Praktijkvoorbeelden
Tools
Bronnen
Lees- en luistertips
Activiteiten
Blogs
Berichten
Overige informatie

Op een van onze groepen voor kinderen van 0-3 jaar zit een kind dat zich op verschillende ontwikkelingsgebieden anders ontwikkelt dan leeftijdsgenoten. Het valt de pedagogisch medewerkers op dat het kind nauwelijks contact maakt met anderen en de pedagogisch medewerkers vaak niet lijkt te begrijpen. Zij zien dat het kind een groot deel van de dag door de groep dwaalt en in een eigen wereld lijkt te verblijven. Tijdens de overgang van vrij spel naar een groepsactiviteit zien zij het kind huilen, gillen of boos worden. Bovendien praat het kind nog niet en lukt het onvoldoende om zich te uiten door middel van non-verbale communicatie.

Het delen van de eerste signalen

De pedagogisch medewerkers proberen zo goed mogelijk te achterhalen waar de behoeften van het kind liggen. Tijdens de overdrachten met ouders bespreken de pedagogisch medewerkers dit. Onze pedagogisch medewerkers geven hierbij weer wat hen opvalt en zij bevragen ouders op hun eigen ervaringen. Ouders herkennen het beeld dat de pedagogisch medewerkers van hun kind schetsen onvoldoende en bieden ons geen aanknopingspunten. Hiermee stagneert de zoektocht naar de achterliggende behoeften van het kind.

De vervolgacties van de pedagogisch medewerkers

Uiteraard proberen de pedagogisch medewerkers verschillende dingen om de aansluiting met het kind te vinden. Er worden begeleide spelactiviteiten ingezet om het kind tot spel te stimuleren. Taal wordt ondersteund met gebaren en beelden. Overgangsmomenten krijgen extra aandacht. Helaas blijven veranderingen in het gedrag uit. Er wordt door de mentor geobserveerd en geregistreerd in het observatiesysteem dat wij gebruiken. Hierdoor ontstaat een breed en compleet beeld over de ontwikkeling van het kind. Alle ontwikkelgebieden komen immers aan bod. Zo kan de ontwikkelingslijn van het kind ook worden vergeleken met wat wij gezien de kalenderleeftijd zouden verwachten. Ouders worden uitgenodigd voor een oudergesprek. De uitkomsten vanuit ons observatiesysteem vormen de leidraad voor dit gesprek.

Het oudergesprek en de voorbereiding hiervan

Voor al onze oudergesprekken geldt dat wij deze zorgvuldig voorbereiden. De mentor doet dit samen met collega’s en wanneer gewenst met de pedagogisch coach. Tijdens deze voorbereiding staan wij

bij allerlei facetten van een oudergesprek stil. Wij kiezen bijvoorbeeld een ruimte waar ongestoord gesproken kan worden. Het doel van het gesprek wordt vastgesteld. De kern van onze boodschap wordt bepaald. Er worden eventueel voorbeeldzinnen genoteerd. Wanneer de mentor en pedagogisch coach samen een gesprek voeren wordt de rolverdeling ook vooraf gemaakt en voorbesproken.

Tijdens het gesprek met de ouders van het betreffende kind delen we onze bevindingen met de ouders. Zij krijgen de ruimte om te reageren en we nodigen ze uitdrukkelijk uit om mee te denken over wat wij op de groep kunnen doen om beter bij hun kind aan te kunnen sluiten. De ouders blijven erbij dat zij het beeld dat wij schetsen van hun kind niet herkennen. Aanknopingspunten waar wij op de groep mee verder kunnen blijven uit. Om die reden vertellen we ouders tijdens het gesprek dat de pedagogisch coach betrokken wordt om mee te denken. We leggen uit hoe deze inzet eruit ziet en wat het doel hiervan is.

Het betrekken van de pedagogisch coach

De pedagogisch coach sluit aan bij het proces en evalueert samen met de pedagogisch medewerkers de reeds ingezette acties. Samen brengen zij het welbevinden van het kind in kaart. Daarnaast is er oog voor het welbevinden van de groep als geheel. Tenslotte kijkt de pedagogisch coach naar de balans tussen enerzijds tijd en aandacht voor het betreffende kind en anderzijds tijd en aandacht voor de andere kinderen in de groep.

