Isa Linders werkt onder begeleiding van Ora Oudgenoeg, Paul Leseman en Pauline Slot aan een promotieonderzoek over de relatie tussen exploratie en de taalontwikkeling van jonge kinderen.
Kun je iets meer vertellen over je onderzoek?
‘Het doel van het REAL-project (Research on Exploration, Embodied Attention, and Labelling) is om te onderzoeken hoe exploratie, aandacht en het benoemen van objecten door ouders en pedagogisch professionals samenhangen met de vroege taalontwikkeling van jonge kinderen. Praktisch gezien betekent dit dat we kinderen tussen de 11 en 15 maanden zoeken voor het onderzoek. We willen voor die groep kinderen het hele beeld rondom de taalontwikkeling scherp krijgen, zowel op de kinderopvang als thuis. We gebruiken daarvoor verschillende methodes zoals een vragenlijst, maar ook observaties. We onderzoeken hoe de kinderen spelen en exploreren, hoe ze contact maken met de pedagogisch professionals en ouders en ook de motorische ontwikkeling, want die bepaalt voor een deel hoe kinderen kunnen exploreren. Door dit hele beeld mee te nemen willen we beter begrijpen welke factoren bijdragen aan het leren van nieuwe woorden en aan de vroege taalontwikkeling. We proberen ons met name te richten op kinderen met een lage sociaaleconomische status.’
Hoe ben je verzeild geraakt in dit onderzoek?
‘Tijdens mijn opleiding had ik een bijbaan in de kinderopvang, op een voorschool in Utrecht. Natuurlijk wist ik uit mijn studieboeken wel dat taal ontzettend belangrijk is, maar om dat belang in de praktijk te zien, vond ik een bijna magische ervaring. Zo was er een jongetje dat vaak boos en bijna agressief reageerde. Op het moment dat hij de taal had om zijn behoeften en wensen aan te geven, bijvoorbeeld met een zinnetje als ‘Ik wil dat niet’, zag ik het jongetje opbloeien! Hij werd blij, sociaal en speelde graag met andere kinderen. In dit project komen al mijn interesses samen: taal, de kinderopvang en het jonge kind.’
Heb je iets aan je ervaring in de kinderopvang?
‘Zeker! Ik zou sowieso iedere student aanraden om ervaring op te doen in de kinderopvang. Ik vond het echt een verrijking om naast mijn opleiding, waarin ik veel in de boeken zat, wekelijks met kinderen te mogen werken. Deze ervaring heeft me ook geholpen om het onderzoek goed te laten aansluiten bij de praktijk. Bijvoorbeeld bij de opzet van het onderzoek, maar ook in de contacten met de pedagogisch professionals. Ik weet hoe het is om te werken op de groep en weet daardoor ook wat handig en niet handig is. Om een heel simpel voorbeeld te noemen: In het ontwikkelen van de vragenlijst hebben we nagedacht hoe we dit kunnen laten passen in het drukke dagschema van de pedagogisch professionals, op basis van mijn eigen ervaring. Daarom hebben we voor een platform gekozen dat de vragenlijst automatisch opslaat, zodat hij niet in één keer ingevuld hoeft te worden en de vragenlijst tussen alle drukte van een werkdag ingevuld kan worden
Hoever ben je met je onderzoek?
‘In september 2024 ben ik gestart met de voorbereidingen. Eén onderdeel daarvan was een literatuuronderzoek om vast te stellen wat er allemaal al bekend is, zodat we meer richting konden geven aan het onderzoek. Ook heb ik een vragenlijst getest bij een groep van 200 ouders. De resultaten daarvan moeten we voorzichtig interpreteren, omdat het antwoorden van ouders zelf zijn. Wat we in de vragenlijst zagen is onder andere dat het exploratiegedrag van kinderen en het taalaanbod van ouders lijkt samen te hangen met de passieve woordenschat van kinderen. We willen ook onderzoeken of we resultaten van de vragenlijst later in de observaties terugvinden.’
Kunnen professionals zich opgeven voor je onderzoek?
‘Op dit moment (juni 2026) kan dat zeker! Kijk op onze website voor meer informatie en neem gerust contact op!’
Als je met een toverstafje morgen één ding in de kinderopvang veranderd kon hebben, wat zou het dan zijn?
‘Er gaat eigenlijk al heel veel goed in de kinderopvang. Ik zou het heel mooi vinden als de pedagogisch professionals zich daar meer bewust van waren. Dat ze met andere woorden weten wat ze hartstikke goed doen!’