoonlijke ontwikkeling te volgen. Waar hij na al die jaren het meest in gelooft: ga naar buiten met die kinderen.
Rob Hoekstra (58) werkt bij KION, een kinderopvangorganisatie met meerdere locaties in en rondom Nijmegen: kinderdagverblijven, peutergroepen en buitenschoolse opvang. Hij staat op een groep met de oudste kinderen op een BSO-locatie in Nijmegen. Inmiddels is hij ook duurzaamheidsambassadeur voor de organisatie. ‘Het is vooral het enthousiasme van kinderen waar ik zo blij van word.’
Voordat je in de BSO kwam te werken, deed je heel andere dingen.
Rob: ‘Ja joh, ik ben gymleraar geweest, speeltuinbeheerder, portier in de horeca, barman. Maar toen ik mijn vrouw leerde kennen, paste het nachtwerk niet meer. Tijdens mijn tijd op de pabo ontdekte ik hoe leuk ik het vind om met kinderen te werken. Dus ik dacht: wat kan er nog meer? Zo ben ik bij de BSO terechtgekomen. Daar kwam ik erachter dat ik werken met kinderen in een vrijetijdssetting veel leuker vind dan op een school. Hier kan ik een beetje chaotisch zijn. En ik kan mijn hobby’s erin kwijt: beeldhouwen, figuurzagen, houtbewerken. Die combinatie is heel tof.’
Je werkt al een hele tijd op dezelfde plek. Draagt dat bij aan de band die je met de kinderen hebt?
‘Wat mooi is, is dat je die band met de hele familie krijgt. De ouders zie ik natuurlijk voor een heel lange periode. Ik werk met de oudste kinderen, dus ik zie hen meestal van zes tot en met elf, maar daarna zie ik hun broertjes en zusjes. Dat maakt het bijzonder, dat je echt onderdeel bent van hun jeugd, van hun opvoeding. Ik zie ze in die tijd ontdekken waar ze goed in zijn, ik zie ze groeien. Dat is het leukste.’
Heb je daar een voorbeeld van?
‘In het begin waren er op vrijdag drie jongens met wie ik echt jarenlang heb getekend, vanaf hun vierde tot ze bijna twaalf waren. Op vrijdag was er een kleinere bezetting, meer een huiskamersfeer. Daardoor konden we ons heel specifiek richten op wat zij leuk vonden, en dan kun je in acht jaar veel bereiken. De een is nu tattoo-artiest, de ander werkt bij een reclamebureau, en de derde doet ook iets creatiefs.’
Je werkt in een sector waar weinig andere mannen werken. Merk je daar iets van?
‘Op onze locatie heb ik gelukkig ook nog een mannelijke collega. Maar het zijn er nog steeds te weinig, ja. Het zou mooi zijn als de teams meer een afspiegeling waren van de maatschappij. Niet alleen mannen en vrouwen, maar ook qua leeftijd en achtergrond. Al vind ik het lastig te zeggen wat een man precies toevoegt. Niet alle mannen zijn hetzelfde. Wat ik wel zie: jongens kunnen zich spiegelen aan een man. Ze kunnen een voorbeeld aan je nemen.’
Wat heb je in 25 jaar het meest zien veranderen?
‘De digitale wereld. Hoezeer kinderen daarin zijn meegezogen. Wij zijn op onze locatie eigenlijk nog een uitzondering: geen tv’s, geen pc’s, geen iPads. Daar zit onze kracht: kinderen horen met elkaar te spelen, niet individueel op een schermpje. Maar ook bij ons merk ik dat de spanningsboog kleiner is geworden. Toen ik hier begon, kon je zonder problemen langere projecten met kinderen doen. Dat doen we nog steeds hoor, we sturen erop aan dat kinderen meerdere dagen met iets bezig zijn, zodat ze zich ergens echt in kunnen ontwikkelen. Maar het is wel lastiger geworden. Zeker met social media.’
Hoezo dat laatste?
‘Volgens mij is het nu moeilijker om gewoon onbevangen kind te zijn. Ze lijken eerder in de pubertijd te komen, lijken meer bezig met status: wat heb je aan, waar ga je naartoe op vakantie. Het mooiste is als kinderen helemaal vrij zijn om te groeien zoals ze zelf willen. Ga staan voor wie je bent, doe wat je leuk vindt – dat probeer ik ze mee te geven.’
Je bent ook duurzaamheidsambassadeur bij KION. Wat houdt dat in?
‘Ja, dat doe ik samen met een collega. Duurzaamheid is een van de pijlers van KION. Wij gaan langs locaties om te zien wat ze al doen aan duurzaamheid, en dat benoemen we dan vooral. Zodra je dingen gaat opleggen, wordt het lastig om iets te bereiken. Vanuit enthousiasme gaat het veel makkelijker. Dus eerst complimenteren, en van daaruit kijken waar je verder aan kunt bouwen. Vaak zijn het heel simpele dingen, zoals afval scheiden of duurzame activiteiten met de kinderen. Laatst heb ik nog zonnebloempitjes en aarde uitgedeeld op verschillende locaties, zodat kinderen konden gaan zaaien.’
Je vindt het belangrijk dat kinderen naar buiten gaan. Kun je daar iets over vertellen?
‘We proberen kinderen altijd te verleiden om naar buiten te gaan. Ook dit is geen verplichting, we maken het gewoon zo aantrekkelijk mogelijk. Een collega bedacht bijvoorbeeld regenactiviteiten: juist als het regent, gaan we naar buiten. Kijken hoe de kinderen in een plas kunnen spelen, hoeveel water ze kunnen opvangen. In coronatijd hebben we een partytent aangeschaft, dus die komt ook altijd van pas. Ik merk dat kinderen buiten minder conflicten hebben. Ze hebben meer ruimte, meer vrijheid, daardoor wordt alles makkelijker.’
Wat houdt je na 25 jaar nog steeds met diezelfde energie aan het werk?
‘Ik probeer elk jaar iets nieuws te bedenken. Kinderen zitten maar zes jaar bij de BSO, dus eigenlijk zouden we elke zes jaar alles kunnen herhalen. Maar we proberen altijd iets toe te voegen. Ik doe nu veel weerwolven, een kaartspel met rollenspel. Volwassenen raken snel hun enthousiasme kwijt, maar kinderen kun je echt uitdagen: ga eens raar doen, probeer iets nieuws. Dat waarderen ze heel erg.’
Wat hoop je voor de toekomst van het vak?
‘Dat de autonomie van kinderen goed bewaard blijft. We moeten ze de grens laten opzoeken, risicovol spel laten doen. Anders gaat de lol eraf. En ga vooral naar buiten met die kinderen. Alles wat je binnen kunt doen, kun je buiten net zo goed.’