Het vervolggesprek met de ouders

Vanuit de analyse volgt een vervolggesprek met de ouders van het kind, de mentor van het kind en de pedagogisch coach. Tijdens het gesprek staat het kind centraal. Er wordt open, eerlijk, feitelijk, zonder oordeel en vanuit betrokkenheid met ouders gesproken. De zorgen rondom de ontwikkeling van het kind worden op tafel gelegd. Daarnaast, minstens zo belangrijk, worden ouders stap voor stap meegenomen in het gedrag dat er op de groep zichtbaar is, het gevolg daarvan voor het kind en het gevolg daarvan voor de groep. De reeds ingezette acties en de resultaten daarvan worden ook benoemd. In dit geval wordt benadrukt dat wij zien dat het welbevinden van het kind in het geding is. Bovendien wordt eerlijk uitgesproken dat wij tegen de grenzen van onze expertise aanlopen. Het vraagstuk hoe nu verder wordt door de pedagogisch coach ingebracht als een gezamenlijk vraagstuk voor ouders en pedagogisch medewerkers.

In dit geval is de grootste uitdaging de weerstand van ouders. Volgens ouders is er geen sprake van zorgen rondom de ontwikkeling van hun kind. Zij zijn ervan overtuigd dat het wel goed komt, dat hun kind iets langer de tijd nodig heeft om nieuwe dingen te leren en zij zien zelf wel degelijk groei op verschillende ontwikkelgebieden. Vanuit deze overtuiging lijken de ouders in een verdedigingsmechanisme te belanden dat zich uit in boosheid naar de pedagogisch coach. De professionals voelen dat de vertrouwensband met ouders onder druk komt te staan. Er ontstaat afstand. Door ouders ruimte te geven voor hun visie en emoties, te vragen hoe het gesprek voor hen is, stiltes te laten vallen en begrip te tonen zwakt de boosheid af. Bovendien werkt het heel krachtig om steeds vanuit het belang van het kind te spreken. Hiermee creëren wij ondanks het verschil van mening met ouders een gezamenlijk doel in het gesprek. De pedagogisch coach is degene die blijft benadrukken dat verdere actie nodig is en brengt de samenwerking met Vroeg Erbij ter sprake.

De inzet van Vroeg Erbij: externe deskundigen

Vroeg Erbij is een project binnen onze gemeente dat kindercentra de mogelijkheid biedt om een wijkverpleegkundige en een gespecialiseerde jeugdhulpmedewerker in te schakelen bij vraagstukken als deze. Enerzijds om handvatten aan te reiken om beter aan te sluiten bij het individuele kind. Anderzijds om eventuele problemen in de ontwikkeling vroegtijdig te signaleren om daar zo vroeg mogelijk passende jeugdhulp op in te zetten. Het mooie van dit project is dat wij twee objectieve professionals in kunnen zetten.

Hoewel ouders geen probleem ervaren gaan zij akkoord met de inzet van Vroeg Erbij. De gespecialiseerde jeugdhulpmedewerker voert een observatie uit op de groep en maakt daar een gedetailleerd observatieverslag van. Het verslag bevat een aantal handvatten voor op de groep én thuis, om wederom de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het kind te benadrukken. Het verslag eindigt met een conclusie inclusief een advies op maat voor het kind. Het observatieverslag vormt de leidraad voor het volgende oudergesprek.

Het vervolggesprek met Vroeg Erbij

Alle betrokkenen ontvangen het observatieverslag voorafgaand aan het vervolggesprek. Dit gesprek wordt gevoerd met ouders, wijkverpleegkundige, gespecialiseerde jeugdhulpmedewerker, mentor en pedagogisch coach. Tijdens het gesprek neemt de wijkverpleegkundige de rol van gespreksleider en notulist op zich. Ouders krijgen als eerste de gelegenheid om te reageren op het verslag. De gespecialiseerde jeugdhulpmedewerker licht het verslag toe.

Het advies voor dit kind is het stoppen van de reguliere kinderopvang en aanmelding bij een medisch orthopedagogisch centrum. Dit hebben ouders al gelezen in het observatieverslag en zij mogen er als eersten op reageren. Hierbij is er ruimte voor hun emoties. De pedagogisch coach is vervolgens degene die de boodschap brengt dat de opvang stopgezet zal worden. Uiteraard wordt meteen benoemd dat het belang van het kind hierbij voorop blijft staan. In dit gesprek is de mentor vooral een steunpilaar voor ouders. De mentor houdt tijdens en na dit gesprek oog voor hoe het met ouders gaat. Hier informeert zij regelmatig naar. Daarbij komt dat de mentor zorg draagt voor een prettige overgangsfase naar de nieuwe plek. Denk aan een warme overdracht. Aan het eind van het gesprek stemmen ouders in met doorverwijzing naar een medisch orthopedagogisch centrum. De gespecialiseerd jeugdhulpmedewerker kan daar meteen wat meer over vertellen. Vervolgens kan de wijkverpleegkundige de doorverwijzing via de jeugdarts in gang zetten en ouders waar nodig verder ondersteunen in het verwerkingsproces.

Het mooiste van deze samenwerking met ouders is dat er ondanks de weerstand en het verschil in inzicht een gezamenlijk besluit kan worden genomen. In het belang van het kind, want daar doen ouders en wij het voor!