Jenny Fenny werkt al 25 jaar als pedagogisch professional bij Stichting Kinderopvang Kralingen in Rotterdam. Voornamelijk op de babygroep. Wij willen graag weten wat zij in al die jaren heeft geleerd over de wenperiode.
Hoewel ze al veel heeft meegemaakt, is Jenny nog altijd leergierig. Daarom nam ze onlangs deel aan het webinar over de goede start van het Expertisecentrum Kinderopvang. Ze vindt het leuk om te blijven nadenken over de ontwikkeling van jonge kinderen, vertelt ze.
Kun je iets over jezelf vertellen?
Jenny: ‘Ik ben 51 jaar, ik heb twee dochters van 12 en 16 en ik woon in Spijkenisse. Ik werk op de locatie Kinderdagverblijf Skippy van Kinderopvang Kralingen. Al van kleins af aan wist ik dat ik met baby’s wilde werken. Daarom werkte ik ook het langst op de babygroep. Daarna deed ik een paar jaar de peuters, en nu ben ik weer bij de baby’s. Het is allebei erg leuk.’
Hoe kwam je bij het webinar terecht?
‘Via mijn leidinggevende. Die stuurde een lijst met webinars rond waaruit we konden kiezen. Toen koos ik voor het onderwerp goede start. Ik heb natuurlijk al veel ervaring met de start, maar nieuwe dingen zijn altijd mooi meegenomen. Ook wanneer je het al 25 jaar op een bepaalde manier doet, kun je toch altijd weer bijleren.’
Wat vond je van het webinar?
‘Ik vond het heel interessant. En heel duidelijk. Alles was goed te begrijpen. Wat me bijvoorbeeld is bijgebleven, is de tip dat ouders een uurtje op de groep kunnen meedraaien tijdens het wennen. Ook vond ik het fijn dat er verhalen van andere professionals werden besproken. Over hoe zij de start bij hun organisatie ervaren. Daar leer je weer van. Daarom bespreek ik dit soort dingen ook altijd met collega’s. En zij hadden weer andere webinars gevolgd en konden mij daar weer over vertellen.’
Hoe vul jij het wennen zelf in?
‘Wij doen altijd eerst een intakegesprek met de ouders. Dan bespreken we het kind, de groep en de dagindeling. Op de eerste echte kinderopvangdag is er een uitgebreide overdracht. We vragen de ouders hoe het gaat, of er bijzonderheden zijn, wanneer het kind heeft gegeten, gedronken en geslapen. En dan nemen we afscheid van de ouders. Meestal is de eerste wendag van 10:00 tot 13:00 uur en de tweede wendag van 10:00 tot 16:00 uur. Het is een vaste opbouw, maar die kunnen we altijd aanpassen als dat nodig blijkt.’
Wanneer is wennen lastig?
‘Als kinderen wat ouder zijn, gaat het vaak moeilijker. Omdat ze dan al eenkennig zijn. Dan zien ze ineens allemaal nieuwe gezichten, een nieuwe omgeving, en dat is veel tegelijk. Ook duurt wennen vaak iets langer als een kind maar één dag per week naar de opvang komt. Want dan duurt het natuurlijk weer zes dagen voordat het kind terugkomt en dan moet je soms helemaal opnieuw beginnen. Twee of drie dagen gaat meestal makkelijker. En als kinderen van een andere opvang komen, dan gaat het nog sneller. Omdat zij het systeem al een beetje kennen.’
Wat is voor jou dé manier om wennen soepeler te laten verlopen?
‘Extra aandacht. Gewoon meer tijd aan het kind besteden. Zodat het zich emotioneel veilig gaat voelen op de groep. Ik zeg altijd: je moet echt investeren, dan kun je daarna profiteren. Zeker als een kind het moeilijk heeft, moet je heel veel tijd en aandacht geven. En dan komt er een moment waarop het kind eindelijk gewend is en ineens veel vrolijker is, en daar word jij dan ook heel blij van.’
Waaraan merk je dat een kind gewend is?
‘Dan komen ze vrolijk binnen. Dat verschil is vaak heel duidelijk. Als ze nog niet gewend zijn, huilen ze soms meteen al bij binnenkomst. Maar dat wordt steeds minder, en na een paar weken kan het voorbij zijn. Dan rennen ze met een big smile naar je toe. En je merkt het ook aan andere dingen. Het gaat bijvoorbeeld goed met eten en drinken, met spelen.’
En in de tussentijd? Als ze nog niet gewend zijn, hoe merk je dan toch dat het beter gaat?
‘Dat zit hem in heel kleine stapjes. Een kind huilt bijvoorbeeld nog als de ouders weggaan, maar is daarna al snel weer vrolijk. Wat ik ook vaak merk, is dat een kind dan uit zichzelf contact met mij zoekt. Dan weet ik: dit gaat langzaam de goede kant op.’
Heb je inmiddels al iets van het webinar toegepast in de praktijk?
‘Nou, we hebben afgesproken dat als ouders willen meekijken op de groep, en het is nodig voor het kind, dat we dat gewoon doen. Vroeger zouden we denken: misschien is dat niet zo handig. Maar nu denken we daar anders over. Daarom gaan we ook een kijkdag organiseren. Dan mogen alle ouders en verzorgers een uurtje komen kijken.’
Welke tip geef jij jonge collega’s, als het gaat om een goede start?
‘Geduld hebben. En échte aandacht geven. Het kan even duren voordat een kind gewend is, daar is tijd voor nodig. Maar alles wat je investeert, is een basis voor later.’