Elk kind verdient de ideale omgeving om in op te groeien. Vanuit die overtuiging doet Pauline Slot al jaren onderzoek naar de kinderopvang. En al die kennis brengt ze nu mee naar de initiatiefgroep van het Expertisecentrum Kinderopvang.
Sinds 2025 is Pauline Slot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, op de leerstoel ‘Integratieve pedagogiek voor kinderopvang en onderwijs 0-13 jarigen’. Wat dat precies inhoudt, daar komen we zo nog op. Eerst het nieuwtje: Pauline voegt zich bij de initiatiefgroep, die het Expertisecentrum gevraagd en ongevraagd inhoudelijk advies geeft. Ze neemt het stokje over van Ruben Fukkink (Universiteit van Amsterdam).
Kun je iets meer vertellen over je achtergrond?
Pauline: ‘Ik werk al sinds 2009 aan de Universiteit Utrecht. Eerst deed ik onderzoek naar de kwaliteit van de kinderopvang, en het effect daarvan op de ontwikkeling van kinderen. Later breidden we dat uit naar internationale projecten. Toen heb ik drie jaar lang de kwaliteit in verschillende Europese landen onderzocht. De landen bleken enorm te verschillen. Het was heel interessant om te zien hoe dat uitwerkte in de praktijk.’
Wat houdt het onderwerp van de leerstoel precies in?
‘Het gaat eigenlijk over de vraag hoe je meer continuïteit krijgt tussen de kinderopvang en het onderwijs. Dus in de doorgaande lijn van nul tot vier jaar en van vier tot twaalf jaar. Maar ook gedurende de dag. Kinderen gaan bijvoorbeeld eerst naar school en vervolgens naar de buitenschoolse opvang: hoe zorg je voor meer samenhang en afstemming tussen die twee?’
Wat is voor jou persoonlijk de drijfveer in dit werk?
‘Primair de kinderen. Ik vind dat elk kind het recht heeft om op te groeien in de meest optimale context. Dat gebeurt natuurlijk in de eerste plaats in het gezin, maar de kinderopvang is echt een belangrijke aanvulling, die kan bijdragen aan de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen. Ik wil ook graag iets betekenen voor de kinderen die dit het hardst nodig hebben. Kinderen die van huis uit wat minder kansen krijgen. Als we die een omgeving kunnen bieden waarin ze juist méér kansen krijgen – ja, daar gaat het uiteindelijk om.’
Wat betekent het Expertisecentrum voor jou?
‘Het Expertisecentrum brengt alle relevante kennis bij elkaar en verspreidt die onder mensen uit de praktijk. Dat is een belangrijke rol, ook vanwege de dialoog met de praktijk. Toen ik werd gevraagd om in de initiatiefgroep plaats te nemen, hoefde ik niet lang na te denken. Ik zei meteen ja. Ik vind het een eer, het lijkt me ontzettend leuk.’
Waar ga je op letten, vanuit de initiatiefgroep?
‘Ik denk dat mijn bijdrage hem vooral zit in het zien van de grote lijnen. Er wordt natuurlijk veel vanuit behoeften van de praktijk gewerkt, en dat is mooi. Ik probeer daarnaast altijd naar de toekomst te kijken: welke uitdagingen komen er op ons af, en hoe spelen we daarop in?’
Je hebt nog altijd grote belangstelling voor pedagogische kwaliteit. Waar ben je momenteel nieuwsgierig naar?
‘Vroeger ging de discussie altijd om randvoorwaarden, zoals groepsgrootte en opleidingsniveau van de professional. Het idee was: als je dat goed reguleert, dan heb je de belangrijkste voorwaarden voor goede kwaliteit op orde. Die regulering is er inmiddels al heel lang, en toch zien we grote kwaliteitsverschillen tussen locaties. Dat roept de vraag op hoe dat kan. Er moet veel meer spelen dan alleen die randvoorwaarden. De laatste jaren zien we bijvoorbeeld steeds duidelijker de invloed van professionalisering: aanvullende scholing, specifieke babyscholing, interactievaardigheden, inzet op coaching. Maar bijvoorbeeld bij coaching is dan nog steeds de vraag hóé je dat precies doet. Werkt alle coaching, of vooral wanneer je het op een bepaalde manier aanbiedt? Wat dat betreft is er nog veel te leren.’
Wat is op dit moment de grootste uitdaging voor de sector?
‘De herziening van het stelsel die eraan komt, en hoe we daarbij de kwaliteit borgen. Snelle veranderingen brengen risico’s met zich mee. Toen de kinderopvang in de jaren 2000 enorm groeide, ging dat gepaard met een flinke daling van de kwaliteit. Als de vraag toeneemt en je breidt de capaciteit uit terwijl er te weinig gekwalificeerd personeel is, dan gebeurt dat. Sinds 2017 zagen we juist een stijging van de kwaliteit, maar de laatste jaren is die gestabiliseerd, en bij de peuters zien we zelfs een lichte daling. Dat heeft alles te maken met de krapte op de arbeidsmarkt.’
Kun je die kwaliteit achteraf weer snel herstellen?
‘Nee, zo makkelijk gaat dat niet. Herstel kost jaren. Je kunt dus niet eerst flink uitbreiden en denken: die kwaliteit pakken we daarna wel weer op. Dat gaat ten koste van een generatie kinderen. Dus we moeten er aandacht voor blijven hebben de komende tijd. Het Expertisecentrum doet dat, en ik ben blij dat ik daar iets aan kan bijdragen.’